![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Recensies
Oor
(cd/boek) De
Volkskrant (cd) Nieuwe Revu (cd) Nieuwe Revu (roman) Leeuwarder Courant (boek/cd) Een dilettant in muziek en literatuur Met andere woorden: in zijn debuutroman laat Talma verduveld weinig ruimte tussen fictie en werkelijkheid. Zo kan hij sommige hoofdstukken vooraf laten gaan door bijvoorbeeld reëel bestaande krantenknipsels, zoals een verslag van de voorleesbeurt voornoemd in De Feanster. Er staat dan wel 'roman' voorop het boek, maar eigenlijk is "Dammen met ome Hajo" niet veel meer dan een in meerdere opzichten dunne, chronologisch geordende verzameling anekdoten uit het leven van lange, slungelachtige Meindert. Meindert op korfbal, Meindert op de lagere school, Meindert op de middelbare school (het Drachtster Ichtus College, geen banaal detail blijft de lezer bespaard), Meindert in de disco, Meindert verliefd, Meindert in de trieste Groninger wijk Beijum. Als er al een rode draad in het boek zit, dan is dat die van titelfiguur ome Hajo, die overigens een van de weinige fictieve personen uit het boek lijkt. Al vanaf zijn vroegste jeugd damt Meindert geregeld een potje met de voormalige SRV-ondernemer met een religeuze tic, om op de laatste bladzijde eindelijk eens een wedstrijd te winnen. Ome Hajo is wel de eigenaardigste en kleurrijkste van de types die Meindert op zijn pad tegenkomt. Zoals lezers van De Blauwe Fedde al wisten is Talma gefascineerd door zulke schilderachtige dorpstypes, die hij ook fraai onderkoeld kan neerzetten. Punker Sexsmurf, het maffe schoolvriendinnetje Jellie Elzinga, onderwijzer en CDA-fanaat Nicolai, Sietse Snack en meer van die types bevolken het boek, terwijl op de achtergrond radiopiraat De Stille Genieter constant aan staat. Zo schildert Talma met grote halen zijn jeugd in het Surhuisterveenster dorpsmilieu, waarbij vooral zijn ik-figuur nauwelijks tot leven komt. De Blauwe Fedde-lezer had al door dat Talma een literaire dilettant is, die daar eigenlijk best trots op is en vanuit die underdog-positie nog tot verrassende vondsten komt ook. Zo geeft hij zijn dialogen steevast weer in het Fries, al maakt hij de overgang wat kleiner door nogal wat "Friezismen" in de rest van de tekst te gooien: "Daar had ik het niet op staan", en dat soort vermoedelijk opzettelijke stijlbloempjes die de Friestalige lezer herkennend zullen doen glimlachen. Het dilletantisme van Talma werkt op cd beter dan tussen voor- en achterflap van een 'roman'. Op zijn derde cd, wederom begeleid door zijn Negroes, laat hij horen dat zijn orgellessen, die in het boek aan de orde komen, vruchten hebben afgeworpen. Ook andere gebeurtenissen en figuren uit het boek komen terug in de teksten. Talma heeft inmiddels een unieke stijl ontwikkeld, die verre van virtuoos is maar wel mooie karakteristieke popliedjes oplevert. Hij is al evenmin een groot zanger als een groot romanschrijver, maar in zijn bescheiden opgezette liedjes tellen zulke beperkingen niet. "Apart, apart", zoals hij zelf zou zeggen. Meindert Talma is een cultfiguur, al zal het wel even duren voor "Dammen met ome Hajo" een cultboek is. (15 oktober 1999, Jacob Haagsma) Het Parool (boek) De man van de SRV Hoe komt het dat over vrijwel elk amateurkiekje uit de jaren zeventig zo'n gelige waas ligt? Zo'n oergezellig, oker-achtig schijnsel? Het zal iets te maken hebben met het fixeerprocédé uit die dagen, waardoor het nu lijkt alsof de zon toen altijd scheen en heel Nederland één grote knusse leefkuil was. Neem de foto op het omslag van Dammen met ome Hajo, het romandebuut van Meindert Talma; de foto toont twee gebloemde, opklapbare tuinstoelen op een zonovergoten grasveldje. De afbeelding is zo authentiek lullig, en zo vergeeld dat het van de weersomstuit karikaturaal wordt Voor de roman geldt hetzelfde: die klinkt als een langgerekte Easy Aloha-tune: opgewekt, knus als een leefkuil, pretentieloos en een tikje onnozel. De hoofdfiguren in dit kleine Friese drama zijn Ome Hajo en zijn neefje Meindert. Het lukt Meindert maar niet om zijn oom te verslaan met dammen. De jongen raakt daar zo gefrusteerd van dat hij op driekwart van het boek besluit om het damspel nooit meer aan te raken. We volgen Meindert vanaf het begin van de jaren zeventig, toen het journaal nog opende 'met zo'n lekkere Boing en gepresenteerd werd door Fred Emmer'. We lezen over de EO kinderkrant, de Willem Ruis Show, Ted de Braak, NCRV's