Vorige week vrijdagavond 5 april 2002 zat ik moe, maar tevreden in de bus naar St
Annaparochie. De dag er voor had ik een prachtig verlopen solo-optreden gegeven in
Amsterdam. En vandaag zou ik weer solo moeten optreden in Ons Huis.
Na een korte wandeling door St Annaparochie arriveerde ik om 19.00 uur in Ons Huis. Ik zag
nergens posters hangen betreffende mijn optreden. Wel een folder in de ingang waar Ons
Huis beschreven stond als "een gezellig, multifunctioneel zalencomplex, dat ook
ruimte biedt aan de Bildtse Muziekschool, het Sociaal-Cultureel-Werk en de activiteiten
van de Stichting Welzijn Ouderen."
Zo te zien was er geen kop. Vreemd, want mijn optreden begon al om acht uur. Wel hoorde ik
boven geluiden van instrumenten. Dat zou wel de Bildtse Muziekschool zijn. Echt gezellig
vond ik het er niet uitzien. Zeker niet toen om vijf over zeven Horecavrouw arriveerde en
mij liet zien, waar ik zou moeten spelen. In een geweldig grote en sfeerloze zaal stond
her en der een tafel met daaromheen een zestal stoelen. In het midden van het gigantische
podium stond een piano. Horecavrouw keek bezorgd. "Ik hoopje dat der wat minsken op
ôfkomme, want de lêste trije kear binnen der al twa optredens fan it
Sociaal-Cultureel-Werk net trochgong omdat er te weinich minsken wienen."SCW-vrouw, die mij voor het optreden had benaderd, kwam om tien over
zeven Ons Huis binnenwandelen. Ook zij was er duidelijk niet gerust op.
"Ik ha ek nerchens posters sjoen oer it optreden yn it doarp," zei ik.
"As it goed is binne dy wol makke en der hat juster ek noch in stikje oer yn de
krante stien."
"Kin dy piano net op dat legere poadium?" vroeg ik. "Oars sit ik sa fier
fan it publyk ôf."
Met SCW-vrouw en een door haar inderhaast gecharterde man
met een baard en een vrouw met een snor tilden we de piano naar het lagere podium.
Nadat ik de tafels aan de kant had geschoven en de stoelen vlak voor het podium in drie
rijen van twaalf had opgesteld ging ik naar de kantine. Er hing een doodse stilte. Behalve
Horecavrouw, SCW-vrouw, de man met de baard en de vrouw met de snor zat er één man met
wit haar.
"Ien besiker?" vroeg ik.
"Nee," zei de man met wit haar, "ik ben de fotograaf. Het is
vreselijk..."
"Wat is de entreepriis?" vroeg ik aan SCW-vrouw
"Fiif euros."
"Der hoecht it oars ek net om oer te gean," zei de vrouw met de snor.
"Miskien is it ferstannich om san optreden yn de takomst te kombinearen mei in
doarpsfeest," opperde ik.
"Mar wy ha hjir yn St Annaparochie hielendal gjin doarpsfeesten," zuchtte
SCW-vrouw.
"Wêrom dochst de jas net út?" vroeg de man met de baard tegen SCW-vrouw.
"Ik moat asen noch even pinne, en boppedat ik fyn it hjir ek net botte waarm."
Om vijf voor acht kwamen er toch nog twee bezoekers opdagen
in de vorm van een middelbaar echtpaar.
"Jo komme foar it optreden?" vroeg SCW-vrouw.
"Ja, wij komen voor de heer Tadema," zei de man
"De heer Talsma," zei zijn vrouw.
"Talma," zei ik.
"Ik dacht al, wat ziet hij kwaad!" lachte de man.
"Ik keek niet kwaad."
"Je keek wel kwaad," zei de man, "Maar dat geeft ook niets hoor. Zijn wij
de enige bezoekers?! Is het weer eens zo ver..."
"Ja, het is vreselijk..." zei de fotograaf.
"Ik wil nog wel spelen hoor," zei ik.
"Nee," zei de vrouw, "dan wordt het zo gênant."
"Nee, dat maakt mij niets uit," zei ik.
"Het is gênant voor ons," zei de vrouw.
Even later kreeg ik de mij toegezegde hoeveelheid
euros. Ik moest nog drie kwartier wachten op de eerstvolgende bus naar Leeuwarden en
doodde de tijd met het lezen van tijdschriften in een boekwinkel vlakbij de bushalte.
Meindert Talma |