![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Gefröbel met vlaggetjes 5 april 2002 AMSTERDAM - ''Dit is zo'n avond waarvan je je achteraf realiseert dat je erbij had moeten zijn,'' begon presentator Jasper Henderson gisteren in Perdu. ''En verdómd, u bent er.'' Het klonk een beetje schizofreen, maar we begrepen wat hij bedoelde. Want dit was de vierde BorderKitchen: een voorproefje van het Crossing Border Festival in het najaar, waar vooral jonge schrijvers een plek op de podia van de Stadsschouwburg of Paradiso kunnen veroveren. Nu bezorgden ze ons vast een boeiende en leuke avond. Peter Middendorp begon daarmee. Hij stond duidelijk stijf van de zenuwen toen hij begon met voorlezen uit zijn debuutroman Noordeloos, maar in zijn eerste fragment kwamen al zinnen voorbij als: ''Vanwege het ongeluk met de trein had de kist geen raampjes.'' En toen er een bevrijdende lach uit de zaal had geklonken op zijn aankondiging 'nu iets over een, eh, angstaanval', las hij een hilarisch stuk voor over een man die al malend in zijn pyjama door de Noorderstraat rent. Wat je dan zoal denkt? ''Pillen zijn het mooiste wat er is,'' bijvoorbeeld. ''Als je vriendin niet met je wil praten, heb je altijd je pillen nog.'' De volgende spreekster was Karin Giphart - ja, de zuster van -, die na wat aarzelende omtrekkende bewegingen in 'audiovisuele producties' en cabaret nu ook aan het schrijven is geslagen. Een lesbische schelmenroman liefst, die in 2003 moet verschijnen. Ook daarin wordt een hoop afgemalen. In 'een gefrustreerde paardenlul van een kutdroom' dit keer. Het begon met een rechtbank waarin exen de vertelster ervan beschuldigen dat ze hen in een doosje had gedaan en het eindigde met groene diarree en oranje kots op een azuurblauwe badkamervloer. Giphart keek er zelfverzekerd bij, dat wel. Net als Alex Boogers, trouwens, over wiens semi-streetwise optreden met boksgala-intromuziekje we graag iets onaardig zouden zeggen, als hij niet schreef 'vanuit zijn martial arts-achtergrond'. Afijn, na de pauze was het tijd voor de echte acts. En vooral de eerste maakte indruk. Niet vanwege de afschrikwekkende maffiahoed van schrijfster Margherita Pasquini, maar wel door haar gruwelijke fragment. En door de begeleiding door het collectief Iuno. Woorden over een man die zijn vrouw vindt na een verkrachting met een honkbalknuppel, gelezen op de trage klanken van gitaren en een cello. En dan ook nog die Nico-achtige diva, die de ijzige wraakzucht bezong. Het publiek werd er stil van. Minder geslaagd was het optreden van debutant Donald Niedekker. De tekst over een vriendin die een seinsysteem van slipjes aan de schouw hanteerde, was aardig (''Links wit rechts rood betekende: ik bloed nog wel maar de menstruatie is bíjna voorbij.''), maar dat ze het illustreerde met zelf gefröbelde vlaggetjes, leidde alleen maar af. ''Dat kan beter,'' zei hij ergens en noteerde iets met een enorm potlood. Hopelijk schreef hij op: volgene keer gewoon voorlezen. Gelukkig sloot 'het Friese orakel' Meindert Talma, net als voor de pauze, achter de piano af met zijn geweldige, droogkomische liedjes. Je moet hem ze horen zingen, maar regels als 'De Here Jezus is Dick Paschier' en 'Onze Johan heeft ook altijd wat/ Nu is hij weer dood,' wij gingen er plat voor. |