01-vlakje-pers.jpg (906 bytes)

OOR

DE NEDERLANDSE IMPRESSIONISTEN

April 2006
Willem Bemboom en Tom Engelshoven

Onder de noemer De Nederlandse Impressionisten zullen de komende maanden zeven Nederlandstalige bands in verschillende combinaties door het land toeren. Het gaat om André Manuel, De Kift, Spinvis, Meindert Talma, At The Close Of Every Day, Mondo Leone en D'r Sjaak. Het project is bedacht door Ferry Rosenboom van Excelsior en Jan Pier Brands, drummer van The Negroes, de begeleidingsband van Meindert Talma. OOR bracht vier van de deelnemende Impressionisten samen aan een tafel. André Manuel, Ferry Heijne van De Kift, Minco Eggersman van At The Close Of Everyday en eerdergenoemde Meindert Talma. Centrale vraag is wat hen bindt.

WAT DACHTEN JULLIE TOEN JULLIE GEBELD WERDEN om mee te toeren onder de naam De Impressionisten?
Ferry Heijne: ‘Ik schoot eigenlijk in de lach. Omdat wij met De Kift gewend zijn altijd onze eigen weg te gaan. Zonder kapstok. Maar ik vond het meteen een goed idee. Ik vind het ook leuk om met elkaar te praten over wat we nou eigenlijk aan het doen zijn. Je komt elkaar wel eens tegen, sporadisch, op festivals. Maar het is eerder regel dat je elkaar niet tegenkomt.’
     Een deel van jullie heeft al in het Impressionisten-zaaltje op Noorderslag gestaan.
Heijne: ‘Alleen de Kift niet.’
Meindert Talma: ‘De rest geloof ik allemaal wel. En Mondo Leone en D’r Sjaak waren er ook bij.’
André Manuel: ‘Onze manier van werken is enigszins vergelijkbaar. We werken allemaal vrij onafhankelijk.’
Heijne: ‘We hebben de taal gemeen. Alles is in het Nederlands. Misschien niet het Algemeen Beschaafd Nederlands, maar vooral de taal van de streek waar je vandaan komt. De Kift afficheert zich niet expliciet als een Zaanse band. Wij komen allemaal uit de Zaanstreek en daarom zing ik in het Zaans. Toen we de band oprichtten was één van de voorwaarden dat we in het Nederlands zouden zingen. Dat werd dus Nederlands met een Zaanse tongval.’
     André, jij hebt altijd veel in het Nederlands gedaan, maar zingt de laatste tijd voornamelijk in het Twents. Een fase?
Manuel: ‘Ja. Maar dat ben ik nou weer aan het uitkrabbelen. Ik ben gewoon op een gegeven moment alleen in het Twents gaan zingen en dat beviel me heel goed.’
Heijne: ‘Je verstaat er soms ook helemaal niks van.’
Manuel: ‘Maar dat is af en toe een enorm voordeel. Dan kan je ongegeneerd over allerlei onderwerpen zingen zonder dat je in de problemen komt. En het is natuurlijk niet authentiek ouderwets Twents. Je hebt in Overijssel zo’n taalinstituut, met van die taalpuriteinen, en als die zich over mijn teksten zouden buigen, werd ik denk ik meteen op de zwarte lijst geplaatst. Ik hou echter van een dialect dat gewoon leeft en nu nog gesproken word, en niet van de officiele versie die vijftig jaar geleden werd gesproken. Het Twents is voor mij ook persoonlijker dan het Nederlands. Op het moment dat ik Nederlands spreek, ben ik eigenlijk al een acteur. Als ik echt pissig ben, al is het op iemand uit Amsterdam, dan begin ik toch echt te schreeuwen in het Twents. Als ik heel emotioneel word. Gelukkig word ik dat niet zo vaak.’
     Heb jij dat ook, Meindert?
Talma: ‘Ik ben tweetalig opgevoed. De eerste jaren in het Fries en op de lagere school kwam het Nederlands. Beide talen hebben hun charmes en hun mooiïgheden, dus het is hartstikke mooi om gewoon met allebei te werken.’
     Denk jij in het Fries?
Talma: ‘Ja, ik denk wel in het Fries. Ik zie het nu ook met mijn dochtertje bijvoorbeeld. Ik zou het vreselijk vinden als zij ‘papa’ tegen mij zou zeggen. Al is mijn vriendin Nederlands. Maar het klinkt zo Hollands en onder Friezen is dat toch een beetje een scheldwoord. Friezen zeggen geen papa maar ‘heit’.’
     En hoe zit dat bij jou, Minco?
Eggersman: ‘Een beetje anders. Wij hebben onze eerste platen in het Engels gemaakt en zijn pas gaandeweg overgestapt op Nederlands. Oud Hollands eigenlijk. We hebben veel van de taal van mijn opa gehaald. Die kwam uit Haarlem. Ikzelf heb een tijdje in Drente gewoond en daar zing ik ook wel over op De Geluiden Van Weleer. Ik zing over mijn jeugd en over hoe Nederland is veranderd. De ene keer pak ik het wat groter, de andere keer blijft het heel persoonlijk. Ik woon nu in Amsterdam Noord, heb ook heel lang in Utrecht gewoond. Onze muziek is niet gebonden aan een regio.’