Stedenspel met Dick Passchier en Judith Bos, kortom, zo'n beetje alles wat er destijds aan onschuldig vermaak op de buis verscheen, wordt in herinnering gebracht. Ook buiten, op straat, op school, of bij de korfbalvereniging, blijken de jaren zeventig van onschatbare waarde. Het onbenulligheidsicoon van de middenstand bijvoorbeeld, is vertegenwoordigd in de persoon van Ome Hajo. Hij is de man van de SRV en trekt van deur tot deur met zijn versmobiel. Het spreekt voor zich dat Talma niet nalaat het deuntje van het Cocktail-trio in herinnering te roepen: 'Boodschap doen geen pretje/vallen met je netje/leve de man van de SRV/van je hiephieperdepiep hoeree!' De wereld van Meindert is klein, het beperkt zich tot de grenzen van Surhuisterveen. De popmuziek lijkt zijn horizon te verbreden, maar ook hier zegeviert aanvankelijk de naïviteit: 'Ma Baker, een song van Boney M, ging over de moeder van George.' Naarmate we Meindert verder volgen, tot aan het begin van de jaren tachtig, krijgen zijn bezigheden iets meer gewicht. Hij bekommert zich bijvoorbeeld om het lot van de Roemenen en organiseert met Ome Hajo een hulpactie. Toch behoudt hij zijn innemende onbevangenheid, als was het alleen maar omdat de gebeurtenissen in zijn leven niet genoeg kracht hebben om het de onschuld te doen verliezen. De jongen zou zo graag Ian Dury's credo -sex, drugs & rock 'n' roll- in de praktijk brengen, maar het zit er niet in: zo krijgt Meindert nadat hij in het lokale krantje een oproep heeft geplaatst om een bandje te beginnen, slechts één reactie van twee christelijke broers uit Arnhem en met de seks wil het ook al niet vlotten. Echt verrassend kun je de ontwikkeling van de roman niet noemen. Meindert besluit om nog eenmaal tegen ome Hajo te dammen. Hij bestudeert openingszetten, verdiept zich in het damspel, dat ergens halverwege het boek werd vergeleken met de liefde, maar meer algemeen natuurlijk geldt als metafoor voor volwassen worden. Op de laatste pagina van het boek komt de laatste zet en Meindert wint. Met tranen in de ogen steekt ome Hajo zijn gerimpelde hand naar voren en mompelt nog eenmaal: 'De sterke vijand heeft overwonnen, mijn huisraad is reeds geroofd.' Toch is zo'n afloop in stijl. Het boek had immers niet meer pretenties dan de vele vormen van lulligheid in kaart te brengen. Dialogen van het type: 'Hoi', zei Wopke. 'Hoi, zei Jellie', zijn hier dus op zijn plaats. Hetzelfde geldt voor het veelvuldig gebezigde 'Poeperdepoep'. Minder aantrekkelijk zijn de dialogen in het Fries omdat een verklarende woordenlijst ontbreekt. En ronduit pijnlijk zijn de clichématige regels die je een enkele keer aantreft. De verdienste van Talma moet dan ook niet direct gezocht worden in het schrijven van literatuur, maar eerder in het scheppen van dubbelzinnigheid: zijn verbeelding van de jaren zeventig is enerzijds authentiek, anderzijds is het een persiflage. Het onderscheid is maar moeilijk te maken en dat geeft dit boek, naast de vele feestelijke herkenningsmomenten voor begin-dertigers, een subtiele lading. (12 november 1999, Daniëlle Serdijn) Algemeen
Dagblad (cd) Gronings Dagblad (boek) DEBUUT TALMA IS GEEN ROMAN De liedteksten van Meindert Talma - van zijn hand verschenen twee cd's - vallen op door de mengeling van droge eenvoud en soms cynische humor. Een van de nummers van zijn eerste plaat is getiteld 'Versmobiel - ondernemer' en gaat over een goedgemutste man die plezier heeft in zijn werk om de plaatsgenoten van de dagelijkse voorraad etenswaren te voorzien. En dan eindigt het nummer plotseling met de volgende regels: 'maar het is niet altijd feest, zo ben ik laatst /op een dag nog bij drie begrafenissen geweest/ja want dat is ook de taak van een versmobiel - ondernemer.' Eigenaardige regels, die nog door het hoofd van de luisteraar blijven spoken als het nummer is afgelopen. Uit de debuutroman van Talma wordt duidelijk dat deze 'versmobiel - ondernemer' de 'ome Hajo' uit de titel van het boek is. De hoofdfiguur en verteller uit de roman komt regelmatig bij hem op bezoek om voor even naar het dambord te kunnen staren. En dat is tevens de rode draad in dit boek, aangezien de 'ik' van plan is om ooit korte metten met deze oom te maken: 'Ik was geen echte dammer maar toch mocht ik altijd graag dammen. Ik hield van de spanning en het denken, en het ging mij duidelijk veel beter af dan fysieke sporten als korfbal of voetbal - Jellie verloor altijd van mij