|
Soulman onder de
Friese Vlag
oktober 1999
Dirk Koppes
In zijn liederen bezingt Meindert Talma van de
Negroes zijn dorpsgenoten uit Surhuisterveen, maar in zijn debuutbundel "Dammen met
ome Hajo" en de begeleidende soundtrack-cd stopt de Fries nog meer hilarische
anekdoten; over de SRV-wagen van ome Hajo, Dick Passchier, radiopiraat De Stille Genieter
en dwergpunker de Sekssmurf.
Winston Café, Warmoesstraat, Amsterdam, vrijdagavond
21.44 uur
"En dan wil ik nu een nummer opdragen aan een vriend van ons die er helaas vanavond
op dit feestelijke optreden in de grote stad niet bij kan zijn. Onze Johan heeft ook
altijd wat. Nu is hij weer dood. Onze Johan." Zanger, organist en Fender
Rhodes-bespeler Meindert Talma zet het tragikomische nummer "Onze Johan" in,
waarin ironisch het trieste lot van deze vriend wordt bezongen. Daar heeft Talma weinig
tijd voor nodig, zoals de meeste nummers niet langer dan een handvol minuten duren. Op
kousenvoeten de maat meetikkend gaat de boomlange soulman uit Surhuisterveen zijn
Negroes voor in een set songs, afwisselend gezongen in het Fries en het Nederlands.
Organist Talma, die de fijne kneepjes van het vak leerde bij de Surhuistervener
gospelgroep de Shalom Singers, zingt over zijn vergeefse liefdes, bier, illustere
dorpsgenoten, bier, de edele damsport, eenzaamheid en katers na het vele bier. Moeiteloos
houdt hij de aandacht van het publiek vast met zijn droge oneliners. Ook de wazig kijkende
zoetig stinkende Spaanse toeristen volgen intens de hoekige soulblues van de Negroes.
Talma maakt zijn uitverkiezing door Nieuwe Revu als een van
de beste Nederlandse acts van 1998 en zijn verschijning op De Parade, Crossing Border en
Lowlands waar. Halverwege de set opent hij zijn debuutbundel over zijn jeugd en begint
voor te lezen uit het verhaal. "De mooiste bandjes blijven toch de stembandjes".
Ome Hajo de SRV-man woont een straat verder in Surhuisterveen en de elfjarige Meindert
gaat er graag een potje dammen. Nog nooit heeft Meindert van zijn oom gewonnen en dus
probeert hij deze keer een afleidingstactiek: Hij zet de Grundig-radio op de zender van
radiopiraat De Stille Genieter. "Versmobiel-ondernemer" Hajo onderbreekt
verbaasd zijn donderpreken over de vervloekte vrouw, de boom des levens en de Dolle
Mina's, luistert naar de verrassende bewerking "Mi-his m'n slippie" van Duo X
(vrij naar Pussycats Mississippi) en de radiogroeten van Ellie Vermicellie, Lady
Spinnewiell, pake en beppe Vredesduif en de Zwarte Zigeuner. En dan doet Meindert zijn
meesterzet.
Een arbeiderswoning, Groningen, vrijdagmiddag 12.30 uur
"Laatst ben ik nog in Surhuisterveen geweest, potje dammen met ome Hajo",
vertelt Talma in zijn volgepropte huiskamer. "Hij verslaat me nog steeds. Maar hij
was dan ook tweede bord-speler van TTS, Troch Tinken Sterk." Een tijdje heeft de
zanger zich in het edele bordspel verdiept, zonder resultaat. "Jannes van der Wal was
ook een Fries, maar dat heeft me niets geholpen."
Je oom komt veel in het boek voor, niet altijd even
geflatteerd. Had hij daar geen bezwaren tegen?
"Hij heeft het nog niet gelezen, maar ik verwacht geen problemen. Hoe de rest van het
dorp reageert weet ik nog niet, volgende week geven we met de bandeen optreden in
Surhuisterveen.Dan zullen veel personages in het boek ook aanwezig zijn. Toestemming heb
ik niet gevraagd, sommigen zullen niet blij zijn." Talma heeft niet met zijn
gereformeerde jeugd willen afrekenen, verzekert hij. "Ik ben geen Maarten 't Hart die
in wrok terugkijkt. Ik heb mijn dorpsgenoten niet willen afzijken, maar mensen willen
laten zien in hun kleinheden."