JULLIE PLAAT LIJKT zich af te keren van de moderne tijd.
Eggersman: ‘Gedeeltelijk wel. Ik woon dus in Noord, met m’n studio, m’n laptopje, m’n Ipod en alles wat er tegenwoordig bij komt kijken. Met een kwartier fietsen zit ik hier, middenin de grote stad. Trams, drukte, alles. Dat ben ik al heel gauw zat. En als ik vijf minuten de andere kant op fiets, zit ik midden in de natuur van de polder. Het illustreert de haat/liefde verhouding die ik heb met deze tijd: aan de ene kant houd ik van de techniek en internet. Maar ik merk aan heel veel mensen dat niet iedereen even blij is met de vooruitgang an sich. Het wordt allemaal wat oppervlakkiger, wat leeg soms. Ik heb dat samengevat in die plaat. Niet op een toon van: waar zijn we toch allemaal mee bezig, maar meer om een romantisch beeld van vroeger te schetsen, dat blijkbaar heel veel mensen herkennen. Je hoort vaak van mensen dat ze ook in zo’n dorpje hebben gewoond, of hun familie.’
Talma: ‘Heeft De Kift dat niet ook? Dat terug gaan in de tijd? Jullie kijken ook altijd een beetje naar de jaren twintig, dertig van de vorige eeuw.’
Heijne: ‘Momenteel zijn we bezig met een nieuwe plaat waarvoor ik put uit voornamelijk Russische gedichten, die drie eeuwen beslaan. Van achttienhonderdzoveel tot nu. Ik snap wel wat Minco zegt, over de vooruitgang. Ik woon zelf ook op de rand van de randstad en gelukkig zijn beiden voor mij een vanzelfsprekendheid: de stad en het platteland. Ik weet van mezelf dat ik meer een plattelander ben dan een stedeling. Ik zou nooit in de grote stad kunnen en willen wonen. Maar ik vind het wel belangrijk dat we met De Kift in deze tijd staan, met alle hectiek en alle problemen die dat met zich meebrengt.’
     Dat zal voor jullie ook wel gelden, André en Meindert. Niet in de stad kunnen en willen wonen.
Manuel: ‘Ja, ik ben echt helemaal in het platteland. Ik vind het wel leuk om in Amsterdam te kunnen spelen, maar ik ben elke keer ook weer blij dat ik ’s avonds gewoon naar huis kan rijden. Dat heeft niet zozeer met de stad te maken, als wel met het platteland. Dat is gewoon de plek waar je je thuisvoelt.’
Talma: ‘Ik heb heel lang in Groningen gewoond, maar dat was wel weer prettig. Onlangs ben ik echter naar een dorpje in de buurt verhuist, dat had meer te maken met mijn nieuwe gezinsomstandigheden dan een hang naar het platteland. We hebben een kindje en we hadden gewoon meer ruimte nodig. Koeien achter het huis, studio in de achtertuin.’
Manuel: ‘Nou is Groningen ook een uitzondering. Da’s gewoon een heel groot dorp.’

