Oor

"Ik heb een paar ooms, die kunnen ook geweldig vertellen"

19 april 2003
Danny Koks
leestijd 7'39"

 

Meindert Talma is een Fries in Groningen. Zijn liedjes en verhalen noemt hij ‘autobiografische fictie’. In zijn meest recente dubbelslag Kriebelvisje (boek en plaat) blikt hij niet alleen terug op zijn geboortedorp Surhuisterveen en haar bewoners, maar ook op zijn eerste stappen op het glibberige Groninger pad van muziek. Net als in dit interview.

Na Dammen Met Ome Hajo heeft Meindert Talma (van Meindert Talma & The Negroes) opnieuw een boek geschreven met een bijbehorende soundtrack: Kriebelvisje. In zijn verhaaltjes lopen nog steeds kleurrijke figuren uit zijn geboortestreek in Friesland rond. Zoals Boate Blow, notariszoon en kunstschilder die op zijn achttiende begon met roken om zijn slechte adem te verbergen. Of Sybren Spegel. Die had een kogel in de achterkop gekregen maar van de dokter mocht hij er niet uitgehaald worden want dat was te gevaarlijk. Sybren is daardoor een beetje raar geworden. Hij schrijft over De Stille Genieter, die met plaatjes draaien - vooral die van Rommy, Stem van de Friese Wouden - op zijn geheime zender menige Friese woonkamer van een vrolijke noot voorzag. Maar Kriebelvisje gaat ook over de mensen die hij heeft leren kennen tijdens zijn studietijd in Groningen. Muzikale vrienden, die hem op het juiste moment net dat ene zetje gaven om de stil gekoesterde droom te realiseren die hij nu leeft: rondkomen van de schrijverij en muziek. We maken kennis met Nyk de Vries, die met zijn bandje The Amp ooit de Kleine Prijs Van Sneek op zijn naam schreef en nu gitaar speelt in The Negroes. En met Janpier en De Kesanova (in het dagelijks leven gewoon Kees) van geheime zender The Nightrider. Deze mensen lopen als een rode draad door zowel leven als werk van Meindert.

KRIEBELVISJE DE SOUNDTRACK IS INGESPEELD DOOR onder anderen drummer Jeroen Kleijn en gitarist Anne Soldaat van Daryll-Ann, maar zonder vaste begeleiders, The Negroes; Nyk, Janpier en Janke. ‘Dat had te maken met wat gedoe binnen de band, zeg maar. Op een gegeven moment besefte Nyk dat als hij zijn eigen dingen wilde doen, hij daar ook veel tijd in moest stoppen. Hij had niet het gevoel dat hij dat naast The Negroes kon doen, in zijn geest wilde hij helemaal vrij zijn. Dat is natuurlijk een heel moeilijk complex van wensen en ambities. Ik kan van het musiceren en schrijven bestaan, maar zo iemand als Nyk moet er nog een baan naast hebben, terwijl hij ook het liefst fulltime schrijver en muzikant wil zijn. Als je niet echt heel populaire muziek maakt blijft dat altijd een moeilijk iets. Belangen afwegen en zo. Maar goed, nadat hij was vertrokken hebben we een soort sollicitatie gehad waarbij de drummer van Planet Orange, een bandje hier uit de stad, het beste voldeed. Maar al snel bleek dat hij zich niet echt thuis voelde bij The Negroes. We zijn toch zeg maar een apart bandje. Dat hoor ik wel van meer mensen. We oefenen bijvoorbeeld altijd bij Janpier en Janke in de woonkamer. En nou ja, gewoon al het feit dat er een echtpaar met drie kinderen, de vierde is op komst, in de band zit... Tegelijk kwam het label met het voorstel de plaat in te spelen met studiomuzikanten. Ik heb toen tegen Janpier en Janke gezegd dat als ze dat echt onverteerbaar zouden vinden, we alsnog zouden proberen met een andere drummer de plaat te maken. Ze vonden het op zich wel jammer natuurlijk, maar ze vonden het ook niet zo erg dat het niet mocht. Ondertussen besefte Nyk dat hij de muziek toch was gaan missen en nu is hij weer terug. Ik heb nu een paar keer gespeeld en geoefend met The Negroes en dat gaat weer goed. Shit, ik geloof dat de koffie is mislukt! Heb je even, dan maak ik nieuwe.’

Meindert zet alvast de kokosmakronen op tafel en verdwijnt dan in de keuken om een nieuwe pot te zetten. Sinds drie jaar woont hij in een volkswijk in Groningen waar de huren laag zijn en mensen, zodra het zonnetje schijnt, in hun tuinstoelen op de stoep zitten. Voordat hij hierheen verhuisde had hij negen jaar een studentenkamer in Beijum, een nieuwbouwwijk met veel studenten en immigranten. Vroeger waren daar allemaal boerderijen, vandaar dat de straatnamen er eindigen op -heerd, Gronings voor boerderij. In zijn woonkamer staat een computer, waarop hij iedere week zijn column voor de Leeuwarder Courant schrijft en veel keyboards, ook de Yamaha waarop hij zijn eerste liedjes componeerde. ‘Met dit apparaat nam ik alles tegelijk op,’ zegt hij terwijl hij naar een kleine tweesporen interviewrecorder wijst. ‘Keyboards en zang. In de koptelefoon had ik een microfoontje hangen, die dan wat voor mijn hoofd heen en weer slingerde. Het waren zeer mooie demobandjes.’ Op de muur hangen posters van hem en zijn band en een Delfts blauw tegeltje waarop staat: Sex Drugs en Rock & Roll.

