![]() ![]() |
|
2007 Oude Sluis Machinefabriek, Drachten Studiemiddag gemoedelijk bewegen 18 november 2007/zo-mi >>>> Leeuwarder Courant, 19 november 2007 Tekst: Kirsten van Santen Een genoeglijk samenzijn bij de potsenmaker Liefde en gezelligheid. Dat zijn de sleutelwoorden van de nieuwste 'pots' (grap) van de Drachtster kunstenaar Jan Ketelaar. De door hem georganiseerde ludieke studiemiddag werd een succes. ,,Leve de alchemistische kunst!'', juichte Simon Vinkenoog.
DRACHTEN
– Beeldend kunstenaar Jan Ketelaar is een
schepper van koddige vertoningen, tenminste, als je de Dikke Van Dale
letterlijk neemt. Want dat is wat een 'potsenmaker' volgens
dat woordenboek doet
– gekke en grappige dingen organiseren. Iets dergelijks gebeurde gisteren,
in de oude Sluis-machinefabriek in Drachten. ,,Een literaire middag?
Welnee'', lachte een nerveuze Ketelaar vlak voor aanvang van het
evenement. ,,Dit is gewoon een pots van mij.'' Het optreden in Drachten, georganiseerd in de voormalige machinefabriek Sluis aan de Tussendiepen 6, waar Jan Ketelaar in zijn beeldend kunstatelier - geschilderde portretten en mensdierfiguren in ijzer - werkt en ook de verzameling Zwitserse autobussen van Jan Hofstra-reizen zijn gestald, trok een aandachtig publiek. Een zestal dichters trad aan, het merendeel in het zoetvloeiende zangerige Fries, sommigen zichzelf begeleidend met gitaar of piano: Meindert Talma, Dris Reeder, Hessel van der Wal, Nyk de Vries, Jan Kuipers Alma (die mijn gedicht Heilwens Liefde op muziek had gezet en in het Fries zong) - allen electronisch bereikbaar www.naam.nl, en gastheer Jan Ketelaar die ik had leren kennen tijdens een Festina Lente-dichtersavond (aan de Looiersgracht 40b) in de Amsterdamse Jordaan. Morgenavond weer: elke derde dinsdag van de maand, nu al in het tiende seizoen. Dichters zullen blijvend van zich laten horen, en als het geen senioren-dichters zijn, zoals Remco Campert, die Nieuwe herinneringen toevoegt aan de oudere ("wat dichter bij huis/ dat is de leeftijd"), zijn het wel de jongeren die blijven piepen zoals de ouderen zongen. Alle begin is moeilijk, maar er is geen einde. Dat maak je zelf overigens uit, kwestie van ervaring en ondervinding. Wij werden twee cd's rijker: De Tijdspringer van Jan Kuipers Alma en Onbedekt van Hessel van der Wal met dank aan de makers. Uitstekend contact (zonder micro) met het aanwezige honderdtal mensen, dat geïnteresseerd luisterde en niet schroomde ons in de pauzes te benaderen, wat ik altijd toejuich.