'Bij mij komt vooral het persoonlijke boven. En daar maak ik een liedje over' (MEINDERT TALMA)

Talma: ‘Ik heb er zestien jaar gewoond en dat was fantastisch. In Amsterdam zou ik inderdaad niet kunnen wonen.’
     Het valt op hoe ‘blank’ Groningen qua bevolkingssamenstelling is, vergeleken bij de Randstad. Wat jullie ook bindt is dat jullie muziek nogal ‘blank’ is, niet geworteld in een multiculturele samenleving.
Talma: ‘Het is meer autochtonenpop wat wij maken.’
Manuel: ‘Mij valt dat niet te verwijten. Iedereen is van harte welkom, maar een grote zwarte buitenwijk heeft mijn woonplaats Diepenheim nog niet. Het lijkt me wel helemaal geweldig, overigens.’
     Meindert heeft in ieder geval een begeleidingsband die The Negroes heet.
Talma: ‘Dat maakt een hoop goed, natuurlijk.’

VOELEN JULLIE JE - ieder op je eigen manier - een soort dominee?
Manuel: ‘Eerder een imam. Nee joh, dan zou de muziek echt moralistisch moeten zijn.’

'Op het gebied van popmuziek is er helaas geen integratie. Maar dat is er op andere gebieden ook niet' (FERRY HEIJNE)

     Ernstig zijn jullie wel.
Manuel: ‘Het leven is toch ook ernstig. Ik maak muziek vanuit een bepaalde mate van engagement. En dan is het uiteraard ernstiger dan als je alleen maar gaat voor het amusement.’
Eggersman: ‘Ik herken me niet in het beeld van de dominee.’
     Je brengt een plaat uit verpakt in een oud liedboek van de kerk.
Eggersman: ‘Ja, bewust. Omdat dat heel erg past bij de tijdsgeest die ik wilde neerzetten.’
     En het nummer over de oude man die zegt: vroeger was alles beter. Is dat ironisch bedoeld?
Eggersman: ‘Een beetje.’
     Ook een beetje van: wat zielig nou voor die oude meneer dat hij daar nu zo zit?
Eggersman: ‘Precies. De luisteraar mag zelf kiezen. Ja, ik voel me wel eens die oude man die het allemaal niet meer kan volgen. En ik ben nog helemaal niet oud. Ik kruip graag terug in mijn eigen wereldje. Ik voel me helemaal niet buiten de maatschappij staan, maar ik vind het wel lekker om soms even niet mee te doen.’
     Meindert Talma lijkt ons het prototype van zo iemand. Die even niet mee wil doen met al die rare fratsen in de moderne wereld.
Talma: ‘Ik heb niet zoals André of Minco een soort politiek engagement. Bij mij komt meer het persoonlijke boven. En daar maak ik een liedje over. Soms kan het wel een beetje politiek zijn. Ik kende Sibbele, een oude boer die ontzettende moeilijkheden had met de AID, daar schrijf ik dan een liedje over. Ik kende Sibbele via mijn vader. Ik heb hem een keer geïnterviewd, samen met Negroesgitarist Nyk de Vries. Voor een boek met de levensverhalen van vijftien Friezen. Daar zijn wel een paar liedjes uit voortgekomen. Maar ik houd me niet echt bezig met wat in Amsterdam aan de orde is.’

