![]() ![]() |
2007 Kloosterkapel, Sybrandahuis 25 november 2007/zo-mi
>>>> Extatische live-vertolking nieuwste cd Meindert Talma & the Negroes ‘Nu geloof ik wat er in de bijbel staat’ is de titel van de meest recente cd van de bekende formatie Meindert Talma & The Negroes, bestaande uit Meindert Talma(zang, harmonium) Nyk de Vries(gitaar, zang), Jan Pier Brands(grote trom, banjo, mondharmonica, zang) en Janke Brands(basgitaar). De cd telt negen nummers, waar de muzikanten zelf volledig achter staan, getuige hun meer dan extatische live-vertolking van de schijf, zondagmiddag in de Kloosterkapel te Sijbrandahuis.Deze boorde meteen de verwachtingen van het publiek, richting kerkzang – en dienst op koers gebracht door kerkorgelspel van Meindert Talma, de grond in, maar was van een gedrevenheid die meer dan weldadig aandeed.Temidden van zijn bijna shakende collega’s zat Talma zelf tamelijk stoïcijns achter een klein harmonium van Duitse makelij, vanwaar hij de verschillende nummers van commentaar en achtergrondinformatie voorzag. De toelichting op de complete cd, de opnamelocatie ervan en het daar gevonden evangelisatieboekje van dominee Overdijk, waarvan alle aanwezigen een exemplaar kregen uitgereikt, hield hij op de preekstoel, waarop hij met zijn boomlange gestalte bijna het klankbord raakte. In tegenstelling tot wat de titel van de cd doet vermoeden, werden er maar een paar nummers met bijbelse inhoud naar voren gebracht. Een daarvan was ‘Apostel Johannes’, waarin Meindert Talma de ‘wie’-vraag stelde en de rest van de groep het antwoord gaf. Een hele verzameling bijbelse figuren kwam voor in het nummer ‘Dorre beenderen’, dat daarmee het manco aan bijbelse informatie bij de rest van het repertoire in één keer goedmaakte.Het betrof uitsluitend Engelstalig repertoire, dat opklonk in de Nederlandse vertaling van Talma, die zelf steeds de leadzang verzorgde. In dit repertoire kwam Charles Guiteau, de moordenaar van de Amerikaanse president Garfield, voorbij, dook de tegenstelling tussen een vrijgezel meisje en een getrouwd meisje op, zaten enkele gevangenisnummers en werd de legende van John Henry bezongen. De inhoud van laatstgenoemd nummer kreeg heel mooi gestalte middels een instrumentale treinimitatie. Eén van de opvallendste instrumenten binnen het begeleidingsarsenaal was de grote trom, die bij praktisch ieder nummer fel en heftig werd bespeeld door Jan Pier Brands. Hij zorgde voor de nodige vreugde, ook daar
waar het om minder vreugdevolle teksten ging. Het was de mondharmonica, die
er in zo’n geval nog even een vleugje blues aan toevoegde. Gitaar, banjo en
basgitaar vormden samen met het harmonium een prachtig geheel en veelvuldig
bediende men zich al spelend bovendien nog van stevig voetengestamp. Het
leverde zowel auditief als visueel het nodige op en amuseerde het publiek op
dezelfde wijze als het overige lichaamswerk, waarmee de muzikanten hun spel
en zang als het ware illustreerden. Ze gaven zich wat dat betreft tot
uitputtens toe en namen na het laatste nummer volkomen bezweet afscheid van
hun enthousiaste publiek. |
|
>>>>
|