![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Meindert Talma blijft
dromen 14 maart 2003 Net als met Dammen met ome Hajo (1999) verschijnen er van de Groninger Fries Meindert Talma opnieuw tegelijk een roman en een cd. Los te koop, beide getiteld Kriebelvisje. Zondag wordt de combi in popcentrum Vera ten doop gehouden. Met jenever en gastoptredens. De soundtrack bij het boek, heet het. Elk nummer correspondeert met een hoofdstuk. Maar waarom niet: het verhaal bij de plaat? Andersom kan natuurlijk ook, zegt Talma, want het boek gaat vooral over muziek, over mijn ambitie om als muzikant verder te gaan. In Kriebelvisje is het 1995, 1996. Personage Meindert Talma is afgestudeerd als historicus en slijt zijn dagen in ledigheid. Hij schrijft en maakt liedjes die hij opneemt op krakkemikkige apparatuur. Net als in Dammen met ome Hajo, dat ging over zijn jeugd in Surhuisterveen, is Meindert die wat eenzame, in zijn schulp gekropen figuur. Hij fantaseert over het geheimzinnige meisje Kriebelvisje. Maar als vrienden een paar van zijn liedjes stiekem op single laten persen en uitbrengen, bezorgt dat Meindert in kleine kring plots de naam van cultfenomeen. Door de lofi-sound, maar vooral ook door de teksten, over 20 jaar Muzikale Fruitmand en Rommy, Stem van de Friese Wouden. Daarvoor schreef ik met veel meer pathos, veel meer pretentie, zegt Talma, maar al schrijvende kwam ik erachter dat dat niet echt mijn stijl was. Het stond te ver bij me weg, het was mooischrijverij. Ik vind dat je moet schrijven zoals je praat of denkt. Talma vond langzamerhand zijn echte onderwerp: de helden van zijn jeugd. In het boek en op de cd Kriebelvisje worden ze bezongen: de dwarse boer Sibbele Hietkamp, zendpiraat De Stille Genieter, smartlappenzanger Rommy. Acht jaar terug waren het voor Talma de mensen die er wél voor gingen, die er alles voor over hadden om hun droom te verwezenlijken. In tegenstelling tot wat wel eens wordt gedacht, is hij er niet op uit om ze op een ironische manier te kakken te zetten. Talma: In zon dorp zijn dat toch speciale types. Je had gewoon heel weinig. Ik was al blij dat er een keer in de week de NCRV-gids kwam, dan had je weer wat te lezen. Ik had in De Feanster wel eens iets gelezen over de zanger Rommy, Stem van de Friese Wouden. Daar ging ik over fantaseren. Zulke vrije figuren vond ik mooi. De Stille Genieter, die heeft voor zijn zendpiraterij nog een paar jaar in de bak gezeten. Er zit een droomachtige passage in het boek waarin Rommy komt aanrijden met Kriebelvisje op de achterbank. Talma: Dat is psychologisch niet helemaal te verklaren, maar Rommy en De Stille Genieter staan voor personen die het op hun manier gemaakt hebben. Zij kunnen wel beschikken over zon vrouw als Kriebelvisje, zij kunnen wel hun seksuele lusten botvieren of wat dan ook. Want altijd is daar, net als bij Dammen met ome Hajo en Leave Stumper (cd, 2001): de dromerige, soms haast apathische hoofdpersoon. In dit donkere huis waar ik de hele dag lig te slapen/ onder de dekens lig te luisteren naar oude platen/ of lig te lezen met de jaloezieën neergelaten/ in dit donkere huis leven wij als spoken/ die langzaam de duisternis worden ingezogen. (De wet van behoud van ellende) Het is gevaarlijk om zon liedje weer op jezelf te betrekken, zegt Talma, maar dat was toen de situatie. Ik ben nu een heel ander persoon dan ik vroeger was, hoor ik wel van mensen. Toen was ik echt niet aanspreekbaar, dr was nauwelijks mee te communiceren. Als er bezoek kwam, ging ik gewoon naar boven. Dat is nu wel een beetje bijgetrokken, ik ben wat zekerder van mezelf. Het hoofdstuk over Rommy en consorten is nu wel afgesloten, denkt Talma. Heeft hij dan, nu het hem zelf ook goed gaat, nog wel een thema? Hij blijft zoeken naar speciale types, zegt hij. En hij blijft dromen. Ja, minder dan voorheen, omdat ik er minder tijd voor heb. |