Provinciale Zeeuwse Courant

Talma charmeert met wringende teksten

4 februari 2000
Ernst Jan Rozendaal

Afgelopen zaterdag traden Meindert Talma & The Negroes op in 't Beest in Goes. Midden op het podium gezeten, zonder sokken achter zijn orgeltje, presenteerde Talma onhandig en droogkomisch zijn liedjes met droogkomische en vaak onhandige teksten. "Het volgende nummer heet 'In mijn hoofd'. Het gaat over alle dingen die in mijn hoofd zitten. Maar je kunt ook meezingen. Als je dan zingt 'In mijn hoofd', gaat het ook over de dingen in jouw hoofd."

Hij doet een beetje aan Herman Finkers denken. Net als de Twentse cabaretier is Talma (Surhuisterveen, 1968) zo nuchter en verlegen dat wat hij doet vanzelf grappig lijkt te worden. Dat geldt voor zijn aankondigingen, voor zijn liedjes en voor zijn verhalen. Want behalve popmuzikant is Talma ook schrijver. Onlangs debuteerde hij met de roman 'Dammen met ome Hajo'. Tegelijkertijd verscheen, onder dezelfde titel, zijn derde cd. De soundtrack van het boek.

Het boek gaat over Talma's jeugdjaren in Surhuisterveen, een dorp in de Friese Wouden, en de eerste maanden dat hij als student in Groningen verblijft. Daar woont hij nog steeds en daar komen de Negroes vandaan, hoewel het een band is van louter Friezen. Alleen het eerste hoofdstuk speelt later. Daarin verhaalt Talma hoe hij in Surhuisterveen komt voorlezen en zingen voor de plaatselijke afdeling van de Nederlandse Christelijke Vrouwen Bond. Hij heeft net twee cd's uitgebracht, 'Hondert punten' en 'Ferhûddûker'. Hij heeft de uitnodiging van de NCVB aangenomen, omdat hij weet dat het de enige gelegenheid is een keer op te treden voor zijn ome Hajo. Na het vertellen van een verhaal dat nogal plompverloren eindigt ("Dit was het verhaal, bedankt") gaat hij achter zijn keyboard zitten om 'Het Negroeslied' uit te voeren. "Dû moast lûder sjonge", roept ome Hajo na één couplet. "Dû komst net boppe it oargel út!" (Je moet harder zingen. Je komt niet boven het orgel uit). Waarna het hoofdstuk eindigt met: "Komt in orde," zeg ik. "Het volgende nummer, tevens laatste nummer voor de pauze, is geïnspireerd op een man die mij zonet interrumpeerde. Ik heb het natuurlijk over de versmobiel-ondernemer."

Het tweede hoofdstuk heet 'De geheimen van de slimme SRV-man' en begint met het liedje 'Versmobiel-ondernemer':

ik ben een versmobiel-ondernemer
met de kar vol zuivelprodukten
maak ik iedereen gelukkig
de vrouwen vertrouwen mij allemaal
bij de een hou ik een ouwehoerverhaal
bij de ander ben ik wat sneller klaar (...)
een klap op het kontje, een kusje op het mondje
een kaartje voor iemand in het ziekenhuis
een fruitmandje voor de zieke thuis
maar het is niet altijd feest, zo ben ik laatst
op een dag nog bij drie begrafenissen geweest
ja, want dat is ook de taak van de versmobiel-ondernemer

Natuurlijk staan zowel 'Het Negroeslied' als 'Versmobiel-ondernemer' op de cd 'Dammen met ome Hajo'. Wie voor het eerst een liedje hoort, op cd of in de zaal, denkt dat hij niet kan zingen en dat zijn band the Negroes zojuist in de oefenruimte bij elkaar is gekomen. Wie het boek van Meindert Talma begint te lezen, denkt aanvankelijk dat hij niet kan schrijven.

In het hierboven geciteerde liedje (en andere op de cd) stikt het van de regels met meer lettergrepen dan het ritme van het liedje toelaat. Geen probleem, Talma frommelt ze er in de zang gewoon tussen. De muziek is simpel. Drums, bas, gitaar en een hoofdrol voor Talma's swingende jaren zestig-orgeltje. En dan gebeurt het wonderlijke. Na twee keer luisteren is het liedje niet meer uit het hoofd weg te branden. De melodie is pakkend, de swing onstuitbaar en juist de wringende teksten blijken een eigen charme te hebben. Je moet er wel voor in de stemming zijn.

Verder lezend moet ook het oordeel over Talma's schrijfcapaciteiten woren herzien. Wat oneindigheid leek, verhaaldraden zonder pointe, blijken handige opzetjes om de lezer in de roman te trekken. Subtiele herhalingen brengen structuur aan in het boek, de meligheid begint te wennen en is halverwege de roman onweerstaanbaar grappig geworden. Voorbeeld: Ik belde aan. Ome Hajo deed de deur open. 'Meindert...Dû hoechst hjir ek net mear te kommen (Je hoeft hier ook niet meer te komen)...'
'Hoesa', zei ik verbaasd.
'Dû bist der ommers al! (Je bent er immers al) Ha ha ha! Poeperdepoep!'
Talma doet zich veel onhandiger voor en naïever voor dan hij is. En mocht hij toch de kluns zijn die hij beschrijft, dan weet hij zijn karakter meesterlijk uit te buiten. In 't Beest wist Talma zaterdag eventuele twijfelaars aan zijn literaire vermogen over de streep te trekken door zijn optreden te onderbreken voor het voorlezen van een hoofdstuk uit 'Dammen met ome Hajo'. Het hilarische verhaal liep als een trein, zelfs de broodnuchtere voordracht kon het niet kapot krijgen.

Vanwege de geraffineerde opzet doet de lezer er goed aan te twijfelen aan het autobiografische karakter van het boek dat met het eerste hoofdstuk extra is onderstreept. Talma's jeugdherinneringen vormen ongetwijfeld de basis van de roman, maar de schrijver in hem heeft ze aangepast en aangescherpt. Zo is een liefdevol en humoristisch portret ontstaan van een Friese dorpsgemeenschap in de jaren zeventig en tachtig, met ome Hajo als een van de kleurrijkste figuren.

Het boek gaat nauwelijk ergens over: dammen met ome Hajo, korfballen, bezoekjes aan de disco, radiopiraat De Stille Genieter, een hopeloze verliefdheid, het zijn nostalgische jeugdherinneringen met een vleugje tragiek.
Een dubbele bodem heeft Talma's roman niet, nergens pretendeert hij literatuur te maken.

Zoals Talma in zijn muziek teruggaat naar de jaren zestig en zeventig, grijpt hij in zijn roman terug op (vooral) de jaren zeventig. In zijn pamflet 'De nieuwe Revisor' maakte schrijver Jeroen Brouwers twintig jaar geleden korte metten met de 'jongetjesliteratuur' van Guus Luijters, Henk Spaan en consorten, een 'praksel van (...) mafkezerij, schoolagendagedachten en jongensbluf, van lache geblaze en 'gewoon doen'. Mijn oma bakt met Croma'. Met een uit de jaren negentig stammend gevoel voor camp borduurt Talma voort op die literatuur vol jeugdherinneringen uit de jaren zeventig. Kennelijk beleeft dat tijdperk niet alleen een revival in de muziek, maar ook in de literatuur. Het mag weer en - eerlijk is eerlijk - het is nog leuk ook.

Terug naar
pers-overzicht