VOOR WIE SCHRIJF JE je muziek? Op wie richt je je?
Talma: ‘Ik schrijf niet voor een speciale doelgroep. Ik maak altijd een demobandje en dat geeft ik aan The Negroes. Dan zeggen ze: ‘Dit vinden we leuk’. En dan gaan we weer een plaat maken. Ik heb wel geleerd dat mijn publiek toch enigszins beperkt is qua aantal kopers. Een paar jaar geleden dacht ik: misschien kan ik wel veel platen verkopen. Maar bij zo’n 2000 exemplaren, houd het meestal zo’n beetje op.’
     Wat voor soort mensen kopen een plaat van Meindert Talma?
Talma: ‘Meestal toch wel mensen van mijn leeftijd. En soms toch ook wel jongeren. En ook nog wel negers. Ja, die vinden het ook leuk. Ik zat een keer in Plato in Groningen. Daar was een aardige jongeman met zo’n mooi Afro-kapsel. Hij was eerst een beetje boos op me, omdat ik mijn band The Negroes had genoemd, terwijl er geen negers in zaten.’
     André Manuel, kopen ook veel negers jouw muziek?
Manuel: ‘Ik zou het niet weten. Misschien hebben we allemaal wel een klein beetje hetzelfde publiek. Maar of daar veel zwarte Nederlanders tussen zitten, ik denk het niet.’
     Jij schrijft ook veel op je website, columns etc. Tot wie is dat gericht? Wie moet dat lezen?
Manuel: ‘Tot niemand persoonlijk. Het is meer in het nut van ’t algemeen. Ik heb nog nooit gedacht over welk publiek ik nou in de zaal of voor de CD wil hebben. Het is maar gewoon wat er langs komt.’
     En wie zie jij in de zaal zitten als je optreedt?
Manuel: ‘Op dit moment van vrij jong tot ook heel oud. Ik krijg steeds meer bejaarden in de zaal. Ik ben nu radiocolumnist bij de IKON, op Radio 1, zondagochtend. Ja, dat trekt toch in een keer totaal ander publiek. Dat vind ik wel erg leuk. Ik heb ook nooit het idee gehad dat ik alleen maar muziek maak voor gelijkgezinden of gelijkgestemden. Het mag voor mij altijd wel vrij breed zijn.’
     En hebben jullie wel eens een neger in de zaal, bij De Kift?
Heijne: ‘Ik zou ook willen dat ons publiek meer gemengd zou zijn. Maar dat is niet zo. De hoek van de popcultuur waar wij verkeren is voornamelijk helaas een blanke aangelegenheid. Ik kan met alle kleuren mensen door een deur. Op het gebied van de popmuziek is er helaas geen integratie. Maar dat is er op andere gebieden ook niet.’ Manuel: ‘Maar stel dat je samenwerking aangaat met andere culturen, dan nog ben je opgezadeld met een blank publiek. Wat in de Nederlandse zalen naar popmuziek komt kijken, is vaak gewoon blank. Als het popmuziek heet, he? Ik heb ook wel eens op Mundial gespeeld. Met vier vluchtelingen hadden we met Krang een week gerepeteerd. Maar dat Mundial is ook gewoon een blank festival.
Talma: ‘Ik kom vaak in VERA, maar daar zie je alleen maar blanke jongeren of ouderen.’
     Jullie muziek bereikt dus autochtonen en niet allochtonen.
Manuel: ‘Je zegt dus eigenlijk dat onze muziek vrij racistisch is.’

EGGERMAN: 'IEMAND ZIE LAATST: Spinvis maakt fonetische foto’s. Nou, daar herken ik me wel in. Dat zie ik ook bij Meindert Talma: je beschrijft heel minimaal wat je voelt en wat er om jou heen gebeurt. En dat spreekt me aan in jouw muziek. Dat je dingen benoemt zoals ze zijn, zonder al te veel poeha erom heen. Ik merk dat mensen die onze muziek waarderen, ook vaak jouw muziek waarderen.’
     Op jouw website, André Manuel, ben je een beetje aan het mopperen op Spinvis. Hij is niet de God die wij denken dat hij is, stel je.
Manuel: ‘Dat was naar aanleiding van een live-opname, hoor. Dan vind ik het gewoon niet goed. Even los van dat ik de man wel waardeer om de kwaliteit van zijn werk, maar ik vind het live niet overtuigen. Wat ik mooi vind aan muziek, is als het live nog een paar stappen verder gaat dan op de plaat. Zoals bij De Kift. Daar word ik gelukkig van.’

'Ik voel me helemaal niet buiten de maatschappij staan, maar ik vind het wel lekker om soms even niet mee te doen' (MINCO EGGERSMAN)

