Leeuwarder Courant

Geloven is wel vreemd

21 december 2001
Wim Schrijver

boxem-reyer05.jpg (26067 bytes)
© Foto: Reyer Boxem

Meindert Talma uit Groningen, opgegroeid in Surhuisterveen, is auteur en maakt met zijn band The Negroes cd’s. Door de kenners wordt hij de hemel in geprezen. ,,Een caleidoscopisch prachtplaatje om geen genoeg van te krijgen’’, schreef het gezaghebbende muziekblad Oor bijvoorbeeld over zijn onlangs verschenen album ‘Leave Stumper’. En in de verhalen over hem is het geregeld vermeldenswaard genoeg dat de ‘Wâldpyk’ van huis uit gereformeerd is. Talma haalt er zijn schouders over op. ,,Ik ben natuurlijk ook aardig gelovig opgevoed’’, stelt hij droogjes vast.

Meindert Talma ligt goed. Zijn cd’s worden bejubeld en over zijn boek ‘Dammen met Ome Hajo’ schreef bijvoorbeeld Nieuwe Revu: ‘De Kameleon meets Maarten ’t Hart’. Hij was geregeld op tv, onder meer als gast bij Barend en Van Dorp. En verder begon hij het tijdschrift De Blauwe Fedde en schrijft hij een column in deze krant.

Meindert Talma op de plaat: Engels-, Fries- en Nederlandstalige liedjes over van alles en nog wat en relatief vaak over vrouwen (‘Marije is in moardwiif sy is sa moai wier’) en seks (‘de juffrou op de taksysjauffeur’). Maar naast een titel als ‘My queen obscene’ staat er ook eentje als ‘Psalm’ of ’30 Jaar Muzikale Fruitmand’.

Ergens zingt hij het kindergebedje van zijn zusje na: ‘Ik ga slapen ik ben moe, sluit mijn beide oogjes toe’ en over een ontmoeting met de duivel meldt hij: ‘Dus jij wilt mijn ziel kopen, nou nee, dat lijkt mij beter van niet Satan jonge’. En in ‘Onze Johan’ meldt hij dat die er niet meer is: ‘Hij is nu bij onze Lieve Heer’.

Talma op papier: in ‘Dammen met ome Hajo’ beschrijft hij fijnzinnig zijn jeugd in Surhuisterveen. En natuurlijk komt het geloof aan de orde. In de scène bijvoorbeeld waarin de dominee Talma sr. voorstelt om te bidden. ‘,,Ja…’’, zei heit aarzelend, ,,dat is eh… goed.’’ Een Feanster is niet gewend om zomeer opeens ergens voor te bidden.’

Vreemd is het dus niet, erkent Talma (33) in zijn studentikoze woonkamer in Groningen, dat zijn gereformeerde achtergrond geregeld ter sprake komt. Hij trekt een vergelijking met zijn geboortedorp. ,,Surhuisterveen wordt in de ogen van mensen uit de Randstad tot bijna mythische proporties opgeblazen.’’

Zo wilde een journalist van een landelijke krant hem deze week per se in Surhuisterveen interviewen. ,,Terwijl hij kwam voor mijn laatste plaat en die speelt zich qua thematiek vooral af hier in de stad. Ik woon al meer dan tien jaar in Groningen en voel me ook veel meer een ‘stadjer’ dan iemand uit Surhuisterveen.’’

Talma is bepaald geen Maarten ’t Hart als het over zijn afkomst gaat. ,,Als ik mijn boek tien jaar eerder had geschreven, was het misschien anders geweest. Als puber vond ik wel dat ik in een keurslijf zat. Maar het was niet heel streng als in Kollumerzwaag, waar mijn vader vandaan kwam.’’

,,Het was wel zo dat mijn ouders mij tot mijn zeventiende min of meer dwongen om naar de kerk te gaan. Daarna kreeg ik daarin de vrijheid. Er was wel een tijdje dat mijn ouders het jammer vonden dat ik niet maar naar de kerk ging, maar dat is geen punt meer. Wrok heb ik niet. Ik vind het wel een speciaal iets, geloven.’’