met dammen. Bovenal wilde ik één keer in mijn leven ome Hajo verslaan." Een afrekening? Logisch lijkt die niet, aangezien deze ome Hajo niet onsympatiek naar voren komt. Maar het is wél duidelijk dat de ik-verteller de bekrompen sfeer van het Friese dorp ooit wil ontvluchten. De korfbalwedstrijden en de omgang met leeftijdgenoten bevallen hem niet bepaald. Zijn grootste plezier bestaat uit het beluisteren van de piratenzender De Stille Genieter, zodat hij voor even de kille en harteloze omgeving van het Friese platteland kan vergeten. En misschien ook wel de wijze raad die ome Hajo hem geeft. In het Fries, zoals alle andere gesproken woorden in deze roman: 'Tred kin de tûke SRV-man in bêst stik bôle fertsjinje. Dat is fansels de belangrykste reden Meindert hè. Ast dû letter grut bist, dan silst dû ek besykje moatte safolle mooglik sinten te fertsjinjen, want dêr draait it yn de wrâld om jonge, sinten, sinten en nochris sinten.' Droge stijl Daarnaast blijft de ik-verteller een vreemde schim over wie we eigenlijk niet veel te weten komen. Hij is lang, dat is duidelijk, in tegenstelling tot de 'Sexsmurf', een op sex beluste kleine jongeman met wie het in de disco tot een handgemeen komt. Maar waarom is hij op een bepaald moment naar Groningen verhuisd? Beviel het leven in Friesland dan zo verschrikkelijk slecht? Ook is het opmerkelijk dat de meeste hoofdstukken aan alle kanten rammelen. Zo eindigt het hoofdstuk van de Shalom Singers met de bewondering van de hoofdfiguur voor zanger Johnny Cash. Waarom voelt de 'ik' zich zo aangetrokken tot de stemgeluiden en teksten van deze Amerikaanse bard? Uit de roman wordt dat niet duidelijk. Maar wat wél duidelijker wordt, is dat 'Dammen met ome
Hajo' helemaal geen roman is, maar een aaneengevlochten hoeveelheid stukjes persoonlijke
herinneringen. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit de volgende zin: 'Jellie en ik moesten
beginnen in het verdedigingsvak samen met Gea Eizinga en Peter huppeldepup, ik ben zijn
naam vergeten.' LiveXS
(cd) Alles op tien (cd) UK Krant (boek/cd) DE DROGE HUMOR VAN OME HAJO 'Dan is het tijd voor Meindert Talma. Hij leest een verhaal voor over Riemer die niet kan slapen. (...) Hierna twee liedjes van Talma en dan is het pauze, met koffie en oranjekoek." Aldus een verslag van de christelijke vrouwenbond in de Surhuisterveenster huis-aan-huis-krant, waarmee de Friese Groninger Meindert Talma (1968) zijn debuutroman opent. Het zet meteen de toon van gereformeerde tuttigheid en plattelandsperikelen die Talma met een (h)eerlijke dosis droge humor weet op te dissen. Daarbij worden de smakelijke anekdotes gekruid met authentiek Friestalige dialogen. Sexsmurf De autobiografische roman Dammen met ome Hajo wordt bevolkt door opvallende, maar nauwelijks uitgediepte personages. Bekeken door de ogen van de slungelige ik-figuur geven ze een zeer herkenbaar, haast karikaturaal beeld van een Friese dorpsjeugd in de jaren 70 en 80. Zo heeft de hoofdpersoon herhaaldelijk te kampen met flat characters als Sietse Snack (acht jaar LEAO), messentrekker Herman Herder en de oversekste dwerg en punker Sexsmurf. Het zijn in feite stripfiguren, inclusief de ik-persoon. Zelfs ome Hajo, de dammende melkboer, krijgt uiteindelijk de bijnaam Dominee: na een ongeluk met zijn SRV-wagen verdiept hij zich steeds meer in de Bijbel en becommentarieert hij alledaagse gebeurtenissen en wereldnieuws te pas en te onpas met Gods Woord. Dezelfde ome Hajo is op zijn beurt een soort god voor de jonge Meindert: zijn hoogste doel is ome Hajo met dammen te verslaan. Het dambord biedt tegelijk een symbolisch kader voor de hele roman. Naast de zwart-wit-personages zijn het vooral Meinderts pogingen om Hester voor zich te winnen die het speelveld bepalen. Tenslotte wordt de cirkel gerond door de rol van de muziek: de orgellessen bij Hesters vader, de eigen composities en bovenal de melig-komische ouwehoeruitzendingen van radiopiraat De Stille Genieter tijdens de vele dampartijen met ome Hajo. Gezien het belang van de muziek in deze roman is het op zich een aardige zet om de bijbehorende soundtrack op cd te leveren. Helaas heeft het beluisteren van het schijfje een ontluisterend effect: de liedjes, waarvan de teksten al vaak ronduit onnozel zijn, klinken vlak, weinig origineel en missen scherpte. Ironisch genoeg is de ervaren muzikant veel minder overtuigend dan de debuterende romanschrijver. (14 oktober 1999, Jaap Zuierveld) Plato mania (cd) HERKENBAAR EN AANSTEKELIJK Vera
