Elsevier

EXTRAVERTE FRIEZEN
Het merkwaardige succes van Twarres,  Meindert Talma & the Negroes en het kasplantje van Albertina Soepboer

6 januari 2001
Abe de Vries

boxem-reyer04m.jpg (27747 bytes)
© foto: Reyer Boxem

Twee tieners bestormen met een onverstaanbaar liedje de hitparades, en het alternatieve popcircuit is blij verrast met een droge Surhuisterveenster en z'n Negroes. Tweetaligheid vergroot de aandacht voor Friese musici, dichters en schrijvers. 'Kruisbestuiving tussen het Fries en het Nederlands kan heel wat wonderlijks opleveren.'

Er zijn nog hoekjes Nederland waar het sommige grote telefoonmaatschappijen maar niet lukt een fatsoenlijk mobiel signaal aan te bieden. Zoals de afgelegen streek rond Kollum, bij het Lauwersmeer. Het dorp telt zesduizend inwoners, twee cafés en It Span. In dit tot discotheek verbouwde kerkje, waar meestal stevig stampwerk klinkt, treedt deze keer Twarres op.

Geen trendy hiphop, mellow, techno, rap, grunge of garagerock, maar sinds Elly en Rikkert niet meer gehoorde zoetgevooisde vocalen, bloemenmuziek en zwijmelfolk. Mirjam Timmer (18) en Johan van der Veen (19), afkomstig uit Warga (nabij Leeuwarden), zijn Twarres. Hun rolverdeling is simpel. Mirjam zingt en speelt akoestische gitaar, Johan zingt ook en haakt z'n duimen in de zijzakken van z'n spijkerbroek. Wêr bisto?, hun ijle, Friestalige luisterliedje, was in Nederland de best verkochte single van december:scholieren van acht tot achttien vallen massaal voor het onschuldige nummertje en de al even onschuldige act. Ook in België stonden de twee tieners vorige week op de hoogste plaats in de hitparade.

'Praat mar Frysk!' roept iemand als Mirjam het eerste nummer in het Nederlands aankondigt. Maar Twarres bedient zich net zo makkelijk van het Engels. Hun eerste cd, die in maart verschijnt en waarvan de opnames voor kerst moesten zijn afgerond, bevat veel Engelstalige liedjes. Eigen nummers, maar ook covers van de Terschellinger bard Hessel. Kollum wil natuurlijk Wêr bisto? horen. Het liefst meteen en het liefst zo vaak mogelijk. Al na acht minuten is het zo ver. Een brede lach bij Mirjam: iedereen brult onmiddellijk mee. 'Ik versta niet alles,' zegt een meisje. 'Maar dat geeft niet. Het is zó puur.' Net als Mirjam heeft ze een
glinsterend steentje gepiercet bij haar onderlip. Ze is uit Amsterdam met een paar vriendinnen naar het hoge Noorden gekomen, 'speciaal voor Mirjam'.

Wêr bisto? is alweer een bres in de muur die Friesland vanouds scheidt van de rest van het land. Deze eerste Friestalige nummer één hit ooit maakt Twarres nog succesvoller dan De Kast, die andere Friese hitparadegroep met fans in de Randstad. Ook Friese dichters en schrijvers trekken de aandacht, al dan niet in het kielzog van ijsjolijt en beerenburg (It kin net), zeilkamp, skûtsjesilen en niet te vergeten SC Heerenveen. De meest eigenzinnige provincie van Nederland is geen gesloten boek meer. Conservatieve 'frysksinnigen' die het isolement van hun 'memmetaal' koesteren, mogen van een jongere generatie kunstenaars naar het rusthuis. Tweetaligheid is het nieuwe credo.

Juweeltje
Pijpenlaatje aan een Harlinger gracht. Avondje 'uneasy listening' naar Meindert Talma & the Negroes. Nyk de Vries drumt, Jan Pier Brands beroert de gitaar. Een bezonnebrilde Engelse havenarbeider, dronken, toont bijzondere belangstelling voor de blote buik van bassiste Janke Brands. Zanger, toetsenist en componist Meindert Talma bekent: 'Ik zou graag willen dat ik niet steeds/hoef te denken over mijn leven/het zou denk ik beter gaan als we allemaal/een heel klein beetje simpel waren'.

Apart, apart. De muziek van de twee meter lange Meindert Talma (32) klinkt hier en daar wat krakkemikkig, de zang wat vals, maar bij nader inzien blijkt menige song een juweeltje. Eerst is het publiek ten prooi aan verwarring. Wat is dit? Geen stadionrock, maar hobbyrock. 'Het lijkt op Gruppo Sportivo,' weet een oudere bezoeker na lang nadenken. 'Wonderlijke liedjes met intrigerende invalshoeken,' schreef Oor. 'Prachtig wereldvreemd sfeertje,' vond de Volkskrant. Liefhebbers van misplaatste vergelijkingen kunnen aan Talma hun hart ophalen. Is Twarres de Clannad van Warga, dan zijn Meindert Talma en zijn vrienden de Velvet Underground van Surhuisterveen. Of de R.E.M. van het Noorden.