     Komt je kritiek ook omdat jij zelf muziek maakt die heel erg naar buiten is gericht, terwijl de muziek van Spinvis naar binnen mijmert?
Manuel: ‘Ja, dat ergert me wel.’
     De provocateur Manuel! Als iedereen Spinvis goed vindt, ga jij zeggen dat je het niks vindt.
Manuel: ‘Ik heb niet het gevoel dat iedereen het goed vindt. Is dat zo? Dan heb ik echt iets gemist.’
Talma: ‘Ik heb zijn nieuwe show nog niet gezien, maar zijn vorige plaat is wel aardig vertaald naar het podium, vond ik. Met die band enzo. Ik vond het wel overkomen.’
     Heeft De Kift nog het oude punkideaal van op de barricaden en ertegenaan?
Heijne: ‘Onze boodschap is met De Kift nooit echt zo sektarisch politiek geweest. We zijn altijd meer een sociaal politiek gerichte band geweest. Ik ben gevormd door de kraakperiode. Daar leerde je dat je dingen kon verwezenlijken die je niet voor mogelijk hield. Gewoon door het zelf te doen. Daarnaast sprak de energie van de punk me aan. Dat je wat je maakt de mensen ook daadwerkelijk onder de neus wilt wrijven. Met De Kift heb ik gewoon een hele grote drang naar voren. Dus wat dat betreft ben ik misschien minder een impressionist dan een expressionist. Dat is absoluut waar. In de studio werk ik ook altijd met het podium in gedachten. De zaal met mensen, dat is als het ware het kader van waaruit ik werk. Met ook nog eens een keer een puist herrie achter mijn nek.’
     Zo hebben we een tweedeling hier aantafel. Muziek die zich terugtrekt en muziek die wil confronteren.
Manuel: ‘We moeten er ook niet zo’n antiSpinvis verhaal van maken. Het gaat niet wat ons scheidt, maar wat ons bindt. Dat het Impressionisten heet, ik neem dat voor kennisgeving aan.
Talma: ‘Het heeft al wel gewerkt, André Manuel als afsluiter op de Noorderslag, dat vonden mensen echt geweldig. Het aardige is dat de verschillende regio’s uit het land toch wel een beetje samenkomen. Twente, Koog Aan de Zaan, Het Noorden, D’r Sjaak en Mondo Leone uit Limburg’

IETS ANDERS. Jullie van At The Close Of Everyday zouden nog bidden voor het eten, lazen we ergens.
Eggersman: ‘Dat was een grapje van Ferry Rosenboom. Maar ik geloof in God, zeker.’
     Maar als je leest wat André Manuel schrijft, dat is ontzettend anti-religie.
Manuel: ‘Maar dan antwoord ik wel vaak op religieus geweld. Wie is er begonnen? Ik denk dat elk mens een rol heeft. Sommige mensen moeten alleen maar een grote bek hebben over dingen, om te signaleren dat er een probleem is. Andere mensen moeten op een hele ingetogen manier de dialoog aan gaan met anderen. Maar het probleem moet wel kenbaar gemaakt worden. Natuurlijk was Theo van Gogh bij wijlen een heel onbenullige man, maar hij heeft wel goed gezien, wat er aan de hand was.’
     Er wordt de laatste tijd vaak gesproken over het recht op kwetsen. De muziek van At The Close Of Everyday kwetst op geen enkele manier.
Eggersman: ‘Ik vind het ook niet prettig om mensen te kwetsen.’
     Terwijl André ...
Manuel: ‘Ik kwets ook niemand. Dan moet je me eens een voorbeeld geven van waar ik mensen gekwetst heb. Ik maak zeer pittige teksten. En ze zijn ook af en toe ver over de grens. Maar ik vind wel: elke keer komt het ergens vandaan. En als mensen dat als kwetsend ervaren, dan zegt dat wat over hen zelf.’
     Heb je een grens?
Manuel: ‘Ik ken eigenlijk maar één grens. Als ik iets van iemand persoonlijk weet, zal ik dat nooit gebruiken in een liedje. Als ik weet dat er iemand op de eerste rij zit die net gisteren zijn moeder is verloren en dan ga ik ‘m dan dus niet keihard in het gezicht uitlachen. En verder: alleen maar op het podium gaan staan, scheldend tegen alles en nog wat, dat werkt ook niet.Want dan is na tien minuten iedereen weg. Dat weet ik uit ervaring.’