Krant (boek) Bijzonder aangenaam zijn de korte Friese dialogen in het boek, die lachwekkend om te lezen zijn, zelfs voor mensen die net als ik het Fries niet beheersen, zoals dit kleine fragment: "Kom! Ik triuw dy jarrestruier yn 'e sleat, u ook?" Op zich leest dit als Chinees, maar binnen de contekst van het boek is het ogenblikkelijk duidelijk dat de kleine Talma hier iets uitroept als: "Kom, ik duw die gierverspreider in de sloot. Jullie ook?" Dammen met Ome Hajo wordt beheerst door twee thema's: enerzijds sluimert er het oude generatieconflict in door, hetgeen Talma passend verpakt heeft in de vorm van een oom en een neefje die vaak tegen elkaar dammen, waarmee de oom steevast het neefje verslaat, zo vaak dat het neefje uiteindelijk geen zin meer heeft tegen hem te dammen. Tot dat het neefje zelf volwassen is geworden en het dan nog één keer probeert, heel passend kort na het uitbreken van de Golfoorlog, in 1991. Bommenwerpers ronken over, heel Nederland houdt gasmaskers gereed, op Schiphol rijden pantserwagens rond en ergens diep in de Friese Wouden vindt een beslissende dampartij plaats. Bijna Wagneriaans. Gaaf. Deze Ome Hajo is een van de boeiendste karakters in het boek. In de eerste pagina's is hij nog versmobiel-ondernemer, oftewel trotse bezitter van een rijdende winkel. Totdat hij - buiten zijn schuld - iemand overrijdt en hij zich stort op het orakelen van zeer vrij geciteerde bijbelspreuken, wat vaak zeer absurd uitpakt. Het andere thema is de (muzikale) ontwikkeling van de jonge Meindert Talma zelf. En juist dat thema vind ik een beetje onderbelicht. Maar wellicht komt dat in zijn volgende boek beter uit de verf. Dammen met Ome Hajo is een uiterst vermakelijk boek dat je doet verlangen naar meer van Talma. Want schrijven kan hij, op een unieke wijze. Lang geleden dat ik zo'n tof boek gelezen heb. Desalniettemin heb ik één kritiekpuntje: het is me niet duidelijk waarom het hoofdstuk "Linksdraaiende yoghurt" in het boek is opgenomen, want - hoewel dit hoofdstuk een komisch verhaal is over het uitchecken van eventuele nieuwe huisgenoten in een studentenhuis in Beijum - het valt qua toon als los zand uiteen binnen Dammen met Ome Hajo. Maar goed, je kunt niet alles hebben. (30 november 1999, Bart FM Droog in de rubriek "Met de botte bijl") Aloha
(cd) Primetime
(boek/cd) Trotwaer (boek) POEPERDEPOEP DY MEINDERT KIN 'T MOAI SEEZE Neffens Piet Gerbrandy, resinsint foar de Volkskrant, bestiet der in tsjinstelling tusken de 'autonomische' en 'anekdotische' poëzije. De 'taalautonome' dichters skeppe in 'enorme distantie' tusken har dichterlik taalgebrûk en it sljochtwei Nederlâns. Dy dichters dogge dat omdat it 'vervreemdend' wurket en elk automatisme bij it lêzen útskeakelt. De lêzer moat dy poëzije feroverje. De 'anekdotische' dichters skriuwe yn in 'gewone' taal oer in werkenbere wrâld. Bij dizze lêste groep dichters giet it om de skerpte fan har observaasjes, de kwaliteit fan har ynsichten, de subtiliteit fan har 'betekenisverschuivingen', sa wol Gerbrandy ha. Relatearje ik boppesteande oan it proazawurk fan Meindert Talma, dan heart Dammen met ome Hajo sûnder mis ta de anekdoatise skoalle. Wa't swart-wyt tinkt en òf in leafhawwer is fan autonomise literatuer òf in fan fan anekdoatys wurk, sil yn syn/har oardiel oer it debút fan Talma gau út 'e rie wêze: in freeslik boek of in sublym stikje proaza. Ik hear dúdlik bij de lêste kategory en wat ek nochris meispilet yn myn resepsje: de tiidgeast fan de jierren '70 en begjinjierren '80 komt hiel sterk nei foaren yn it boek. En oan dy jierren ha ik moaie oantinkens. It lêzen fan dit boek hat dan ek in lovely sentimental journey foar mij west. Myn werkenning en myn affiniteit mei wat Talma skriuwt binne grut. Dy werkenning set al út ein mei de foto (fan Henk Veenstra) op it omkaft: in okerkleurich kykje fan twa klapstuoltsjes fan de aldertruttichste soarte, ynklusief fleurich blomkemotyf, út 'e santiger jierren. Soksoarte fan giel ferkleure foto's út 'e seventies ha ik ek bij 't soad yn it famylje-album. Ik krij altyd wat in tragikomys gefoel bij it trochblêdzjen fan dy foto-albums mei 'self adhesive' siden. Ome Hajo wurdt oars ek op tige tragikomise wize beskreaun en de oade dy't omke krijt is hielendal yn styl: ik ben een versmobiel ondernemer In prachtige persiflaazje op de reklame-hit 'Leve de man van de SRV, van je