TOEN HIJ NAAR GRONINGEN KWAM OM GESCHIEDENIS te studeren had hij nog niet zoveel zelfvertrouwen. Nu is dat allemaal anders, vooral op het podium. Daar voelt hij zich altijd op zijn gemak. ‘Dan heb ik een gevoel van vrijheid,’ noemt hij het zelf. Hij is baas over de omstandigheden en de mensen zijn gedwongen naar hem te luisteren. Ttoen hij nog niet in een bandje zat was Meindert teruggetrokken en stil, ‘moeilijk in de omgang’, zouden sommigen zeggen. Hij schreef thuis in Surhuisterveen al liedjes, maar in het dorp had hij geen vrienden die begrepen hoe hij zijn muziek wilde hebben. Dat deed ook geen wonderen voor zijn zelfvertrouwen.

Iedere zondagavond luisterde hij met zijn mem naar de uitzendingen van De Stille Genieter. Eens in de zoveel tijd kreeg deze bezoek van de blauwe muggen en de Radio Controle Dienst en namen ze zijn zendapparatuur in beslag. In het huis-aan-huis-blad De Feanster stonden iedere week verhalen over de volkszanger Rommy, de meest gedraaide artiest tijdens die uitzendingen. De Friese Frans Bauer had al een roerig leven achter de rug als matroos, caféhouder en taxichauffeur. Meindert keek met een mengeling van jaloezie en bewondering op naar die mensen: aparte figuren die zich niets van de regeltjes aantrekken en succesvol zijn door hun eigen gang te gaan. Dat wilde hij ook! Maar hoe? Na zijn studie werkte hij korte tijd voor De Feanster: hij schreef er een column voor en versloeg de raadsvergaderingen. Daar hield hij na twee bezoeken aan het raadhuis mee op.

‘Veel mensen uit mijn geboortestreek hebben het niet zo op overheid en gezag, die streven liever op eigen voorwaarden hun idealen na. Na mijn studie, toen ik werkeloos was, zat ik in een impasse. Ik werd geplaagd door angsten en vragen als wat moet je met je leven aanvangen. Dan zou je ook wel willen dat je heel rechtlijnig iets probeert te bereiken, net als Rommy en De Stille Genieter. Maar dat heb ik ook altijd wel gedaan. Een gewone baan heb ik altijd afgewezen, ik wilde gewoon verder in de schrijverij en muziek. Ik had ook een baan kunnen kiezen en dat ernaast blijven doen. Maar dan bereik je toch nooit wat. En als je je demobandjes met liedjes altijd maar voor jezelf houdt, heb je geen idee wat je omgeving ervan vindt. Ik vond het zelf wel heel mooi, maar je kunt pas ontdekken of anderen dat ook vinden als je het laat horen.’

NYK DE VRIES EN MEINDERT 'HEBBEN ELKAAR KENNEN GELEERD' op de universiteit. Ze wilden allebei, na hun studie, verder aan de gang als muzikant en schrijver. Ter stimulans maakten ze de afspraak iedere dag een verhaaltje, gedicht of liedje te schrijven. Een keer per week, op maandag, overhandigden ze elkaars werk om het te beoordelen. ‘Dat hebben we twee jaar gedaan. Wat ik toen schreef was veel pathetischer dan nu, ik probeerde te nadrukkelijk goede literatuur te schrijven. Mooischrijverij is niet aan mij besteed, kwam ik langzamerhand achter. Mijn sterkste punt is het direct opschrijven van dingen. Ik heb een wat korte toon, ja een beetje droog. Ik had in die tijd verkering en die was vaak boos. Zat zij voor de tv terwijl ik die verhalen aan het schrijven was. Toen was het al zo dat het werk voor het meisje ging.’

Hij houdt van ‘vitale boeken’ waarin veel gebeurt en humor zit. ‘Dat heeft ook wel een lange voorgeschiedenis. Waar ik vandaan kom werden altijd sterke verhalen opgedist. In Surhuisterveen had je eind negentiende eeuw bijvoorbeeld Jan-Hepkes Wouda, die stond bekend als de Friese Baron von Munchhausen. Als hij vertelde kreeg het verhaal al gauw de meest absurde wendingen. Nu gebeurt dat alleen nog bij verjaardagen. Ik heb een paar ooms die kunnen ook geweldig vertellen. Vaak is de manier waarop nog mooier dan de inhoud zelf. Mijn ouders zeggen dat ik als klein jongetje altijd met grote rode oren een beetje stil naar ze zat te luisteren.’