SCHAAR JE BELEDIGEN onder humor?
Manuel: ‘Natuurlijk is dat humor. Ik denk dat humor en beledigen nodig zijn. Het is op dit moment zeer onrustig in de wereld, maar ik denk dat het goed is dat de Islamitische wereld op dit moment beledigd wordt. Dat maakt dat het hele probleem aan de oppervlakte komt. Nou wordt er, ook al is het op een nogal ruwe wijze, tenminste met elkaar gecommuniceerd.’
Talma: ‘Maar die mensen mis je in de zaal bij je optredens. Dat is wel jammer.’
Manuel: ‘Dat is absoluut waar. Er komen gewoon vrij weinig fundamentalistische moslims naar mijn theatershow. Dat kan ik niet ontkennen. Maar ik had ze graag in de zaal gehad.’
     Wat had je dan tegen ze gezegd?
Manuel: ‘Gewoon hetzelfde. Wat moet ik dan doen? Thuis blijven zitten en niks meer doen? Ik merk ook dat het hier in Amsterdam anders is dan in de rest van het land. Ook met de optredens, dat er hier in Amsterdam nog steeds anders gereageerd wordt op dat soort grappen. In de provincie had men het een week na die moord op Van Gogh al min of meer verwerkt, terwijl het hier nog steeds heel erg gevoelig ligt.’
     Als het vijfhonderd meter van je huis gebeurd is, is dat niet zo vreemd.
Manuel: ‘Okay, maar wat moet er nu dan gebeuren? Die strijd is door die groep mensen aangegaan met de rest van Amsterdam, dat is toch zo? Die Mohammed B. heeft toch daadwerkelijk een manier van leven in Amsterdam aangevallen? Dat was toch een frontale aanval op een lifestyle? De typische Nederlandse levensstijl? En wat doet de Amsterdammer? Die trekt zich terug. Er is toch heel wat te verdedigen in Amsterdam? Een bepaalde mate van vrijheid, die nou toch de strot doorgesneden is. Als je dan ook nog heel angstvallig zegt: ‘Laten we de boel maar bij elkaar houden’, dan wordt er toch nog een keer wat vermoord.’
Heijne: ‘Ja, er zijn verschillende manieren om er mee om te gaan, natuurlijk. Je hebt daar een harde manier in en een zachte.’
Manuel: ‘Er gebeurt zo weinig, Ook aan zachte dingen.’
Talma: ‘Theo Van Gogh, die zo graag grof was, was groot fan van Spinvis. Hij heeft nog gespeeld op zijn begrafenis. Dat is het rare van het Noorden, daar merk je van dit alles niks. In Rotterdam of Amsterdam zit je met een geheel andere sfeer dan bij ons in het dorp.’

KIJKEN DE MENSEN jou raar aan, als je in Rotterdam komt?
Talma: ‘Nee, je hebt daar zoveel mensen, die kijken echt niet allemaal naar mij.’
     Als je daar gaat spelen ...
Meindert: ‘O, dat zou kunnen, maar als mensen mij niet kennen, dan kijken ze sowieso de eerste nummers altijd een beetje vreemd.’
Heijne: ‘Nou is Rotterdam ook weer het andere uiterste. Daar wordt er standaard de eerste twintig minuten de kat uit de boom gekeken. Ze staan daar gewoon te staren. Met het gevoel van: laat maar zien. En als het ze niet bevalt, dan laten ze het wel merken. Wat dat betreft is Rotterdam compleet het tegenovergestelde van Groningen.’
Eggersman: ‘Daar zijn ze in ieder geval wel beleefder.’
Heijne: ‘Ik vind het inspirerend om ook in Rotterdam de strijd aan te gaan. Maar daar moet je wel harder werken, ja, wil je de zaal mee krijgen.’
     Voelt het zo, optreden, als een strijd aangaan?
Eggersman: ‘Je moet de mensen wel winnen, ja. Maar wij hebben het geluk dat als wij spelen de mensen bijna altijd echt voor ons komen. Ik moet wel zeggen dat Rotown het enige voorbeeld is waar ooit door ons heen is gepraat, waar we ook echt last van hadden. Onze muziek vraagt ook om luisteren. Of niet. Als je gewoon een avondje wilt lallen onder het genot van keiharde muziek, dan ga je niet naar ons. Je komt naar ons om te luisteren. Ik speel ook liever in een theater, waar mensen kunnen zitten. Ik wil gewoon iets vertellen, een sfeer neer zetten. En als je daar geen zin in hebt, moet je vooral niet komen. Ik denk dat mensen bij een theatertoer van Spinvis net zo komen: om te luisteren.’

