Haarlems Dagblad

Drie heren belijden hun liefde voor het anti-heldendom in Patronaat
Leve de ploeteraars, sjacheraars en underdogs

28 maart 2002
Peter Bruyn

Sporend richting Groningen hoef je in Gelderland, Overijssel en Drenthe alleen maar uit het raam te kijken om te zien dat Nederland in de verste verten niet vol is. In tegenstelling tot wat politici van omstreden partijen beweren. Maar politici willen 'scoren' en zeker in verkiezingstijd. Want scoren betekent winnen. En alleen winnaars lijken mee te tellen anno 2002. Het weerhoudt de ruim twee meter lange, in Groningen wonende Fries Meindert Talma niet om z'n nieuwe, vierde en tot dusverre beste cd Leave Stumper te noemen. 'Lieve Stumper' in Randstedelijk Nederlands.
Een paar honderd kilometer zuidelijker, in Gent, woont Flip Kowlier, die zijn alom geprezen eerste soloplaat de titel Ocharme Ik gaf. En daartussen, op de grens van België en Nederland, zet Gertjan van Leeuwen, alias Gummbah, dagelijk het menselijk onvermogen op papier in vaak schrijnend typerende tekeningen. Gedrieën staan ze morgen in het Patronaat. Is er nog ruimte voor sjacheraars en underdogs in een wereld waar jong, mooi, snel en succesvol en krijtstreeppak het voor het zeggen hebben?
"Misschien komt het doordat ik zelf ook nooit zo'n winnaars-type ben geweest. Maar de ploeteraars, de mensen die het niet halen, zijn voor mij toch het interessantste." zegt Talma. "Die mensen hebben meer karakter, vind ik. Ze moeten méér overwinnen om iets te bereiken."

Worsteling
Meinderts nieuwe album staat er vol mee, evenals zijn eerste roman Dammen met ome Hajo die hem in 1999 een bescheiden landelijke bekendheid opleverde. Het boek beschrijft de worsteling van ede onzekere puber uit het Friese dorp Surhuisterveen die met vallen en opstaan zijn plek in de grote wereld tracht te vinden. In de deels Fries- en deels Nederlandstalige liedjes van Leave Stumper gaat de zoektocht verder. Onbeschaamd openhartig en tegelijk humoristisch.
Zoals het nummer Rummenigge waarin Talma bezingt hoe hij als veertienjarige weer eens verliefd is op een meisje. "Zij kent mij ook en daarom wil ze niet. Geen meisje is ooit op mij verliefd." Dus gaat hij maar op zijn bed liggen, masturberend bij een seksboekje. Om daarna voor de tv te gaan zitten bij de Sportschau op Duitsland 1 met Karl-Heinz Rummenigge, ondertussen de koekjestrommel leeg etend, hoewel hij eigenlijk geen honger heeft. "Mensen blijken dat heel grappig te vinden," zegt Talma met een verlegen glimlach. "Het is waar gebeurd, maar door de humor misschien ook ontwapenend..."
Het boekje bij de nieuwe cd van Talma werd vol getekend door het illustratorencollectief De Bedenkelijk Kijkende Eekhoorn, waarvan Gummbah de bekendste representant is. Hij komt deze week ook mee naar het Patronaat om enkele hoofdstukken voor te dragen uit 'net niet verschenen boeken'. Terwijl de Intercity over de rails dendert richting Tilburg, Gummbahs huidige woonplaats, laat ergens in Drenthe een hert zich langs de spoorbaan zien.
"Eigenlijk zou zo'n treinreis minstens driemaal zo veel moeten kosten, vind je ook niet?" zegt de tekenaar bij de begroeting. "Je krijgt er zoveel voor terug. Gisteren nog, op weg naar Leeuwarden, zag ik maar liefst viér herten."

