Oor

<<Ik ben in het dagelijks leven geen echte held>>

26 januari 2002
Bert van der Kamp
leestijd 6'13"

'Het Friese orakel' is hij al genoemd. Meindert Talma (33), zanger, muzikant, dichter, dromer, dammer, ex-korfballer, hobbydrinker en afgestudeerd historicus. Zo komt hij naar voren in zijn debuutroman Dammen met ome Hajo, maar ook op de vier CD's die hij heeft uitgebracht, de laatste drie met zijn groep The Negroes. Leave Stumper heet zijn nieuwste, compleet met fraai geïllustreerd boekwerkje en topliedjes als Rummenigge, Dreamfamke en Rock&rollsexmuziek.

'Als ik weer eens wat voorovergebogen liep of stond, riep mem: Meindert! Skouders omheech en doch dyn rêch rjocht. Of wolst dû sa wurde as Kromme Ties?'

ZIJN MEEST IN HET OOG SPRINGENDE EIGENSCHAP IS ZIJN LENGTE. Niet bepaald een rappe prater ook. Hij wikt en weegt zijn woorden en spreekt Nederlands met een onmiskenbaar Fries accent. Op een koude januaridag lopen we door zijn geboortedorp. Van alle kanten schieten bekenden op hem af om een praatje te maken. Meindert is hier geboren en getogen. Surhuisterveen, een dorp in de Fries Wouden. 'Voormalige veenkolonie gesticht door doopsgezinden', aldus de encyclopedie.

IN HET WEIDS, WITTE WONDERLANDSCHAP is hij samen met de OOR-fotograaf naar een oud, verlaten bouwval gelopen. 'Daar woonde vroeger een bekende Surhuistervener die in de oorlog actief was, maar een jaar of acht geleden is omgekomen. Zijn huis is toen door jongens uit het dorp afgefikt. Ik kwam er vroeger vaak om een beetje te lezen of te schrijven. Het was zo'n plek waar je een beetje op jezelf kon zijn.'
Ook al woont hij al twaalf jaar in Groningen, toch komt hij nog regelmatig in zijn geboortedorp, en niet alleen omdat zijn ouders er wonen.
'Het dorp heeft een eigen sfeer. De mensen hebben een bepaald karakter dat ik zelf ook heb, waardoor je toch vaak terugkeert. Ze zijn hier aan de ene kant erg vrijgevochten, ze moeten weinig hebben van het gezag en mogen graag hun eigen dingetjes regelen, maar aan de andere kant zijn ze ook behoorlijk gelovig. Dat dubbele vind ik altijd wel aardig. Ik heb samen met een vriend een interviewboek gemaakt met mensen uit deze omgeving en daar zie je dat vaak in terug.' De Blauwe Fedde, heet het boek, Libbensferhalen Fan 15 Eigensinnige Friezen.

'Ik pakte de hoes van de plaat en keek naar die man in dat zwarte pak met dat zwarte haar en die koele blik in zijn oegen en die zwarte gitaar, die hij zo mooi in de handen had en ik dacht: 'Er is geen één die zo mooi zingen kan als Johnny Cash...'

IEDERE ZONDAG GING HIJ met zijn ouders naar de kerk. Na afloop van de dienst werd thuis altijd een plaat opgezet van de plaatselijke Shalom Singers, Zingend Voor Christus, en vervolgens, op verzoek van Meindert: Johnny Cash At Folsom Prison. Zelf probeerde hij ook zo te zingen, zonder succes. Zijn stem ging telkens weer de hoogte in. Op het Johannesorgel in de huiskamer leerde hij zelf spelen en melodieën bedenken. 'Ik ben op mijn tiende begonnen met oude orgelmuziek, Bach en Händel, tot mijn zeventiende. Ik zat op een muziekschool, maar toen ik meer in popmuziek geïnteresseerd raakte, ben ik daarmee gestopt.'
Via een oom met een riante platencollectie maakt hij kennis met een aantal popklassiekers. 'The Velvet Underground had ie, Neil Young, dat werk.'
Van een klasgenoot (de latere popjournalist Sietse Meijer) kreeg hij cassettebandjes met muziek van onder andere Joy Division en Lou Reed. Vooral de laatste maakt grote indruk.