Drenthe heeft Skik, Limburg Rowwen Hèze, en Frieser dan het onwaarschijnlijke multitalent Meindert Talma kan niet. Combineer kurkdroge humor met dorpse hartstocht, ziedaar het geheime wapen waarmee Friesland de afgelopen jaren de connaisseurs van het alternatieve popcircuit voor zich innam. Een Friese fundi is hij allesbehalve: Talma zingt ook in het Nederlands en Engels. In korte, catchy liedjes toont hij zich wars van grote gevoelens en pathetiek. Zijn teksten zijn eenvoudige,  onderkoelde beschrijvingen van gewone mensen en alledaagse gebeurtenissen. 'Onze Johan/onze Johan die heeft ook altijd wat/nu is ie weer dood onze Johan.'

Behalve muzikant is Talma ook de schrijver van de kolderieke roman Dammen met Ome Hajo. Deze schets van het dorpsleven en zijn jeugd in de jaren zeventig en tachtig in het gereformeerde Surhuisterveen, bij Drachten, is in het Nederlands geschreven maar heeft Friestalige dialogen. Als de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen, hoeft dat geen probleem te zijn voor wie 's Rijks tweede taal niet beheerst: 'Met een slokje op begrijpen de meeste mensen het wel.'

In zijn huiskamer in Groningen. Pakjestouw voorkomt dat z'n gammele, vervaarlijk hellende boekenkast boven op de viersporenrecorder valt waarmee hij z'n eerste nummers opnam. Talma zegt dat hij de dorpsfiguren uit Surhuisterveen in zijn boek niet Nederlands kon laten praten, want in het echt deden ze dat ook niet. 'Maar de rest is niet in het Fries geschreven. Ik heb veel fans buiten de provincie.' Hij is niet iemand 'die het Fries
onder de mensen wil brengen als het evangelie'. Fries of Nederlands, het is maar net hoe het uitkomt en in welke taal hij een inval krijgt.

Wel maakt hij met bandlid Nyk de Vries - ook schrijver - een eigen Fries literair tijdschrift, De Blauwe Fedde. Daarin trekken in lange interviews allerhande Showroom-achtige types uit de Friese Wouden voorbij ('zoals een geheime-zenderman en de Friese Heino'). Toen er kritiek kwam op het slechte Fries in het blad, deed Talma een cursus. 'Als je Fries schrijft, moet het wel een beetje goed.'

'Veel stedelingen komen uit een dorp en missen op een of andere manier hun roots. Een dorp zit vol geheimen uit het verleden. Zoals in Twin Peaks,' probeert hij de waardering te verklaren. Zijn dorpsboek is in alles de tegenpool van Hoe God verdween uit Jorwerd van successchrijver Geert Mak. Bij Talma geen doem, leegloop en kaalslag, maar de warme gloed van jeugdherinneringen. Geen sombere sociologie maar de doeltreffende levensfilosofie van de versmobielondernemer: 'Als SRV-man stuur je altijd recht op het succes aan'. Sommige recensenten vonden het een verademing een boek van een gereformeerd opgevoede schrijver onder ogen te krijgen waarin wat luchtiger werd gedaan over een verleden vol hele en halve dominees. Zijn literaire helden zijn John Fante, Jack Kerouac, Charles Bukowski en Louis-Ferdinand Céline. 'Het vitale er in spreekt mij aan.,'

Tweetaligheid is voor Meindert Talma vanzelfsprekend. Maar in de Friese literaire cultuur moet het allemaal nog worden bevochten. Een voorbeeld van doorbraakkunst van een heel ander type levert dichteres en schrijfster Albertina Soepboer. De 31-jarige Friezin uit Holwerd woont net als Talma in Groningen. Ze publiceert in het Fries en het Nederlands. Bij uitgeverij Passage verschijnt dit voorjaar haar tweede Nederlandstalige dichtbundel, De Dieptering gedoopt. Regelmatig is ze op pad om voor te lezen, op festivals of zoals vanavond voor een gezelschap kunstenaars en cultuurgenieters in een huiskamer aan de beboste rand van het dorpje Twijzelerheide. Twee keer per jaar vindt hier in de beste rederijkerstraditie zo'n ontmoeting van talenten plaats.

Simmer 2000
Albertina Soepboer: klein, zwart haar, paarse trui. Met zachte stem draagt ze een gedicht voor waarin ze onder meer het Friese landschap ten grave draagt. Grote delen van de provincie bestaan uit rechtgetrokken, systematisch ontboomde akkers en weilanden 'waar geen leeuwerik meer op wil schijten'. Ook de verdere strekking verraadt enige bitterheid. Ze verwijt haar provincie dat wél duizenden emigranten werden teruggehaald voor een sentimenteel folkloristisch festijn als Simmer 2000, terwijl geen geld beschikbaar is om de eigen geschiedenis verder in kaart te brengen. Die ligt in ontwaterde terpen langzaam maar zeker weg te rotten.