hiep, hiep, hoeree!' fan it yllústere Cocktailtrio. Trouwens elk haadstikje begjint mei sa'n parlando-eftich ferske of in stikje proaza dat karakteristyk is foar wat folget. Guon teksten binne autintyk, oaren binne oernommen út literatuer út 'e jierren 70-80. Mei mekoar befettet it boek tweintich haadstikken, yn lingte ferskillend fan ien oant tsien siden. Ome Hajo is net allinne de eigner fan in nei Atje Keulen-Deelstra neamde SRV-wein, hy is ek in hiel fertsjinstlike dammer, bij't fanatike om 't ôf. Neffens de heit fan Meindert wie ome Hajo yn it damspul in 'monster'. Alle kearen at ome Hajo wer fan omkesizzer Meindert wûn hie raasde er: 'De sterke vijand is overwonnen, zijn huisraad is reeds geroofd...!' En ome Hajo die dat dan mei 'zijn stralende Dick Passchier-lach vastgeplakt op zijn gezicht'. Dy fassinaasje foar bibelteksten en it útdragen dêrfan, al as net ymprovisearre, is it gefolch fan in ferkearsûngemak dat ome Hajo hân hat. Dêrbij rekke 'Sterke' Jellie Elzinga ûnder de SRV-wein. Jellie de foet stikken, mar ome Hajo alhiel fan 't sintrum. Hij docht de 'versmobiel' fan 'e hân en it liket wol dat der godtsjinstwaansin foar yn 't plak komt. Op krystnacht heart ome Hajo as er yn 'e tobbe sit in stim, in stim fan in ingeltsje: 'Wees niet bang, Hajo, want ik heb goed nieuws voor jou. Jij hebt nu lang genoeg in bad gezeten. Ik ben hier gekomen om jou eruit te helpen (...) Ze zei: 'Kom met mij mee'. En dat had hij gedaan. Hij ging met haar naar buiten. Maar ze ging opeens bij hem weg. Hij zag haar gaan, vol schoonheid en zuiver en wit als sneeuw.' - Hilaritas fan it boppeste buordsje en hiel filmys beskreaun. Net allinne dy earme ome Hajo rint yn syn bleate kont om, ek de punker Sexsmurf kin der wat mei. As Sexsmurf yndruk meitsje wol op Geesje de dochter fan dûmny Vogel jout er him neaken del yn in boekebeam en ropt en raast er nei it famke. Dy jout lykwols gjin belies en der fynt in dolkomise sêne plak: 'Waar blijf je nu? Willen de meisjes je niet? Ik wil wel hoor, ik vind je aardig.' Plof. Sexsmurf was uit de beuk gesprongen en stond poedeltjenaakt voor Geesje. Terwijl Geesje Sexsmurf van kop tot teen bekeek, gingen de ogen van Sexsmurf steeds zenuwachtiger heen en weer. Geesje keek Sexsmurf aan of hij een buitenaards wezen was. 'Wie bén jij? Noch noait sa'n droechkloatich stik proaza lêzen. Oan doarpstypen gjin brek yn it proaza fan Talma: ûnderwizer en CDA-fanatikus Piet Nicolai ('Het CDA, dat moet er zijn / dan is het pas fijn / PVDA, weg er mee / dat is goed voor de wc'), Sietse Snack, Dikkie Mozes, Kromme Ties, se komme allegear foar it tableau vivant dat Talma fan syn jeugd skildert. Net tsjinsteande de kostlike anekdoaten dy't oer al dizze doarpstypen ferteld wurde, bliuwe it allegear flat characters. Talma hat blykber hielendal gjin ferlet fan psychologise djipdollerij, ek syn alter-ego en ik-figuer komme amper ta libben, it bliuwt allegear like lullich en ûnbeholpen. Of sa't ome Hajo mear as ienris seit 'apart-apart-apart'. Wat ek hiel opfallend is, is dat Talma prachtich skriuwt oer it grifformearde folkslibben fan sa'n 25 jier lyn. De auteur hat syn eagen goed de kost jûn, hoe't it bij de kleine luyden om en ta gong, mar hij hat perfoarst gjin trauma oan De Shalom Singers oerholden. At Talma net yn 'It Fean' grutbrocht wie, mar yn Snits, dan hie er grif in oanhinger fan de 'as-je-haar-mar-goed-sit-scene' west. 'Gjin flauwekul' en 'doën mar gewoan je', sa (be)skriuwt Talma syn jongesjierren. Yn ien fan 'e fraaiste haadstikjes oer syn middelbere skoalletiid, op it Ichtus College yn Drachten, giet it oer Meindert syn favorite (jaja!!) âld-learaar Klaas Bruinsma. De observaasjes fan 'Bruno' lige der net om: Hij had altijd een lichtgroen pak aan met daaronder een moezelig wit bloesje. Zijn halflange, vaak wat vettige grijze haar hing in slierten voor zijn ogen die zo nu en dan zeer dreigend in de oogkassen rolden. Zijn stem was als een klok en hij sprak in vele tongen. Als we hem 's ochtends het eerste uur hadden, kon het wezen dat hij een gebed hield in het Duits, het Spaans of een liedje zong in het Russisch. Het meest fascinerende aan Bruinsma waren zijn wenkbrauwen, die als hij met enige nadruk iets vertelde steevast omhoog gingen. In reisferslach, oer in helptransport dat Meindert mei ome Hajo nei Roemenië makket, foarmet it tuskenhaadstik tusken de belibbenissen fan 'Meindert op it plattelân' en 'Meindert yn 'e grutte stêd'. Oer de reis nei Roemenië kin ik koart krieme, it binne mear deiboekoantekeningen, mar it lêste kwartet Ingelstalige sinnen hawwe wer in heech Talma-gehalte: 'Nadat we opgehouden waren met dansen, had Sonja gevraagd: 'Can I sleep with you?' 