DE MUZIEK VAN SPINVIS gaat ook over dat de wereld een beetje te snel gegaan is.
Manuel: ‘We hebben het toch over een periode van twintig/dertig jaar. Waar praten we over. Het is helemaal niks. De dingen veranderen toch altijd? In de jaren zestig was er toch ook een verandering? In 40-45 zijn er ook een heleboel dingen veranderd. Gaat het nou echt zo snel op dit moment? Ik zie het niet zo drastisch veranderen. Alles is toch constant in beweging?’
Heijne: ‘Is er momenteel een speciale taak voor de popmuziek? Hebben we hier een taak? Als gevolg van al het geweld dat momenteel klaarblijkelijk sfeerbepalend is binnen de stad, vinden mensen dan steun aan de muziek van Spinvis of At The Close Of Everyday?’
Eggersman: ‘Ja, heel erg.’
Manuel: ‘Muziek kan troost bieden, maar kan ook een revolutionaire werking hebben.’
Ferry: ‘Heb jij in niet misverstane bewoordingen op de moord van Van Gogh gereageerd?’
Manuel: ‘Ja, op verschillende manieren. Ik heb een theaterprogramma gehad, dat ging daar voor een groot gedeelte over. En mijn laatste plaat zit ook al redelijk vol met verwijzingen.’
Heijne: ‘En dan ben je nooit bang dat ze je dood schieten?’
Manuel: ‘Nee. Nee. Ik heb er heel even over nagedacht, maar er was maar één keus. Of je stopt ermee, of ik ga gewoon door met wat ik aan het doen ben. Ik zie geen enkele andere mogelijkheid. Dat is namelijk wat ik ben. Ik kan niet ineens iets anders gaan doen.’
     Sommige cabaretiers durven er geen grappen meer over te maken.
Manuel: ‘Belachelijk. Als we nu al zo gaan doen, wat moet je dan nog? Op een bepaald moment zegt niemand meer iets. We hebben op dit moment toch ook daadwerkelijk tegenstanders? Ik ben helemaal geen pro-Amerikaan. Het tegenovergestelde zelfs. Maar er komt op dit moment tegenstand uit de Islamitische wereld die daadwerkelijk de westerse wereld wil veranderen. Er is toch gewoon toch echt wel iets aan de hand?’
     Wij hebben nog geen liedjes over de cartoon-kwestie gehoord.
Talma: ‘Ik heb een column geschreven over die cartoonkwestie. Ik ging daarin bij een medium langs uit Groningen, Charl Franssen, die voor mij contact moest maken met de profeet Mohammed. Toen had ik, via Charl, een gesprek met Mohammed over die cartoons.’
Eggersman: ‘Heb je er geen gezeur over gehad?’
Talma: ‘Nou, mijn vader belde me op: wat heb je nu weer gedaan? Maar die column wordt geplaatst in de Leeuwarder Courant en de mensen die dat lezen zijn meestal aardig rustig. Ik heb er geen last van gehad. Friesland en Groningen hebben geen last van kwade Moslims. Ik kom zelf uit een gereformeerd nest, en die zijn vaak een beetje slap qua houding. Het aardige van de moslims is: ze zijn zeer fanatiek. Of ze hebben het geloof afgezworen. Maar als ze er voor gaan, dan gaan ze er ook echt voor. Niet op de goede manier natuurlijk. Maar het is gewoon een heel streng geloof. Wij als Nederlanders zijn heel anders met het geloof opgevoed in de loop der eeuwen.’
Manuel: ‘Wij vinden het heel lastig als we geconfronteerd worden met agressie. Omdat we ook niet echt kunnen zien waar het vandaan komt. En waaraan we dat verdiend hebben. We zitten echt volkomen verdwaasd in de hoek: wat overkomt ons allemaal.’
Talma: ‘Van Gogh zei: we moeten oppassen, ze nemen de macht over, we moeten onze eigen tradities op gebied van moraal en ethica een beetje hooghouden. De vrijheid van meningsuiting is in het gedrang.’
Heijne: ‘Jij zegt: ‘Ze nemen de macht over’. Ik weet het niet. Ik ben zelf ook niet zo bang. De situatie is totaal uit de hand gelopen, natuurlijk. Maar ik heb het gevoel dat voornamelijk het geweld in beeld komt. Mijn vriendin geeft Nederlands aan anderstaligen, NT2. Zij heeft heel veel te maken gehad met hele gewone Moslim-mensen, met hele gewone verhalen. Dat stemt mij eigenlijk wel rustig. Het gros van de moslims zijn net zulke gewone mensen als ieder ander.’