,,Wat je bijvoorbeeld ziet in Surhuisterveen: elke zondag zit zo’n kerk weer vol. Het is een soort ritueel, heeft ook iets gezelligs. Geloven is wel vreemd, in die zin dat het geloven blijft. Ook dominees zullen tot aan het einde van hun leven nooit zeker weten of er echt een God is of niet, het is geloven. Dat vind ik wel mooi trouwens.’’

,,Ik ben al jaren niet meer in de kerk geweest. Ik zou dat niet graag weer meemaken, die wekelijkse kerkgang. En of ik nog gereformeerde trekjes heb… Toen ik vrienden hier in de stad maakte, had ik wel een beetje een naam: ‘Ja Meindert, daar mag je niet tegen vloeken, dat vindt ie erg’. Ik heb daar inderdaad moeite mee, met vloeken.’’

,,Een hogere macht? Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat op dit moment niet waarschijnlijk acht. Ik heb als jongen echt gebeden, maar nooit het gevoel gehad dat er ook Iemand was die luisterde. Je hoorde wel iedere zondag en elke dag uit de bijbel dat God naar je luisterde, maar ik heb nooit een teken gehad dat dat ook zo was.’’

,,Ik was als jongetje erg fanatiek wat geloven betrof. Dat fanatisme is nu overgegaan naar schrijven en muziek. Daarin heb ik mijn bestemming wel z’n beetje gevonden. Ik was tot, zeg maar, mijn vijfentwintigste niet echt tevreden met hoe het ging in mijn leven. Nu heb ik mijn draai gevonden. Opdrachten, deadlines, je rolt van het ene in het andere.’’

,,Mijn nieuw cd gaat over eenzaamheid, verlangen en veel over liefde en ik ben vaak de hoofdpersoon. Het is een soort therapie. Als ik een verhaal of tekst maak, dan is het ook op een bepaalde manier dingen van je afschrijven. Zoiets, het helpt in ieder geval wel. Het wordt zo ook weer een deel van je verleden.’’

Talma haalde als jongen de kerkdiploma’s voor het orgel dat thuis stond, maar hij heeft nooit een kerkdienst begeleid. ,,Ik had er wel plezier in. Bach en Händel en zulke gasten, dat is wel mooie muziek. Aan die lessen heb ik nu nog veel. Zo nu en dan pak ik zo’n boek van Bach ofzo en speelt ik wat, dat vind ik altijd wel leuk.’’

,,Ik heb er moeite mee als mensen zo stellig zeggen: ik wil dit of dat overbrengen. Mensen moeten voor zichzelf maar weten wat ze van een boek of plaat vinden. Het is misschien wel een voortvloeisel uit mijn opvoeding dat ik een hekel heb aan boodschappen. Ik ben niet iemand met een boodschap.’’

,,Nee, op zich is er niks met een boodschap, maar ik ben aardig aards ingesteld. Je bent hier een tijdje en daar moet je het mee doen. Als je een beetje geluk hebt, kun je nog een paar kinderen krijgen waarin je min of meer iets doorgeeft, of je hebt een boek of plaat die enige tijd meegaat. En dat is het dan.’’

Een oom noemde hem eens tijdens een presentatie achter de microfoon een ‘zondaar’. ,,Ja, die oom komt uit Kollumerzwaag en vond het niet altijd even leuk wat hij van mij hoorde of op tv zag. Maar het was wel wat gekscherend bedoeld hoor. Hoewel ik dat schuldbesef van een zondaar te zijn vroeger misschien wel een tijdje heb meegetorst.’’

Talma is zich bewust van de gevoeligheden ‘thuis’. ,,Mijn stukjes zijn vaak persoonlijk en dan hou ik er wel rekening mee hoe het overkomt. Maar ik heb toch altijd de neiging om een beetje het randje op te zoeken. Ik hou er overigens van de dingen zo sec mogelijk op te schrijven. Het mooiste vind ik dat mensen zelf er uit kunnen vissen waar het om gaat.’’

Of zijn ouders trots op hem zijn? ,,Nou, ze wijzen me er geregeld op dat er enige strekking in een verhaal of liedje moet zitten en ook dat ik de kwaliteit in de gaten moet houden. Mijn moeder is elke zaterdagochtend weer bang als mijn column in de krant staat. Mijn vader moet de krant altijd eerst lezen en als hij zegt ‘dat kan er mee door’ leest zij ‘m.’’

Terug naar
pers-overzicht