Vrij Nederland

Meindert Talma: Van Friesland naar Groningen

6 november 1999
Harm Ede Botje

Meindert Talma: "Dat we nu in Paradiso spelen is wel mooi, ja." Talma is twee meter lang, Fries en zwijgzaam. Hij is met zijn band The Negroes de tweede Friese popgroep die over de provinciegrenzen heen bekendheid krijgt. De Kast ging hem voor. Maar uiteraard wil Talma zichzelf niet vergelijken met de succesvolle streekgenoten. "Zij hebben een geluid dat aanslaat bij de massa. Hun teksten gaan over grote gevoelens, zijn nogal pretentieus. Zo ben ik niet. Ik zing over kleine dingen. En ik denk ook niet dat onze muziek bestemd is voor een groot publiek."

Talma met er trouwens ook niet aan denken om wereldberoemd te worden. Hij heeft het nu al moeilijk met alle aandacht na het verschijnen van het boek Dammen met ome Hajo, dat twee maanden geleden uitkwam. In het boek beschrijft hij zijn jeugd in het Friese dorp Surhuisterveen. "Ik ben daar niet zo goed in, hoor, in al die interviews en zo." Aan de andere kant vindt hij het 'best wel mooi' dat hij op een zaterdagmiddag in de boekwinkel van zijn dorp een signeersessie heeft gehad. "Er werden daar enkele tientallen boeken verkocht." Bij het boek is een gelijknamige cd uitgekomen als soundtrack, lekker in het gehoor liggende popmuziek met ouderwetse gitaarsolo's, een jankend orgeltje en gevoelige nummers. Hier en daar zijn invloeden te horen van de vroege Pink Floyd en Lou Reed.

In de nummers figureren bekende mensen uit Surhuisterveen zoals Dikke Paulus, die vaak dronken is en zijn dagen vult met het aanvragen van plaatjes bij radiopiraat De Stille Genieter. Of oom Hajo, de SRV-man die de geldzaken regelt van de vrouwen uit het dorp. Dronken worden op Strandheem is het jaarlijkse hoogtepunt van Surhuister jeugd. "Beetje dronken, een beetje zwemmen, een beetje blote tieten, een beetje pissen, een beetje ijsco eten, een beetje frisbeeën," zingt Talma.

In zijn jeugd ging hij naar de gereformeerde kerk. Hij leerde orgel spelen bij muziekleraar Oebele Bosma, was stiekem verliefd op diens dochter en lid van korfbalvereniging It Fean. "Bij ons in Surhuisterveen was niets te doen," zegt Talma. "Geen jongerencentrum, niets. Ik maakte wel zelf muziek, die ik dan op cassettebandjes zette. Maar ik wist niet wat ik er verder mee moest. Er was niemand om een bandje mee te beginnen. In het dorp was ik een aparte. Ik luisterde zo'n beetje als enige naar de VPRO-radio, waar in programma's als Spleen duistere punkmuziek werd gedraaid." Op de lagere school waren De Shalom Singers zijn belangrijkste muzikale inspiratiebron, het gospelkoor dat op zondag in de gereformeerde kerk zong. De komst van de zingende jongeren betekende voor de kerkgangers een kleine revolutie, velen van hen hadden nog nooit een drumstel gezien. "De Shalom Singers gebruikten melodieën van Bob Dylan en The Beachboys. Dat vond ik toen prachtig. Had ik nog nooit gehoord," zegt Talma

Na de kerk op zondagmorgen draaide zijn vader de plaat Zingend van Christus van de Shalom Singers en daarna The Best of Johnny Cash, omdat Meindert daar zo van hield. "Ik pakte de hoes van de plaat," schrijft Talma in zijn boek "En ik keek naar die man in het zwarte pak met dat zwarte haar en die koele blik in zijn ogen en die zwarte gitaar, die hij zo mooi in zijn handen had en ik dacht: er is er niet een die zo mooi kan zingen als Johnny Cash."

Inmiddels woont Talma al tien jaar in Groningen. Hij studeerde er geschiedenis en speelt sinds vier jaar in bandjes. Naar de kerk gaat hij niet meer en de dochter van de orgelleraar heeft hij nooit meer gezien.

Een optreden van Meindert Talma en the negroes is niet echt een spetterende vertoning. Op het podium van de bovenzaal van Paradiso staan vier muzikanten. Ze bewegen nauwelijks. "Ja, hallo, ik ben Meindert Talma en dit zijn de negroes. Wij komen uit het noorden," zegt de zanger ter introductie. En dan beginnen ze te spelen. Meindert Talma zit achter het orgel waaronder zijn lange benen uitsteken. Zijn schoenen heeft hij uitgedaan. "Het liefst zou ik jullie niet aan willen kijken. Had ik maar een zonnebril," zegt Talma halverwege het concert.

De tekst van het nummer "Oester" is hem op het lijf geschreven: "Ik doe tegen niemand een bek open, ik laat ze rustig kankeren en ik geef geen sjoege. Ik ben zo gesloten als een oester." Is het niet ongemakkelijk om zo verlegen en gesloten te zijn in de popbusiness? "Nou, dat valt wel mee," zegt Talma. "Op het podium ben ik meester over mijn eigen situatie. Daar voel ik me beter op mijn gemak dan in het dagelijkse leven."

Terug naar
pers-overzicht