'No, it's not possible, I'm sleeping in a room with ome Hajo.' 'Fuck oma Heejo.' 'Yes', zei ik, 'fuck oma Heejo.' It lêste part fan it boek giet oer hoe't it Meindert yn Grins fergiet (it ferhaal oer it 'Inwijdingsfeest' komt aardich autintyk oer) en oer syn hieltyd grutter wurdende passy foar de muzyk. Dat hij lang om let noch wer ris achter it damboerd sitten giet om mei ome Hajo te damjen koe fansels net útbliuwe. It damspul is ommers in metafoar fan it libben. Oer de útslach fan dy lêste partij doch ik gjin meidielings, wol oer de lêste sin: 'De sterke vijand heeft overwonnen, mijn huisraad is reeds geroofd.' Talma hat in folslein eigen (twatalich) lûd, gjin wûnder dat dit aldermachtichst moaie boek bûten Fryslân sa bejubele wurdt. It foaroardiel dat Friezen fan dy slûchslimme droechkloaten binne, wurdt troch Talma hielendal wiermakke en fansels dy Hollanners pikke soks fuortendaliks op. De resinsint fan it Algemeen Dagblad jout it wurk mar least fiif stjerren, Jos Jägers fan de Nieuwe Revu wol al nei 'Surhuisterveen' emigreare en Arjan Domhof skriuwt yn Plato Mania dat at ik boek Dammen met ome Hajo like goed is as de soundtrack mei deselde titel 'dan gaat volgend jaar de AKO-literatuurprijs naar Surhuisterveen' Ik doch it net foar minder, Meindert Talma krijt fan mij hûndert punten, omdat er it sa moai seeze kin! (maart 2000, Henk van der Veer) Bolswarder Courant (boek/cd) DAMLES VAN MEINDERT TALMA Al eerder wist Excelsior een Friese band te strikken voor haar eigenzinnige label. Liefhebbers weten meteen dat ik daarmee de Jouster "Sirenes" bedoel, die beter bekend als 'Simmer' landelijke bekendheid kreeg. Met Meindert Talma en zijn band heeft de Amsterdamse platenmaatschappij een nieuwe loot binnengehaald, die net even anders is dan haar vaste waarden als Daryll Ann, Scram C Baby, Johan en Benjamin B. Talma bedient zich in de eerste plaats van teksten die teruggrijpen naar het verleden van de zanger, met name de periode '70 en '80 toen hij nog deel uitmaakte van de 'Feanster' gemeenschap. Bovendien maakt hij op speelse wijze gebruik vn de Nederlandse taal, die hij in veelal korte popsongs verwerkt. Naast de cd is er bij uitgeverij Passage in Groningen een boek verschenen onder de zelfde naam: 'Dammen met ome Hajo'. Het is een bundeling korte verhalen, anekdotes, die ten grondslag liggen aan de liedjes die op deze nieuwe cd van Talma en de zijnen staan. De aanduiding 'roman' dekt de lading dan ook niet. 'Boek en plaat' vullen elkaar perfect aan. Personen en situaties uit het boek vinden we terug in de popsongs op de nieuwe cd. In een muzikale stijl, die enerzijds 'poppy' te noemen is, anderzijds 'cabarettesk', maar soms ook dicht bij het 'levenslied' staat, horen we Meindert aan het Strandheem temidden van meisjes en niet in de laatste plaats bier. Ook 'Dikke Paulus' komen we meermalen tegen bijvoorbeeld als luisteraar van radioamateur 'De Stille Genieter'. SRV-man, ome Hajo, komen we in 'Versmobiel-ondernemer' tegen. Ome Hajo, waarvan de jonge Meindert slechts eenmaal een potje dammen wist te winnen. Liedjes die de moeite waard zijn op dit album: "Het gaat zoals het gaan kon", "In mijn hoofd", het ironische "Hobbydrinker", "Dikke Paulus" en het intense "De muziek maakt dat het vanzelf gaat" met fraai gitaarspel van Jan Pier Brands. Het nummer "Kom als een engeltje terug" met een heerlijke muzikale climax is voor mij de klapper van het album. Talma en zijn Negroes hebben een fijne plaat gemaakt die zo eigen is dat hij niet vergelijkbaar is met muziek van anderen. De techniek is zoals meestal op de Excelsior-producties in handen van Frans Hagenaars, de eigenzinnige producer, die als geen ander weet welke aanpak past bij het muzikale concept van de band. Boek en cd zijn meer dan de moeite waard. Wat dat betreft is de overbelichte, vergeelde foto van stoelen in de achtertuin van de Talma's op zowel boek als cd precies de vlag die de lading dekt. Het verleden dat ook nu nog springlevend is voor hen die het hebben meegemaakt. Prima plaat, heerlijk boek! (3 november 1999, Koos Schulte). Freeze
(cd) Freeze