De zanger vindt zichzelf niet beschadigd door zijn jeugd. Zijn vader ging twee keer op
zondag naar de kerk, dominee Bieleman was een held. Talma's wereld bestond uit de Muzikale
Fruitmand, Dick Passchiers Spel zonder Grenzen, jongerenkoor De Shalom Singers (onderdeel
van dominee Bielemans De Jonge Kerk in Actie), korfbal, de NCRV-gids en de Sekssmurf (de
enige dwergpunker van Friesland).
Na een moeizame start met blokfluit - hij kreeg er alleen
vals gepiep uit - mocht Meindert van zijn ouders op orgelles. Thuis hadden ze een
Johannes-orgel, met pedalen. Hij laat een foto zien waar hij als lange slungel thuis zit
te spelen. Als dertienjarige was hij al 1,95 meter lang, koppen groter dan zijn
klasgenootjes. Die noemden hem fijnzinnig "Meindert het Paard", wat later
gelukkig veranderde in "Langpoot". "Nadat ik al mijn orgeldiploma's binnen
had, had ik genoeg van die shit. Maar ik bleef pingelen en ging liedjes schrijven."
Lou Reed, Johnny Cash en Syd Barrett, de zanger van Pink Floyd waren zijn grote
voorbeelden. Na lang klooien in zijn eentje - kandidaat-bandleden vonden zijn composities
"mooi maar te apart" - vormt hij sinds 1996 een vaste combinatie met de Negroes.
Eigenlijk dachten zijn ouders dat Meindert na zijn
geschiedenisstudie in Groningen leraar zou worden, maar muzikant vonden ze ook wel mooi.
"Als er in mijn liedteksten maar niet wordt gevloekt." Eigenlijk is hij met zijn
songs en verhalen een historicus van een bepaalde periode en streek, "zeg maar de
Friese Wouden in de jaren zeventig en tachtig." Talma is de bepalende figuur bij de
Negroes, hij maakt alle teksten en muziek. Enthousiast haalt hij zijn spullen te
voorschijn, een Philicorda-orgel, een prehistorische Korg Synthesizer, een Yamaha
Electrone ME-50 en natuurlijk een Fender Rhodes. Zijn spreektempo verdubbelt als het over
muziek gaat, buiten het podium is de laconieke zanger niet zo'n grote prater.
Talma is een slowstarter, zowel in de literatuur als in de muziek. Hij schreef als
redacteur van het Fries-Nederlandse tijdschrift De Blauwe Fedde, maar de uitgeverijen aan
de Amsterdamse grachtengordel liet hij links liggen. Onderkoeld: "Ik begin gewoon in
Groningen. Mijn eerste cd (Hondert Punten, dk) gaf ik in eigen beheer uit, de tweede
(Ferhûddûker, dk) bij Konkurrent, en "Dammen met Ome Hajo" bij
Excelsior."
Het idee voor "Dammen met ome Hajo" ontstond toen
Talma in 1997 begon met het vertellen van verhalen voor de lokale Groningse etherpiraat
Nightrider. Uitgeverij Passage vroeg hem na een optreden op Eurosonic (het Groningse
festival voorafgaand aan Noorderslag) of hij die verhalen wilde publiceren.
Platenmaatschappij Excelsior deed mee met een cd van de Negroes, een soort gelijknamige
soundtrack met oude en kersverse nummers voor het boek.
Verschillende verhalen hebben als motto een liedtekst meegekregen. Het geheel werd een
collectie liederen en verhalen rond ome Hajo en Meinderts loopbaan in de muziek.
Talma ziet het niet als een nadeel om als schrijver of band vanuit Groningen te opereren.
De Kast heeft het ook gehaald - "we zijn wel meer underground dan die mainstream
shit, Radio Fryslân weigerde onze "te aparte" muziek te draaien" - en Skik
zit ook nog in Drenthe. "Toch vallen wij niet onder het kopje regiopop, al zing ik
sommige nummers in het Fries." Na een lange stilte: "Ik ben een buitenstaander,
daar heb ik geen moeite mee."
Bij Talma &His Negroes geen Friese vlag op het podium?
"Fries is geen nationaliteit. In Friesland liggen mijn roots, maar wij spelen geen
Friese pop. Revanche van de provincie? Daar houd ik me niet mee bezig. De nummers gaan
over mensen uit Friesland, maar ik woon al tien jaar in Groningen. Pas op de basisschool
heb ik Nederlands geleerd. Dat Fries werkt nog steeds door. Ik spreek nog steeds elke dag
Fries, ook met de bandleden. Denken doe ik bijna altijd in het Fries, en vloeken. De
emoties uit je in het Fries, voor mij toch directer en smeuïger. Liever: "Oh
Rinskje, ik kin dy wol fergrieme" dan "ik houd van jou". |
|
Terug naar
pers-overzicht |