|
www.janketelaar.nl
Meindert Talma (in column Talma Tikt): POTZ Begin 2001 kreeg ik de in eigen beheer uitgebrachte cd Bargetriennen van Sape Tamsma in mijn handen gedrukt. Op de hoes van de cd keek een begin veertiger met een plukje haar op een verder kaalgeschoren hoofd mij argwanend aan. Hij had wel wat weg van de intense Robert de Niro met hanekam uit Taxi Driver. Een half jaar later was Sape een van de tien artiesten die bij The Negroes en mij optraden in de SRV-wagen als voorprogramma op het Noorderzonfestival. Sape bleek een innemend maar ook wat nerveus heerschap. Hij vertelde me dat zijn echte naam Jan Ketelaar was en dat hij zijn geld verdiende als maker van potzen: serieuze grappen met strekking en moraal. Potzen konden van alles zijn: gedichten, liedjes, documentaires, schilderijen, maar het belangrijkste waren de statische potzen: beelden die veel tijd kostten en ook nog wat geld binnenbrachten. Sape was zeer zenuwachtig voor het optreden. Vooral de zangmicrofoon boezemde hem angst in: ‘Ik kan niks met die verrekte dingen’ (Als ik me niet vergis, heeft Nyk hem later nog een kleine cursus microfoontechniek gegeven). Tijdens het optreden zong een geladen Sape, zijn hoofd een halve meter naast de microfoon, heel zacht, bijna prevelend zijn liedjes, terwijl hij, nauwelijks hoorbaar, op zijn akoestische gitaar tokkelde. Met als resultaat dat dertig Groningers in de SRV-wagen muisstil zaten te luisteren naar Friese teksten als: ‘Kin ek ien fan jim my sizze wêr dit hinne giet? Ik wit it net. Doch mar wat. Sjoch mar wat. Sjong mar wat.’ De volgende jaren werd er steeds minder vernomen van de zingende potzen van Sape Tamsma, maar des te meer van de beeld- en gedichtenpotzen van Jan Ketelaar. Zondag jongstleden vond al weer potz 251200 plaats: een studiedag gemoedelijk bewegen met als thema de identiteit van liefde en gezelligheid. In de kantine van de voormalige machinefabriek Sluis te Drachten opende Ketelaar zijn potz met een typisch Ketelaarpraatje, misschien niet zo gemoedelijk en gezellig als op de Margriet Winter Fair, maar wel zo mooi. ‘Het leven is een geschenk waar je niet om hebt kunnen vragen. Dat is voor veel mensen niet altijd even makkelijk. Ik druk mij hier zachtjes uit. Het lijkt soms zo te zijn dat je een manier moet zoeken om vrede te sluiten met het leven. Dan moet je soms stoppen met zoeken. Het lijkt prettiger te kunnen worden als je een manier weet te vinden om het te omarmen. Welkom op deze studiemiddag gemoedelijk bewegen. Ik zou zo zeggen, bemoei u ermee, neem, bedien, vraag, geef en deel. En wees niet bang. Er zijn hier ook appels, die er wat rot uitzien. Als u zich er aan waagt, zijn ze eigenlijk best lekker. Misschien even schillen. Van zulk praat.’ Hierna droeg Ketelaar drie gedichten voor over hoe je je soms kunt voelen en was ik aan de beurt. Op verzoek van Ketelaar moesten de artiesten het doen zonder microfoon. Dat was gelukkig ook niet nodig, want alle mensen waren mooi stil. Ik begon met het zingen van een nieuw lied dat begint als een genoeglijke zondagmiddag, maar eindigt in potz 146 van dochter Meike. Sneintemiddei stjert stadichoan wei. De frou lêst yn it magazine. De man stiet op en rint nei de box. Dêr leit in hiel moai lyts famke yn. Syn lichem giet omleech en it lytse famke giet omheech. No sil it famke fleane, fleane oer de hiele ierde, sil it famke fleane. De sleauwe sneintemiddei rint oan de ein. Alles is al sein, al hiel faak sein. De frou laket nei de man. It famke tuorket heech boppe syn holle út. Mar de man hâldt it famke hiel goed beet en hy begjint te sjongen. No sil it famke fleane, fleane oer de hiele ierde, sil it famke fleane. It wurdt donker en flarden muzyk komme hieltyd tichterby. In grutte wolk driuwt de keamer binnen en de keamer begjint te triljen. De wolk wurdt grutter en grutter en de frou begjint te gûlen. De man begjint oerstjoer te razen want hy is syn lytse famke kwyt. Sy driuwt fuort yn de himel. No sil it famke fleane, fleane oer de hiele ierde, sil it famke fleane. Rare capriolen, maar gelukkig vloog dochter Meike even later weer het huis in, en viel ze precies in mijn armen. (Uit: Leeuwarder Courant, 24 november 2007) |
![]() |