(boek) Omrop Fryslân, De Koperen Tún (boek) Wat hikke en tein is op Surhústerfean of yn e omkriten dêrfan kin himsels goed ferplakke yn it ferhaal fan Meindert Talma. It is allegearre werkenber: de muzykskoalle De Wâldsang yn Bûtenpost, it Lauwerscollege, de kuorbalferiening, it tsjerklik libben, mar ek de bar de Ringo, se hawwe allegearre in plakje krigen yn it ferhaal. Mar ek al komme jo der net wei, dan noch is it allegearre hiel werkenber. Want wa wit net mear fan de earste maneuvels op e blokfluit dêrt mear flibe as lûd út kaam en wa wit net fan it deistich brûken fan bynammen fan doarpsgenoaten sa dat je de echte namme net iens wisten. It aardige fan it wurk fan Meindert Talma is dat er gjin inkele útspraak docht oer it libben yn in gereformeard doarp as Surhústerfean. Hy skôget ta en skriuwt op. Mear net. Hy beskriuwt it libben yn it doarp yn e santiger en tachtiger jierren mei al syn eigenaardigheden en wit de lêzer te binen mei hilarische anekdoates oer bygelyks de sekssmurf, in keardeltsje fan 1.58 mei yn felblau punkkapsel dyt allinne mar oan seks tinke kin. Ek ferhaalt er oer de romrofte piraat De stille genieter dyt yn dy jierren in wiid berik hie en dêrt mannchien nei harke, allinne al omt de harker wol tsien kear yn e minút dúdlik makke waard dat sy, luisteraars, amateurs, noch hyltyd luisterrijk ferbûn wiene mei de stille genieter en fansels om de djipgeande dialogen mei Ellie Vermicelli. Hilarysk is it ferhaal oer it kommen fan it pleatselik gospelkoar op in sneintemiddei yn e gereformearde tsjerke. It grutste part fan e gemeenteleden wol neat witte fan dat heidenske gedoch en komt uteraard net opdaagjen, in oar part rint by it sjen fan it drumstel fuortdaliks de tsjerke wer út, mar Meindert en syn mem bliuwe sitten, ek al fenuveret Meindert himsels wêromt de gospelleden nei elk sjongstik de rjochterhân de loft yn stekke. It lit him tinke oan de Hiltergroet, en dat sist er dan ek tsjin syn mem, dyt dêrop in fjoerreade holle kriget. Reade tried yn e bondel is fansels it ferhaal oer Omke Hajo. Hajo is frijfeint en tige from want, sûnt it ûngemak mei de SRV-wein in famke kaam mei de fyts ûnder syn wein is er SRV-man ôf en besteget Omke Hajo al syn tiid oan it lêzen yn e Bibel. Omt de man wat sûnderling is hat er net folle te krijen mei de doarpsbefolking. Syn omkesizzer Meindert is eins de iennichste dyt nei de man omsjocht en tegearre bringe se aardich wat tiid troch mei it damboerd tusken har yn. Omke Hajo kin omraak damje en as er wint raast er alle kearen wer: De vijand is overwonnen, zijn huisraad is reeds geroofd!! Spitigernôch kin er regelmjittich syn oerwinningskreet slake, want it liket wol oft Omke Hajo net ferlieze kin, wylst Meindert der dochs alles oan docht om Omke fan e wize te bringen, bygelyks troch de radio ôf te stimmen op de Stille Genieter, mar Omke lit him net fan e wize bringe troch lietjes as Ik mis mijn slippie op de wize fan Mississippi. It wurk fan Talma tilt op fan kleurrike figueren lyk as Omke Hajo. Mei ûnderkuolle humor sketst Meindert in skitterend byld fan in doarp. Fyntsjes leit er it doarpslibben bleat, mei alle moaie en minder moaie kanten, mar benammen sketst er de leafdefolle relaasje mei syn Omke Hajo; út it wurk sprekt ek in grutte leafde foar de muzyk. It wurk is yn it Nederlânsk skrean, mar de dialogen binnen yn it Frysk, dat makket it wurk tige sfearfol en betiden fertederjend. Nee, it is gjin literêr wurk, mar dat docht neat ôf oan it wurk, it jout yn moai tiidsbyld. Net allinne fan doe, mar ek fan no. It is prachtich dat in boek oer in Frysk doarp, it mei dan yn it Nederlânsk skrean wêze, mei dochs wol in stik Frysk deryn, sa goed rint. Want Talma berikt mei syn boek net allinne lêzers út Fryslân of Friezen om utens, hy berikt ek it oare diel fan Nederlân en dat is dochs moai meinommen. Ik tink dat Talma de tiid wat dat oangiet ek mei hat en dat er hiel goed past yn it ramt fan it wurk fan bygelyks ien as Jaap Scholten, dyt skriuwt oer syn jeugd yn e tachtiger jierren yn Enschede (Ynskedee), mar dat it wurk ek hiel goed past yn e lijn fan in Ronald Giphart, dyt mei syn realistyske ferhaaltsjes want dat fyn ik it, ferhaaltsjes dochs ek in soad minsken, benammen de jongerein, wer oan it lêzen set. It wurk is goed ûntfongen en Talma hat yn al hiel wat
tydskriften en oare media oandacht krigen. Net allinne mei dit boek, mar fansels ek mei
syn CD Dammen met oom Hajo, dyt er mei syn band The negroes
makke hat. Dêrneist is er ek aktyf op it Ynternet; dêr hat er syn eigen thússide.