Mededogen
Even later steekt hij de loftrompet over het werk van Talma. "Dat ene liedje van hem, Hobbydrinker van zijn vorige plaat, heeft tijden in mijn hoofd gezeten. Wat ik zo mooi vind aan de teksten van Meindert is dat mededogen en die liefde voor iets alledaags als de SRV-man. Hij verloochent zijn dorpse afkomst niet. De meeste Nederlandse popmuzikanten doe dat wel. Neem nu de Golden Earring met hun Another 45 Miles. Wij hebben hier helemaal geen mijlen, wij hebben kilometers."Die voorkeur voor het nabije, het kleine, heb ik wel een beetje met Meindert gemeen, geloof ik. Mensen zijn tegenwoordig doodsbang dat ze niet echt léven. Ze moeten wereldreizen maken, bungyjumpen en weet ik veel. Ik zag een man op tv die uit vliegtuigen sprong, of zoiets. Hij werd zelfs kwaad op mensen die dat niet deden. Die lééfden niet echt, volgens hem. Onzin. Ik ben iemand van een meer vernauwde blik. Dat is ook altijd een goed uitgangspunt voor een cartoon. Al zijn die bij mij nooit autobiografisch, zoals het werk van Meindert of Flip Kowlier. Hooguit een afgeleide daarvan: Een in de kiem ontdekt fout trekje van mijzelf dat ik dan zeer uitvergroot. Maar nèt als bij hen zijn het doorgaans géén geluksvogels die in mijn werk figureren."
Opeens wijst hij uit het raam. "Kijk, een rolstoeler die een fietser ramt!" Het klopt. Gummbah glundert bijna onmerkbaar. Een idee voor een tekening? Even later, als het gesprek weer over zijn werk gaat: "Het menselijk onvermogen, daar komt het toch altijd op neer."
Tweeëneenhalf uur later. De avond is gevallen. In de hal van het Gentse Sint Pietersstation ruikt het naar suikerwafels, zoals in alle Belgische stationshallen. In de restauratie zit Flip Kowlier al te wachten. "Ik vind dit cafetaria een van de meest trieste plekken die ik ken", zegt hij. Al die mensen die alleen aan die tafeltjes zitten, soms uren starend naar hun koffie. Die eenzaamheid..." Naast ons zit een man die uitdrukkingsloos in een leeg kopje staart en de indruk wekt daar al de hele dag mee bezig te zijn.
Toch roept Kowlier met zijn eigen, in Vlaanderen tot een regelrechte hit uitgegroeide album Ocharme Ik een vergelijkbare sfeer. De Gentenaar knikt. "Waarschijnlijk omdat ik van klein menselijk drama hou. Als verhaal dan, om mee te spelen. Niet in mijn eigen leven. Ik kom uit een middenklasse-gezin. Niet arm en niet rijk. Ik heb een gelukkige jeugd gehad. Misschien dat het kleine drama mij meer fascineert dan het grote leed. Dat herken ik ook wel bij Meindert. Een zelfde soort integriteit. Iets eerlijks. Iets naakts."
Na twee albums als 'hiphopper' met zijn groep 't Hof van Commerce maakte Kowlier de soloplaat Ocharme Ik vol schaamteloos persoonlijke liedjes in een exotisch klinkend West-Vlaams dialect. "Ik begin weliswaar met een kern van waarheid uit mijn eigen leven, maar daar speel ik mee. Daar verzin ik dingen bij," zegt Kowlier. "Ik zou ook de hele dag naar de mensen in dit cafetaria kunnen kijken. Die tragiek. Maar dan wel door een spiegelruit, zodat men mij niet kan zien."
De klok slaat negen, de restauratie gaat sluiten. De koffie-staarder naast ons staat op en sloft met onbepaalde bestemming het cafétaria uit. Buiten, in het frittenkot voor het station verkoopt een vrouw die in haar immense boezem al het leed van de wereld lijkt mee te torsen, blikjes bier. Met een tas vol Jupilers stap ik in de trein. Antwerpen, Roosendaal, Haarlem. Uit het raam kijkend naar de voorbij razende nacht weet ik beter dan ooit dat een wereld zonder Leave Stumpers hard, koud en kleurloos zou zijn.

Terug naar
pers-overzicht