![]() ![]() |
'IK BEN NIET ZO'N
DRUGSMAN' 6 mei 2005 Na de solo-cd Kriebelvisje is Meindert Talma op zijn nieuwste, titelloze cd weer herenigd met zijn begeleidingsband The Negroes. De Friese muzikant, in de stad Groningen blijven hangen na zijn studie, verovert met elke cd weer een paar harten. En hoewel Talma zijn cultstatus graag in zou willen ruilen voor massale publieke erkenning, is hij wel tevreden zo. "Ik ben natuurlijk ook geen extraverte figuur." Zo onopvallend en gesloten Meindert Talma (Surhuisterveen, 1968) zich binnen een groep mensen kan bewegen, zo droogkomisch ontpopt hij zich wanneer hij eenmaal op het concertpodium staat. Ik houd er wel van leuke grappen te maken voor publiek. Als je er dan toch bent, is het een beetje jammer de saaie gast uit te hangen. Vanaf zijn eerste single, 30 Jaar Muzikale Fruitmand uit 1995, spelen humor en ontwapenende persoonlijke ontboezemingen een belangrijke rol. Dat komt ook tot uitdrukking in de romans die hij tot dusver schreef, Dammen Met Ome Hajo en Kriebelvisje, boeken die bij de gelijknamige cds horen. Die lolbroekerij en dubbele bodems, het is allemaal goed en wel. Maar Talma durft op zijn nieuwe cd ook wel een serieuzer onderwerp als de dood bij de horens te vatten. Het dreigende en hypnotiserende De Blauwe Fedde - Magere Hein in het Fries - is met meer dan elf minuten meteen het langste stuk op de cd. Het nummer is genoemd naar het Friestalige tijdschrift dat hij met de gitarist van The Negroes, Nyk de Vries, oprichtte. "En Du Tinkst Dat It Komt gaat over de opa van Atte Bouma. Je weet wel, die Bouma was bij Cambuur de eerste hippietrainer in het betaalde voetbal. Hij heeft me verteld dat zijn opa hem verzekerde dat je altijd in het heden moet leven: je moet niet denken dat het nog wat gaat worden, maar je moet blij zijn met wat je hebt. Op zijn sterfbed zei zijn opa: het wordt nooit wat. Thematisch is de cd grofweg in twee categorieën te verdelen: seks en dood. Ja, ik ben niet zon drugsman, vult Talma aan. Temidden van de liefdesliedjes valt ook Een Smerig Karwei nog op. Een moordballade leek me wel een keer een leuk idee. Het doet denken aan Nick Cave, maar ook aan een traditie die al veel verder teruggaat. Recent vertaalde Talma nog een aantal van dergelijke nummers uit lang vervlogen tijden. Hij voerde ze uit in het Amsterdamse Paradiso waar een avond was gewijd aan de Amerikaanse opnamepionier Harry Smith. De basisopnamen voor de nieuwe cd vonden onder leiding van technicus Edwin Pot plaats in de tot oefenruimte omgebouwde woonkamer van het echtpaar Jan Pier en Janke Brands in Drachtstercompagnie. Wat Talma betreft is dit de meest hechte bandplaat tot nog toe geworden. Aan de vorige werkte hij, op voorstel van zijn platenlabel Excelsior, samen met leden van Daryll-Ann en de band van Spinvis. Het was een leuk experiment. Maar ik heb toch het liefst een vaste band. En we zijn nu een echte band geworden. In het verleden wilde het nog wel eens zwalken, nu spelen we strak. Het klinkt steviger en zoals we het in ons hoofd hebben. Het rockt live meer. Ik vind het ook wel fijn na een optreden uitgeblust te zijn. Dat de teksten, toch geen onbelangrijk onderdeel van Talmas muziek, temidden van het rockgeweld op het podium wat ondersneeuwen, dat neemt de zanger en toetsenist op de koop toe. Wat hijzelf bijzonder vindt aan zijn muziek? De manier van componeren is wel anders. En de teksten zijn persoonlijk en niet doorsnee. Maar als persoon vind ik mezelf minder uniek als artiest. Stelt Talma nuchter vast. Ik ben geen cabaretier en dat wil ik niet worden ook. Maar ik zou het wel mooi vinden eens voor het theater een voorstelling te maken waarin schrijven en muziek een geheel vormen.
|