![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
EXTRAVERTE FRIEZEN 6 januari 2001
Twee tieners bestormen met een onverstaanbaar liedje de
hitparades, en het alternatieve popcircuit is blij verrast met een droge
Surhuisterveenster en z'n Negroes. Tweetaligheid vergroot de aandacht voor Friese musici,
dichters en schrijvers. 'Kruisbestuiving tussen het Fries en het Nederlands kan heel wat
wonderlijks opleveren.' Geen trendy hiphop, mellow, techno, rap, grunge of garagerock, maar sinds Elly en Rikkert niet meer gehoorde zoetgevooisde vocalen, bloemenmuziek en zwijmelfolk. Mirjam Timmer (18) en Johan van der Veen (19), afkomstig uit Warga (nabij Leeuwarden), zijn Twarres. Hun rolverdeling is simpel. Mirjam zingt en speelt akoestische gitaar, Johan zingt ook en haakt z'n duimen in de zijzakken van z'n spijkerbroek. Wêr bisto?, hun ijle, Friestalige luisterliedje, was in Nederland de best verkochte single van december:scholieren van acht tot achttien vallen massaal voor het onschuldige nummertje en de al even onschuldige act. Ook in België stonden de twee tieners vorige week op de hoogste plaats in de hitparade. 'Praat mar Frysk!' roept iemand als Mirjam het
eerste nummer in het Nederlands aankondigt. Maar Twarres bedient zich net zo makkelijk van
het Engels. Hun eerste cd, die in maart verschijnt en waarvan de opnames voor kerst
moesten zijn afgerond, bevat veel Engelstalige liedjes. Eigen nummers, maar ook covers van
de Terschellinger bard Hessel. Kollum wil natuurlijk Wêr bisto? horen. Het
liefst meteen en het liefst zo vaak mogelijk. Al na acht minuten is het zo ver. Een brede
lach bij Mirjam: iedereen brult onmiddellijk mee. 'Ik versta niet alles,' zegt een meisje.
'Maar dat geeft niet. Het is zó puur.' Net als Mirjam heeft ze een Wêr bisto? is alweer een bres in de muur die Friesland vanouds scheidt van de rest van het land. Deze eerste Friestalige nummer één hit ooit maakt Twarres nog succesvoller dan De Kast, die andere Friese hitparadegroep met fans in de Randstad. Ook Friese dichters en schrijvers trekken de aandacht, al dan niet in het kielzog van ijsjolijt en beerenburg (It kin net), zeilkamp, skûtsjesilen en niet te vergeten SC Heerenveen. De meest eigenzinnige provincie van Nederland is geen gesloten boek meer. Conservatieve 'frysksinnigen' die het isolement van hun 'memmetaal' koesteren, mogen van een jongere generatie kunstenaars naar het rusthuis. Tweetaligheid is het nieuwe credo. Juweeltje Apart, apart. De muziek van de twee meter lange Meindert Talma (32) klinkt hier en daar wat krakkemikkig, de zang wat vals, maar bij nader inzien blijkt menige song een juweeltje. Eerst is het publiek ten prooi aan verwarring. Wat is dit? Geen stadionrock, maar hobbyrock. 'Het lijkt op Gruppo Sportivo,' weet een oudere bezoeker na lang nadenken. 'Wonderlijke liedjes met intrigerende invalshoeken,' schreef Oor. 'Prachtig wereldvreemd sfeertje,' vond de Volkskrant. Liefhebbers van misplaatste vergelijkingen kunnen aan Talma hun hart ophalen. Is Twarres de Clannad van Warga, dan zijn Meindert Talma en zijn vrienden de Velvet Underground van Surhuisterveen. Of de R.E.M. van het Noorden. Drenthe heeft Skik, Limburg Rowwen Hèze, en Frieser dan het onwaarschijnlijke multitalent Meindert Talma kan niet. Combineer kurkdroge humor met dorpse hartstocht, ziedaar het geheime wapen waarmee Friesland de afgelopen jaren de connaisseurs van het alternatieve popcircuit voor zich innam. Een Friese fundi is hij allesbehalve: Talma zingt ook in het Nederlands en Engels. In korte, catchy liedjes toont hij zich wars van grote gevoelens en pathetiek. Zijn teksten zijn eenvoudige, onderkoelde beschrijvingen van gewone mensen en alledaagse gebeurtenissen. 