MANUEL: ‘VOLGENS MIJ GAAT HET EROM dat je gewoon zelf moet doen wat je wilt doen. En als je het niet voelt om je luidruchtig uit te spreken, is dat ook nergens voor nodig. Ik denk dat het vooral dan zeer geforceerd overkomt. En dan werkt het natuurlijk helemaal niet. Maar je moet je niet terugtrekken. Ik voel een beweging naar het hoekje toe. Laten we maar allemaal even kijken wat er over ons heenkomt.’
Talma: ‘Dat zich terugtrekken is toch al een teken aan de wand. Dat ze bang zijn.’
Heijne: ‘Je moet je afvragen of het allemaal al zo ontrustbarend is. Wij baseren onze teksten op dit moment op Russische poëzie uit de Stalin-tijd. Ik gebruik gedichten van mensen die vanwege Stalin naar het westen zijn gevlucht, omdat ze anders gewoon dood werden gemaakt. Ik heb niet het gevoel dat wij al in een situatie zijn, waarin je jezelf moet censureren omdat je anders zulke gevaren loopt. Meindert’s vader belt bezorgd op, maar het is toch zeker nog niet zo dat hij om zijn column naar welke uithoek van het land wordt gedeporteerd.’
     Enkele maanden geleden stonden de voorsteden in Parijs in de brand, daarna die cartoonkwestie, je kunt er bijna niet omheen.
Heijne: ‘Ik ontken het ook niet. Ik kies bijvoorbeeld bewust Russische poëzie, en niet Nederlandse poezie. Omdat die Russische poëzie voor mij meer achtergrond heeft dan moderne poëzie uit Nederland bijvoorbeeld. Die is mij op dit moment te onschuldig. Ja, ik vind het ook verschrikkelijk dat de kinderen in Denemarken heel angstig zijn, omdat de halve wereld over hen heenvalt. Ze zien die woedende Arabieren over hun vlaggen lopen. Dat zijn allemaal dingen waar je niet omheen kan.’

'Ik denk dat het goed is dat de islamitische wereld op dit moment beledigd wordt. Dat maakt dat het hele probleem aan de oppervlakte komt' (ANDRÉ MANUEL)

     Ferry zegt: is het de taak voor popmuziek om hierin een rol te spelen, nou, waarom niet?
Manuel: ‘Angst. Dat hebben we natuurlijk heel lang niet gevoeld in Nederland. Angst. Dat is iets nieuws. Zeker voor onze generatie. Nou ben ik natuurlijk nog steeds niet angstig, maar het heerst wel in het land. En het is waarschijnlijk ook wel terecht.’
Talma: ‘In de jaren tachtig had je de angst voor de atoombommen.’
Manuel: ‘Dat was leuk.’
Talma: ‘Lekker met pro-NAVO-stickers de leraren plagen.’
Manuel: ‘En grote demonstraties. Daar ben ik ook nog wel geweest. Met 100.000 man. Dat was een feest van verbroedering! Die gemene Lubbers! We draaiden onze rug naar hem toe. Wat een feest! Wat een verzet was er toen! Dat was toen nog een abstracte dreiging. Maar dit nu is heel wezenlijk. Dit zijn de buren, dit kan vijf honderd meter van je huis gebeuren, ja.’

De Nederlandse Impressionisten: 18 maart Atak, Enschede, 19 maart Rotown, Rotterdam, 24 maart Gigant, Apeldoorn, 2 april Melkweg, Amsterdam, 7 mei Ekko, Utrecht, 14 mei Waerdse Tempel, Heerhugowaard, 25 mei Paard van Troje, Den Haag, 9 juni Patronaat, Haarlem

Terug naar
pers-overzicht