![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
DE OUDE LIEFDE VAN
..... MEINDERT TALMA & GEERT VAN DER HEIDE december 2003 Niet zozeer omdat we Godvrezend zijn maar meer om een beetje in de stemming te komen, is het onderwerp van deze Oude Liefde meer dan anders verbonden met het Kerstgebeuren: het kerkorgel van Surhuisterveen. Orgeldocent en vaste bespeler van het orgel, Geert van der Heide: 'Het orgel bezit een heldere, transparante klank. Typerend voor de orgelbouw in die tijd die zich oriënteerde op de orgelbouw uit de barok, vandaar dat het ook wel een 'neo-barok'-orgel wordt genoemd'. En popmuzikant/schrijver Meindert Talma: 'Het heeft een machtig geluid. En geeft een machtig gevoel!'. Geert: 'Meindert kwam bij mij toen hij een jaar of acht was en hij was een gedreven en serieuze leerling. Ik denk dat hij met het orgelspelen eenzelfde inzet toonde als met het korfbal, waar hij ook opzat. Die gedrevenheid heeft hem met het orgelspelen verder gebracht dan de gemiddelde leerling. De lessen werden gegeven op een elektronisch orgel en naarmate Meindert ouder werd, werd hij ook groter en dat leverde problemen op bij het bespelen van het pedaal. De afstand tussen de orgelbank en het pedaal was voor hem gewoon te kort! De gemeentetimmerman heeft toen een paar blokken gemaakt die, als Meindert op les kwam, onder de poten van de orgelbank werden geplaatst zodat de afstand voor hem goed was. Toen hij verder kwam met de studie, werden de lessen in de regel gegeven in de kerk en daar was dit, voor zover ik mij kan herinneren, geen probleem meer. Waar hij, net als trouwens wel meer leerlingen, moeite mee had, was de aanslag van het klavier. Je moet bij zo'n orgel door een bepaalde druk heen, wat bij een elektronisch orgel niet het geval is'. Meindert: 'In mijn vroege tienerjaren, toen ik les had van Geert en verder ging met orgellessen, kocht mijn vader op een gegeven moment een Johannes-orgel. Dat noemden ze een mini-orgel, al was hij wel een paar meter breed. Het geluid vond ik fantastisch maar ik was al vanaf mijn 12de, 13de bezig met popmuziek en zo rond m'n 17de begon ik zelf liedjes te maken. Toen kwam ik er wel achter dat zo'n kerkorgelsound daar niet meteen de mooiste begeleiding bij was. En ik wilde ook andere dingen doen, met ritmes en dit en dat. Mijn vader heeft toen met pijn in zijn hart dat orgel ingeruild voor een Yamaha-keyboard. Daar zaten allemaal verschillende geluiden in: bas, piano, gitaartjes enzo. Vanaf dat moment zat ik steeds te pielen achter mijn keyboard. Die ik overigens nog steeds heb. Die orgellessen hebben trouwens wel mijn muzieksmaak mede bepaald en er zijn ook mensen die hóren dat ik orgeldingen verwerk in mijn muziek. Dat doe ik niet bewust ofzo maar wellicht komt het daardoor een beetje dat mijn composities toch iets afwijken van wat normaal is binnen de popmuziek. De meeste bands beginnen toch met die 3 akkoorden en zo heb ik nooit gecomponeerd. Ik begin gewoon wat te spelen. Ik zou ook best wel eens een kerkorgel ofzo willen gebruiken binnen mijn muziek. Of een optreden geven in de kerk. Maar toen ik voor de foto's er weer achter zal merkte ik wel dat ik het een beetje verleerd was. Ik speel ook al jaren niet meer met een pedaal en bladmuziek lezen viel ook niet mee. Ook omdat ik tegenwoordig gefixeerd ben op het schrijven van nieuwe eigen nummers, uit mijn hoofd. Niet op naspelen. Dat lo-fi-geluid is niet bewust, dat is er min of meer ingeslopen. Ik ben denk ik ook geen heel begaafde pianist, die heel gemakkelijk boogie-woogie speelt ofzo. Maar door mijn eigen stijl, als soort van autodidact, heb je wel een streepje voor. Ik bedoel, ik kan wel noten lezen maar juist omdat je niet zo makkelijk iets standaards speelt, doe je het op je eigen manier. En krijg je een eigen geluid. Ik zing voornamelijk in het Nederlands-Fries, al