Later, in een Gronings etablissement, distantieert Soepboer zich van de zogenoemde 'Diepfriezen', die het Fries verabsoluteren en iedereen wantrouwen die gaten schiet in de waterscheiding tussen Friesland en de rest van de natie. 'Taal is mijn middel, niet mijn doel. Ik ben schrijver, geen Fries schrijver,' verklaart ze. Het Provinsjehûs in Leeuwarden lijdt volgens Soepboer aan een 'Calimero-complex'. De ambtenarij daar is getraind op het 'instandhouden van het Fries in splendid isolation.' Op die manier overleeft de taal niet, zegt ze. 'Als je iets overbeschermt, is het op den duur niet meer levensvatbaar. Dan eet het zichzelf op. De deuren moeten open. Er moet veel meer wisselwerking en kruisbestuiving komen tussen Fries en Nederlands, dat kan heel wat wonderlijks opleveren. Maar de Friese bureaucratie is moeilijk in beweging te krijgen. Straks subsidiëert ze alleen nog dode schrijvers.'

Met haar eigen gedichten slaat ze andere wegen in. Ze was in Galicië, waar ze in de sporen trad van een dichteres die zowel Spaans als Galicisch schreef. 'O, dacht ik, er zijn dus meer mensen die tweetalig werken.' Ze was in Baskenland, 'waar ook een permanente identiteitscrisis woedt'. En in Ierland, in Dublin, waar ze onderzoek deed voor een historische roman over Ierse monniken die in de zevende eeuw naar Friesland voeren om er het evangelie te verkondigen. 'Ook in Friesland moeten we op politiek niveau praten over tweetaligheid in het onderwijs en de literatuur,' heeft Soepboer van haar omzwervingen geleerd. 'Hoe kan je het kasplantje kansen geven? Op school is het Fries nu niets. Het is "iets voor erbij". Dat is dus precies het bewustzijn dat je de kinderen meegeeft.'

'Mega-auteurs'
En dat terwijl de waardering buiten Friesland voor de Friese literatuur groeit. Enkele jaren geleden bracht uitgeverij Meulenhoff de Spiegel van de Friese poëzie, een tweetalige bloemlezing die voor veel literatuurliefhebbers een eerste kennismaking was met dichters als Obe Postma. Van Josse de Haan en Trinus Riemersma, twee belangrijke Friese romanciers, wordt dit najaar voor het eerst vertaald werk in het Nederlands uitgegeven. In september brengt Meulenhoff De Haans Piksjitten op Snyp onder de titel Kikkerjaren, en uitgeverij De Geus komt met een vertaling van Nei de klap (Na de klap) van Riemersma.

Deze schrijvers staan in Friesland te boek als 'mega-auteurs' en literatuurvernieuwers. Uitgever Reinjan Mulder van De Geus, voormalig literatuurcriticus van NRC Handelsblad: 'In ons fonds zijn we bewust op zoek naar literatuur die niet aan de Randstad gebonden is. We willen geluiden laten horen van buiten de grachtengordel. Behalve allochtone Nederlandse auteurs brengen we ook "noordelijke" literatuur die vroeger als onverkoopbaar gold, uit bijvoorbeeld Polen en Denemarken.'

De kentering in het aanzien van de Friese literatuur begon volgens Mulder met het optreden van de dichter Tsjêbbe Hettinga op de Frankfurter Buchmesse in 1993. 'In de Nederlandse delegatie zat een voor ons onbekende Fries, zomaar naast Cees Nooteboom. We deden er wat lacherig over, maar dat was na zijn indrukwekkende optreden snel voorbij.' Hettinga's bekendste bundel, Frjemde Kusten ('Vreemde Kusten'), is in het Fries/Engels en Fries/Nederlands uitgegeven. Zijn hypnotiserende voordracht is op cd te beluisteren.

Gerard Tonen is directeur van schouwburg De Harmonie in Leeuwarden. 'De Friese taal en cultuur zjin helemaal in,' ziet hij. De verklaring? 'Alles is eenheidsworst geworden, en toevallig hebben we hier nog een stukje worst dat anders smaakt. Friezen overwinnen hun provinciale terughoudendheid en handelen nu vanuit een soort trots. De oude geslotenheid verdwijnt, het extraverte wordt opgezocht. Oude vormen en gedachten moeten sterven, zoals we weten van de Internationale.'

Op 6 januari speelt Twarres op het bekende Groninger popfestival Noorderslag. Op hun internetsite (www.twarres.net) regent het felicitaties met het succes van Wêr bisto? De mooiste bijdrage: Wêr bisto? doet denken aan het nationaal dictee der Nederlandse taal: ook onbegrijpelijk.' De tekst is moeilijk te verstaan, vindt ook een inzender uit België. Maar de muziek klinkt 'alsof een engeltje met uw trommelvliezen speelt'.

Terug naar
pers-overzicht