'Als ik niet aan het orgelspelen was, luisterde ik naar Berlin van Lou Reed.'

ZIJN EERSTE ZELFGEKOCHTE LP was echter Piper At The Gates Of Dawn, de eerste van Pink Floyd. 'Dat was voor mij toch wel een echte ontdekking, ik had bij Pink Floyd nooit gedacht aan dat soort liedjes.' Zijn muzikale ontwikkeling raakt in een stroomversnelling wanneer zijn ouders het oude orgel inruilen voor een Yamaha-keyboard. 'Toen ben ik als een gek gaan componeren.' Mede onder invloed van de lo-fi-pop van een groep als Guided by Voices begint hij ook korte, zelfgeschreven nummertjes te maken en op te nemen. Zo vertelt hij in zijn roman dat hij tot tweemaal toe een cassettebandje maakt met zijn eigen compositie My Queen Obscene. Dat gooit hij bij zijn geheime liefde, een caissière van de plaatselijke supermarkt, door de brievenbus. Het eerste valt op de stenen vloer kapot, het tweede brengt hij voorzichtig met een touwtje door de brievenbus naar binnen. De bandjes bevatten ook de nummers I Love You (Yello) en I Want You (Bob Dylan) die niets aan duidelijkheid te wensen overlaten. De liefde blijft echter onbeantwoord. In 1995 verschijnt op het kleine Oetstar Rekkers de single Rommy, Stem Van De Friese Wouden, twee jaar later gevolgd door het albumdebuut Hondert Punten. 'Daar staan 24 nummers op, in totaal vijftig minuten. Elk nummer had een couplet en een refrein en dan was het weer mooi geweest. Dan moest je weer verder. We hadden ook geen geld, dus we moesten het doen met een viersporenrecorder. Sommige fans van mij in België vinden dat nog altijd de mooiste plaat. Hij is gefinancierd door een stel vrienden die een stichting hadden opgericht, de stichting Hobbyrock.'
Zijn liedjes bevatten vrijwel altijd een komische noot, waardoor ze soms enigszins naar cabaret neigen. 'Ik ben zelf geen liefhebber van cabaret. Sommige liedjes van mij worden wel als grappig beschouwd, zoals Rummenigge, met die monologen, maar dat is eigenlijk een liedje over eenzaamheid, over een vijftienjarige puber die in het huis van zijn ouders wat aanklooit, zeg maar. Ik ben niet iemand die het zwaar op de hand wil maken. Ik wil er altijd wel een komische of absurde draai aangeven. Als je Nederlandstalige teksten maakt, word je er meteen op afgerekend. Engelstalige bands als Pavement of Guided By Voices worden in recensies nooit met cabaret vergeleken.'
Sinds 1998, het jaar waarin zijn tweede plaats Ferhûddûker uitkomt, werkt hij met een vaste begeleidingsgroep The Negroes. Niet bepaald een politiek correcte naam, zoals is gebleken. 'Ik had iets in gedachten als Neil Young & Crazy Horse en omdat mijn eigen naam nogal saai is, wilde ik een wat pittige naam erbij. Janpier kwam toen met het voorstel om ons The Negroes te noemen. Dat vond ik wel goed, maar Amerikaanse bandjes waar wij mee hebben gespeeld, hebben er soms wel moeite mee. Op De Parade in Amsterdam kwam er een vrouw naar mij toe die er ook moeite mee had. Voor die avond hebben wij toen onze naam veranderd in 'The African Americans!'

ZOALS TITELS ALS FERHûDDûKER (Fries voor pispaal) en Leave Stumper al aangeven, mag hij de held van zijn liedjes en verhalen graag in een underdogpositie plaatsen. 'Ik ben in het dagelijks leven geen echte held. Ik probeer altijd wel een beeld van mijzelf te creëren. Deze plaat gaat over de liefde  en dat pakt meestal niet zo goed uit.'
In het meesterlijke Blond Uit Een Flesje beschrijft hij een schaakpartij met een vriend en tegelijk het gedrag van twee blonde meisjes in een café: Terwijl ik keek naar blond uit het flesje/kreeg ik van Nyk een gratis schaaklesje. 'In mijn boek beschrijf ik een dampartij met mijn oom, maar tegelijk het spanningsveld tussen ons. De radio die op een geheime zender staat met schunnige liedjes terwijl mijn oom juist heel godsdienstig is.'

