|
Gemiddeld breng ik een keer in de twee jaar een nieuwe cd uit. Dat is
niet ongewoon in onze bedrijfstak, maar omdat ik nog heel veel muziek op
de plank heb liggen en omdat de tijd doortikt, had ik al een tijdje het
idee om een band te beginnen naast Meindert Talma & the Negroes, zodat
ik wat vaker een geluidsdrager kan uitbrengen. Als het even kan ook met
een heel andere sound.
Sinds een paar maanden oefen ik daarom elke
week in het oude Rooms Katholieke Ziekenhuis te Groningen met Ausputzer,
een trio bestaande uit Corneel Canters op drums, Jan Klug op
basklarinet, theremin, saxofoon en dwarsfluit en mijn persoon op piano,
synthesizers en zang. Sinds twee weken oefent ook Fons Sluijter mee die
contrabas en cello speelt.
Ons repertoire is vooralsnog Duitstalig en
bestaat voor de ene helft uit romantische, catchy liedjes en voor de
andere helft uit lange, experimentele songs. Driekwart van de nummers
heb ik geschreven op teksten van Elke Schick, een dame uit Bremen die ik
heb leren kennen toen ze van 2000 tot 2003 studeerde in Groningen. In
april gaan we ons debuutalbum opnemen in Studio Hörwerk te Hamburg.
Tot mijn verbazing hadden zowel Corneel (‘Is
dat het Duitse woord voor stofzuiger?’) als Jan (‘Betekent het
schoffering of zo?’) nog nooit van de term Ausputzer gehoord, terwijl
Duitsland toch de bakermat is van de Ausputzer en Corneel een goed
woordje Duits spreekt, ook omdat hij drumt in The Corneel Canters
Quartet, een psychedelische jazzband die voor driekwart bestaat uit
Duitse muzikanten. Jan Klug is zelfs een volbloed Duitser die is
opgegroeid in het stadje Leer waar VfL Germania Leer in de jaren tachtig
toch prachtige ausputzers als Uli ‘Der Dandy’ Stützer en Klaus ‘Der
Oberst’ Kleinfeld heeft voorgebracht, brute voetbalslagers waarover men
in de Oberliga Niedersachsen West nu nog altijd vol bewondering spreekt.
Ook andere mensen, vaak zelfs mannen van
mijn leeftijd, die ik vertelde over Ausputzer, vonden het een mooie
bandnaam, maar moesten bekennen dat ze geen flauw idee hadden wat het
woord nu betekende.
Wel, Ausputzer is natuurlijk de laatste man
in een voetbalelftal, de vrije verdediger die veertig meter achter de
voorstopper staat, vlak voor de neus van de keeper. Met het mes tussen
de bruine rokerstanden en snoeiharde, niets ontziende tackles weert hij
als een rots in de branding alle aanvallen van de opponent af en
beschikt bovendien vaak ook nog over een prachtige lange splijtende
pass.
Ausputzers als Aad Mansveld van toen nog FC
Den Haag en Epi Drost van FC Twente waren culthelden in de jaren
zeventig die het publiek op de banken kregen. Niet voor niets zijn
Mansveld en Drost later vereeuwigd als standbeeld in het Ado Den Haag
Stadion en de Grolsch Veste.
Tegenwoordig hebben zelfs de meest
verdedigend ingestelde clubs het extra slot op de deur van de hand
gedaan. Alleen voetbalverslaggever Evert ‘goeie genade!’ ten Napel uit
Klazienaveen had het de laatste jaren nog wel eens over ‘die dekselse
Ausputzer’, maar feit is dat door het snelle voetbal, waarbij de
verdedigers op 1 lijn spelen en er heel veel op de buitenspelval wordt
gespeeld, de echte ausputzer al vele jaren uit het betaalde voetbal is
verdwenen.
Aan Corneel, Jan en mij daarom de taak om
het begrip Ausputzer weer nieuw elan in te blazen, waarbij wel moet
worden vermeld dat vooralsnog geen van de songteksten gaat over Koning
Voetbal.
meindert@meinderttalma.nl |