vind ik het nu ook wel weer heel mooi om te werken met Engels. Ik heb namelijk gemerkt dat ik met Nederlands-Fries heel vaak dicht bij huis blijf, qua onderwerp en thematiek. In het Engels is het toch wat abstracter, ga je meer de fictiekant op. Het valt me op dat als je zingt in het Nederlands-Fries, ze meer op de teksten letten. En Nederlandstalige muziek is best wel mooi hoor maar als het ook maar een beetje pathetisch wordt, dan begin ik er al een hekel aan te krijgen. Als iemand zingt 'I'm crying' of dit en dat, dan hebben de mensen daar geen moeite mee, maar als je zingt 'Ik huil', dan slaat dat eigenlijk nergens op. Engelsen onderling maakt dat blijkbaar niet uit, al kunnen die natuurlijk ook niet gauw in een andere taal zingen. Maar ik merk ook bij mijn vrienden dat die er meer moeite mee hebben, als ik in het Nederlands zing. Dat heeft volgens mij te maken met onze eigen cultuur. Dat we onszelf niet zo hoog hebben, wat dat betreft'. |
Geert van der Heide: 'Het orgel van de Gereformeerde kerk in Surhuisterveen is gebouwd door de firma Fama & Raadgever uit Utrecht. De opdracht werd in 1976 verstrekt voor een bedrag van net geen twee ton, guldens uiteraard (ruim 90.000,-) en hij is in 1979 opgeleverd. Ik dank dat de nieuwbouwprijs van een vergelijkbaar orgel vandaag de dag tussen de 200.000,- en 300.000,- zal liggen. Maar daarvoor heb je dan ook een instrument dat generaties mee gaat. En ademt en leeft. Al moet ik er wel bij zeggen dat de nieuwste elektronische orgels de klank van een echt orgel griezelig dicht benaderen zodat voor een leek het verschil nauwelijks waarneembaar is. Dit orgel bezit twee klavieren, ook wel manualen genoemd, en een pedaal of voetklavier, die zorgt in het algemeen voor de bastonen. Zowel de klavieren als het pedaal hebben elk hun eigen 'stemmen' en de belangrijkste stemmen zitten op het hoofdwerk, hierin staan de grootste pijpen en qua volume is dit het sterkst. Het orgel bezit in totaal 19 stemmen en is gebouwd volgens het mechanische principe. D.w.z. dat de verbinding tussen de toets en de pijp via mechanische weg tot stand komt. Het bereik van de klavieren is die van een normaal orgel: 5O octaaf. Het aantal pijpen ligt in de buurt van de duizend. Het rugwerk, het gedeelte van het orgel dat zich achter de rug van de organist bevindt, is wat kleiner van omvang. In feite dus twee orgels die zowel in combinatie als apart kunnen worden bespeeld'. Meindert Talma, geboren op 2 november 1968 in het Friese Surhuisterveen, kreeg vanaf z'n 10de orgelles van Geert van der Heide: 'Maar toen ik 17 was had ik kerkorgel A en B gedaan en was ik het wel een beetje beu'. In 1989 verhuisde hij naar Groningen i.v.m. zijn studie Rechten, die hij al vrij snel inruilde voor een in 1994 afgeronde studie Geschiedenis. In 1995 kwam hij in aanraking met de Hobbyrockers, een zestal Friezen die hem vroegen om in één van hun vier bands , de Band Met De Bijbel ('Zomaar een naam') orgel te komen spelen, maar al snel, nadat hij hen een bandje met zijn mooiste nummers had laten horen, gingen twee Hobbyrockers hèm begeleiden als The Negroes. Op het labeltje van de Hobbyrockers brachten ze, min of meer buiten Meindert Talma zelf om, een singletje uit en dat werd toen aardig opgepikt door o.a. Vera, waarna het echt op gang kwam. Sindsdien trad hij veel op in clubs in het hele land en diverse festivals (Noorderslag, Oerol, Lowlands), won hij o.a. de Friese Popprijs en verzorgde - en verzorgt nog steeds - voorprogramma's bij gelijkgestemden als Spinvis en Daryll-Ann. Ondertussen bracht hij vijf volwaardige cd's uit, werkte mee aan talloze (muzikale en literaire) projecten en publiceerde twee romans, diverse verhalen en schrijft hij vanaf 2000 columns voor de Leeuwarder Courant. In februari starten de opnames voor een nieuwe cd die eind 2004 het licht zou moeten zien. |