'Onze Johan/onze Johan die heeft ook altijd wat/nu is ie weer dood onze Johan.' Behalve muzikant is Talma ook de schrijver van de kolderieke roman Dammen met Ome Hajo. Deze schets van het dorpsleven en zijn jeugd in de jaren zeventig en tachtig in het gereformeerde Surhuisterveen, bij Drachten, is in het Nederlands geschreven maar heeft Friestalige dialogen. Als de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen, hoeft dat geen probleem te zijn voor wie 's Rijks tweede taal niet beheerst: 'Met een slokje op begrijpen de meeste mensen het wel.' In zijn huiskamer in Groningen. Pakjestouw voorkomt dat z'n
gammele, vervaarlijk hellende boekenkast boven op de viersporenrecorder valt waarmee hij
z'n eerste nummers opnam. Talma zegt dat hij de dorpsfiguren uit Surhuisterveen in zijn
boek niet Nederlands kon laten praten, want in het echt deden ze dat ook niet. 'Maar de
rest is niet in het Fries geschreven. Ik heb veel fans buiten de provincie.' Hij is niet
iemand 'die het Fries Wel maakt hij met bandlid Nyk de Vries - ook schrijver - een eigen Fries literair tijdschrift, De Blauwe Fedde. Daarin trekken in lange interviews allerhande Showroom-achtige types uit de Friese Wouden voorbij ('zoals een geheime-zenderman en de Friese Heino'). Toen er kritiek kwam op het slechte Fries in het blad, deed Talma een cursus. 'Als je Fries schrijft, moet het wel een beetje goed.' 'Veel stedelingen komen uit een dorp en missen op een of andere manier hun roots. Een dorp zit vol geheimen uit het verleden. Zoals in Twin Peaks,' probeert hij de waardering te verklaren. Zijn dorpsboek is in alles de tegenpool van Hoe God verdween uit Jorwerd van successchrijver Geert Mak. Bij Talma geen doem, leegloop en kaalslag, maar de warme gloed van jeugdherinneringen. Geen sombere sociologie maar de doeltreffende levensfilosofie van de versmobielondernemer: 'Als SRV-man stuur je altijd recht op het succes aan'. Sommige recensenten vonden het een verademing een boek van een gereformeerd opgevoede schrijver onder ogen te krijgen waarin wat luchtiger werd gedaan over een verleden vol hele en halve dominees. Zijn literaire helden zijn John Fante, Jack Kerouac, Charles Bukowski en Louis-Ferdinand Céline. 'Het vitale er in spreekt mij aan.,' Tweetaligheid is voor Meindert Talma vanzelfsprekend. Maar in de Friese literaire cultuur moet het allemaal nog worden bevochten. Een voorbeeld van doorbraakkunst van een heel ander type levert dichteres en schrijfster Albertina Soepboer. De 31-jarige Friezin uit Holwerd woont net als Talma in Groningen. Ze publiceert in het Fries en het Nederlands. Bij uitgeverij Passage verschijnt dit voorjaar haar tweede Nederlandstalige dichtbundel, De Dieptering gedoopt. Regelmatig is ze op pad om voor te lezen, op festivals of zoals vanavond voor een gezelschap kunstenaars en cultuurgenieters in een huiskamer aan de beboste rand van het dorpje Twijzelerheide. Twee keer per jaar vindt hier in de beste rederijkerstraditie zo'n ontmoeting van talenten plaats. Simmer 2000 Later, in een Gronings etablissement, distantieert Soepboer zich van de zogenoemde 'Diepfriezen', die het Fries verabsoluteren en iedereen wantrouwen die gaten schiet in de waterscheiding tussen Friesland en de rest van de natie. 