Een keertje ging Meindert met Nyk en zijn band mee naar Hilversum, waar The Amp zou optreden in het VPRO-programma Villa 65. In de studio droomde hij dat de presentatrice Lotje IJzermans, ‘een mooie verschijning’, hem interviewde. Via Nyk kwam hij in contact met een clubje in Groningen woonachtige Friezen die met muziek bezig waren: Janpier en Kees zaten in bandjes als Krontjong Devils (surfmuziek) en Combo Knus & Gezellig (smartlappen). Om het verdiende geld te beheren richtten ze de Stichting Hobbyrock op, onder welke paraplu diverse activiteiten werden ontplooid: het uitgeven van het blad De Hobbyrocker, het runnen van platenlabel Oetstar Rekkers en illegale radio-uitzendingen verzorgen onder het nom de plume The Nightrider. Tijdens een van hun uitzendingen mocht Meindert een zelfgeschreven verhaal voorlezen.

‘De uitzendingen waren iedere zondagavond, vanaf een uur of acht tot drie uur ‘s nachts. We hadden iemand die hield van jazz en kocht voor de uitzending van die oude jazzplaten, weer iemand anders hield van surf. We hadden ook het hoorspel Het Voorspel, dat ging over een man en een vrouw die zouden gaan seksen maar dat werd op het laatste moment altijd weer verhinderd. En ik vertelde iedere week een verhaal onder het pseudoniem G.B.J. Halma, dat was voor mij weer een deadline om elke week een verhaaltje te schrijven. Ik kon het mooi meteen uittesten: als mensen het niet mooi vonden bleven ze stil of lachten ze wat ongemakkelijk mee. De laatste keer dat ze werden opgepakt was met een paar mensen van de RCD en de politie, toen was het weer een dikke boete en veel spullen in beslag genomen. Het was op het einde van onze studietijd: mensen kregen een baan, gingen verhuizen, dan gaat het vanzelf een beetje over.’

MEINDERT HEEFT VEEL TE DANKEN AAN DEZE FRIESE enclave. Een paar jaar geleden nog had Janpier een baantje voor hem geregeld bij het centrum voor amateurkunsten in de stad. Als portier. ‘Op het laatst kreeg ik elke keer een dikke boete op mijn uitkering omdat ik geen sollicitatiebrieven schreef. Maar ik vond het flauwekul een nepbrief te schrijven en die elke week te posten. Het kwam erop neer dat ik werk moest vinden, anders was het een afgelopen zaak. Het baantje stelde niet veel voor, ik moest een beetje achter de balie gaan zitten en wat dingetjes doen. Er kwamen niet veel mensen aan de balie, dus ik had veel tijd om te schrijven. Op een goed moment heeft de baas van het kunstencentrum mij een baantje als huispianist en gastschrijver aangeboden. In die hoedanigheid heb ik veel literaire avonden en poetry slams opgeluisterd.’

De Hobbyrockers hadden van Nyk gehoord dat Meindert aardig uit de voeten kon op het orgel. Nadat hij bij The Nightrider voor de eerste keer een verhaal had voorgelezen, vroegen Janpier en Kees of het hem iets leek een nieuw bandje met ze te beginnen, De Band Met De Bijbel. Nu zat hij ineens in twee bandjes, want kort tevoren was hij ook al toegelaten tot De Figuranten! Helaas kwamen beide groepen niet echt van de grond. De Band Met De Bijbel hield er na een keer oefenen al mee op en De Figuranten hebben in totaal niet meer dan twee keer opgetreden. Bij het eerste optreden liep Meindert zelfs van het podium af, zo slecht was het.

Nadat hij was gevraagd voor De Band Met De Bijbel trok Meindert de stoute schoenen aan en overhandigde Kees een bandje met daarop zijn zelfgeschreven nummers. Misschien konden ze er wat mee. Zonder zijn medeweten hebben ze toen van drie van die liedjes, Rock & Roll Sexmuziek, Rommy, Stim fan de Fryske Wâlden en 20 jaar Muzikale Fruitmand een vinyl singletje gemaakt, waarvan ze er honderd lieten persen. Het was bedoeld als verrassing voor Meindert. ‘Ik heb die single hier nog wel liggen. Er staat 30 Jaar Muzikale Fruitmand op, maar dat is een tikfout, want ik zing toch echt twintig. Ik was eerst een beetje beteuterd, want het was maar een demobandje. Maar zij vonden dat zo’n aparte sfeer hebben dat ze het uitbrachten als single. De Vera pikte het op en ik kreeg al snel de bijnaam van de Daniel Johnston van Groningen. Want die maakt ook thuisopnames en is een beetje een gek persoon. Maar ik was helemaal geen lo-fi-artiest, ik wil gewoon dat de muziek er mooi opstaat. Pak maar een kokosmakroon hoor, als je wilt.’

Vanaf dat moment kwamen Meindert Talma & The Negroes in een stroomversnelling terecht. Maar dat verhaal vertellen we een volgende keer.

Terug naar
pers-overzicht

 

oor-voorkant03-1904.jpg (10633 bytes)