Ik bad: God, als U mij niet laat winnen, geloof ik niet meer in U...

ROCK&ROLLSEXMUZIEK/NEE IETS MOOIERS IS ER NIET (UIT ROCK&ROLLSEXMUZIEK) 'Dat liedje is al aardig oud. Hij heeft op een vinylsingle gestaan. Ik heb er een tussenstuk bij gemaakt en het past nu goed bij de rest van de plaat. Het is een soort sexsprookje over dingen die ik mij op eenzame avonden vaak heb toegewenst.'
In Meinderts liedjes draait het vaak om liefde en seks. Dat levert regelmatig mooie regels op als: Ik kijk naar lichaamsdelen/waar haar geheimste geuren aan kleven (uit In De Disco). Maar hij kan ook heel filosofisch uit de hoek komen, zoals in De Muziek Maakt Dat Het Vanzelf Gaat: Stop met denken, niet meer denken, stop met dat gepraat/de muziek maakt dat het vanzelf gaat.
Ik heb mijzelf nooit geanalyseerd of laten analyseren met psychoanalyse of zoiets. Ik schrijf gewoon op wat ik denk en schrijf het zo van mij af. Ik ben vaak een tobber die teveel nadenkt. Dan zie ik hoe goed het met mijn vrienden gaat en zou willen dat het mij ook zo goed gaat. Muziek is dan erg belangrijk als een soort toevluchtsoord, zowel het luisteren naar platen als het zelf muziek maken. Dat heb ik altijd gehad. Ik zat soms uren wat voor mij uit te pingelen. 'Ik was altijd een verlegen figuur, zeker niet iemand die de aandacht zocht. Dat maakt dat ik mij in het begin vaak ongemakkelijk voelde op een podium, maar dat is veranderd. Ik voel mij er nu erg goed thuis.'

'Ik moest nablijven en honderd keer opschrijven: al duurt het maar heel even, zingen is mijn lust en leven.'

ZIJN OUDERS HEBBEN IN HET ALGEMEEN weinig problemen met de inhoud van zijn liedjes, soms wel met zijn zaterdagcolumns in de Leeuwarder Courant. 'Die gaan dikwijls over persoonlijke dingen, ook over hen, en ik ben aardig direct in mijn schrijven. Mijn moeder is een beetje een zenuwachtig type en zij heeft er soms wel moeite mee. Daarom leest mijn vader ze eerst en laat ze dan pas mijn moeder lezen.' Meinderts tragikomische kijk op het leven en zijn gevoel voor het absurde deelt hij met generatiegenoten als Gummbah en Jeroen de Leijer van de Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn, tekenaars en illustratoren van het CD-boekje bij Leave Stumper. Ook op muzikaal gebied blijft hij een vreemde eend in de popbijt. Zijn manier van schrijven wijkt al van wat gebruikelijk is. 'Meestal begin ik met een melodie. Ik heb altijd wel een verhaaltje in mijn kop en dat schrijf ik dan op die melodie. Ik werk nooit met akkoorden, maar altijd direct vanuit de zangmelodie. Ik speel ook geen gitaar of ander instrument, alleen keyboards en zingen. Ik heb een hele vergaarbak aan melodieën waar ik uit kan putten. Rummenigge is echter eerst geschreven als tekst en daarna pas op melodie gezet.' Het meisje dat in Rummenigge de Engelse stem doet heet Alicia en is inderdaad dezelfde als in het gelijknamige derde nummer van de plaat. 'Ze komt uit New York en we hebben een tijdje verkering gehad. Dat was een belangrijke relatie voor mij en ik vond het heel erg toen het ophield, maar door het op te schrijven en er een liedje van te maken, ben ik het kwijt.' Het is nooit goed te denken dat iets slecht af zal lopen/Want dan loopt het echt slecht af dus sluit ik maar mijn ogen (uit Alicia)

Alle citaten (behalve waar aangegeven) zijn afkomstig uit: Dammen met ome Hajo (Uitgeverij Passage, Groningen, 2000). In februari maken Meindert Talma & the Negroes een tournee met Gummbah en De Kift

Terug naar
pers-overzicht