'Taal is mijn middel, niet mijn doel. Ik ben schrijver, geen Fries schrijver,' verklaart ze. Het Provinsjehûs in Leeuwarden lijdt volgens Soepboer aan een 'Calimero-complex'. De ambtenarij daar is getraind op het 'instandhouden van het Fries in splendid isolation.' Op die manier overleeft de taal niet, zegt ze. 'Als je iets overbeschermt, is het op den duur niet meer levensvatbaar. Dan eet het zichzelf op. De deuren moeten open. Er moet veel meer wisselwerking en kruisbestuiving komen tussen Fries en Nederlands, dat kan heel wat wonderlijks opleveren. Maar de Friese bureaucratie is moeilijk in beweging te krijgen. Straks subsidiëert ze alleen nog dode schrijvers.' Met haar eigen gedichten slaat ze andere wegen in. Ze was in Galicië, waar ze in de sporen trad van een dichteres die zowel Spaans als Galicisch schreef. 'O, dacht ik, er zijn dus meer mensen die tweetalig werken.' Ze was in Baskenland, 'waar ook een permanente identiteitscrisis woedt'. En in Ierland, in Dublin, waar ze onderzoek deed voor een historische roman over Ierse monniken die in de zevende eeuw naar Friesland voeren om er het evangelie te verkondigen. 'Ook in Friesland moeten we op politiek niveau praten over tweetaligheid in het onderwijs en de literatuur,' heeft Soepboer van haar omzwervingen geleerd. 'Hoe kan je het kasplantje kansen geven? Op school is het Fries nu niets. Het is "iets voor erbij". Dat is dus precies het bewustzijn dat je de kinderen meegeeft.' 'Mega-auteurs' Deze schrijvers staan in Friesland te boek als 'mega-auteurs' en literatuurvernieuwers. Uitgever Reinjan Mulder van De Geus, voormalig literatuurcriticus van NRC Handelsblad: 'In ons fonds zijn we bewust op zoek naar literatuur die niet aan de Randstad gebonden is. We willen geluiden laten horen van buiten de grachtengordel. Behalve allochtone Nederlandse auteurs brengen we ook "noordelijke" literatuur die vroeger als onverkoopbaar gold, uit bijvoorbeeld Polen en Denemarken.' De kentering in het aanzien van de Friese literatuur begon volgens Mulder met het optreden van de dichter Tsjêbbe Hettinga op de Frankfurter Buchmesse in 1993. 'In de Nederlandse delegatie zat een voor ons onbekende Fries, zomaar naast Cees Nooteboom. We deden er wat lacherig over, maar dat was na zijn indrukwekkende optreden snel voorbij.' Hettinga's bekendste bundel, Frjemde Kusten ('Vreemde Kusten'), is in het Fries/Engels en Fries/Nederlands uitgegeven. Zijn hypnotiserende voordracht is op cd te beluisteren. Gerard Tonen is directeur van schouwburg De Harmonie in Leeuwarden. 'De Friese taal en cultuur zjin helemaal in,' ziet hij. De verklaring? 'Alles is eenheidsworst geworden, en toevallig hebben we hier nog een stukje worst dat anders smaakt. Friezen overwinnen hun provinciale terughoudendheid en handelen nu vanuit een soort trots. De oude geslotenheid verdwijnt, het extraverte wordt opgezocht. Oude vormen en gedachten moeten sterven, zoals we weten van de Internationale.' Op 6 januari speelt Twarres op het bekende Groninger popfestival Noorderslag. Op hun internetsite (www.twarres.net) regent het felicitaties met het succes van Wêr bisto? De mooiste bijdrage: Wêr bisto? doet denken aan het nationaal dictee der Nederlandse taal: ook onbegrijpelijk.' De tekst is moeilijk te verstaan, vindt ook een inzender uit België. Maar de muziek klinkt 'alsof een engeltje met uw trommelvliezen speelt'. |