Neffens my sille wy noch in soad hearre fan dit oanstoarmjende talint op hokker mêd dan
ek. Wy sille it ôfwachtsje
Omrop Fryslân, Omnium (boek) Optekene tekst fan in live-útstjoering: Eric Ennema: It lêste boek yn dizze boekbespreking, fan e hân fan in Fries om útens, Meindert Talma. Klaas Jansma: In Grinser studint en dy hat dan in boek skreaun, Dammen met ome Hajo, en dat is ferline jier al útkommen. Hjir en dêr ek alris even besprutsen, mar ik woe it noch wol graach even lêze, ek as fenomeen, want yn Grinslân dêr bard wol wat ûnder ek studintenrûnten, Blauwe Fedde sit dêr, dat is in literêre rûnte. Dogge wol leuke dingen, orginele minsken wol en dit is ek in hiel orgineel boek. En doe k it lies, ja dan, ik tink wat is dit einlik in min boek, tocht ik hieltyd. Wat is dit einlik min skreaun. Wat sit hjir weinich struktuer yn, ferhaal yn. Mar it aparte is, it liet my helemaal net los, dus ik moest it mar trochlêze. En it ferfeelde my einlik ek net in sekonde. Dus ja, eigenlik wie it ek wol in hiel goed boek, eigenlik. Dus ik fûn it min en ik fûn it ek wol goed. En wêrom fûn ik it no goed. Doe t ik "Om Teatske" (roman fan Klaas Jansma, red.) skreaun hie doe skreau ien, dyt dêr wat skerp ferstân fan hie, dyt it lêzen hie, dy sei: dit is naïve keunst. En dat fûn ik in hiel ferfelende opmerking. En achterôf tink ik hiel treffend. Dat is dit ek in bytsje. It is allegear krekt echt. Krekt echt beskreaun, it docht net safolle mei dy krekt echte wierhyt, mar it draait, it kantellet krekt in bytsje sa t wy by it wêromsjen dingen wolris wat kantelje kinne. En dan komme se yn in hiel oar byld, in hiel oar ljocht, in hiel oar perspektyf te stean. En dat is mei dy Meindert Talma ek sa. Hy beskriuwt hele simpele, ynfâldige dinkjes. Ik fyn ek net dat er se sa moai, leafdefol beskriuwt. Ik fyn it soms ek wol wat lef. Hy jout minsken soms ek wolris wat in rare skop yn t krús. Ik fyn it ek wat .., dy earme frou fan in NCVB, dat is altyd maklik skoaren. Der sitte wat dôve froulju yn e seal: "Kunt u misschien wat rustiger praten meneer Talma", no, hahaha, moatte we sa ferskriklik om laitsje, om mefrou Olthuis. No, ik ha yn t tillefoanboek sjoen, stiet ek inderdaad in Olthuis yn, dus misskien bestiet dy frou ek wol echt. En dat fyn ik net sa fijn. Sjoch ik dêr ek in Jellie yn beskreaun, in freondinne fan dy Meindert, en hy beskreaut dy ek net sa fijn en dan tink ik, misskien bestiet dy Jellie ek wol echt. No, dan hiek leaver dat dat in oare namme hân hie en dat it toch in echte roman makke wie, wat hjir yn stiet. Ome Hajo dy wurdt ek wol moai portretteard. Hy wie SRV-er, geweldich grutsk op syn SRV en dat gong allegear prachtich. Tot dat er ris in kear in ûngelok krige, Jellie ûnder de wein en dy hâlde der ek wat in bytsje fan oer en ome Hajo bekearde doe ta in hiel kristlik minsk. En ja, hoezee foar in CDA en dat soart dingen, mar hy hie noch wol altyd it ûndogense fan syn eardere SRV-tiid. It is in hiel apart kristlik minsk, dyt wol genietsje koe fan hiel ûndogense rare opmerkings, en oan de oare kant oe sa evangelies fan ynslach wie. En syn stopwurd wie dan altyd wer: poeperdepoep. En dat wurdt hjir ek hieltyd yn siteard en dat jout ek wol in aardich effekt. En dan moat se damje en earst is dy Meindert, dy is mei omke oant damjen, en ferliest er it mei eigen dommichheden, mar dan krijt it toch wol in moaie kloe en in moai ein en dan begripe wy ek allegear dat alles relatyf is. En dan, om de lêzer te sparjen, sil k de ein mar net neame. Wol k mar net dwaan. Sil k noch even wat oer master Nicolai, even siteare? "In de vierde klas van de lagere school kwam ik bij meester Nicolai in de klas. Meester Nicolai was jarenlang de voorzitter geweest van korfbalvereniging It Fean. Hij was zeer streng en duldde geen tegenspraak. Aan het begin van de vierde klas moesten we allemaal ons handschrift wijzigen. We moesten opeens allemaal aan elkaar schrijven en wel met zeer lange, fijne krullen. Ik vond dat wel aardig, want ik vond mijn eigen handschrift toch al niks. Maar de meeste klasgenoten waren niet zo blij met deze maatregel. Waarom zouden zij zich een handschrift laten aanmeten met van die verwijfde lange krullen? Dikke naad, meester Nicolai kon de pot op met zijn krullen! Deze gedachte duurde niet zo lang, want als je iets deed wat in de ogen van meester Nicolai niet goed was, begon hij met zijn grote, blauwe ogen te rollen tot ze steeds groter werden en dan werd je even goed op je plaats gezet." It is naïve keunst, it is trije kear lange krullen yn in sin, it is trije kear meester Nicolai yn in alinea. En al dy wurden, allegear fouten dy t je mar betinke kenne. En dêryn hat it in hiel eigen aparte sjarme, krekt as fertelt ien fan syn jonge libben yn Surhústerfean. En ik fyn ien ding spitich, Joop Atsma stiet er net yn. It CDA wol, mar Joop Atsma net. En dat hie k no sa graach wold. Mar al dy oaren út Surhústerfean dy kint mar lêze. En alle oaren út Fryslân dy sjogge hjir in doarp portretteart wat je oeral herkenne. Eric Ennema: En in tiid, jierren santich. Klaas Jansma: En in tiid, jierren santich. Marre, net in goed boek. Mar leuk om te lêzen. Eric Ennema: Een zondagschrijver. Klaas Jansma: Dat is t. (8 mei 2000, Klaas Jansma, Omrop Fryslân-radio,"Omnium") Cantecleer (boek/cd) MEINDERT TALMA, EEN DILETTANT? Dammen met ome Hajo, de debuutroman van Meindert Talma, verscheen in oktober '99 bij Passage. Tegelijkertijd kwam er bij het platenlabel Excelsior een gelijknamige cd uit van Meinderts band Meindert Talma & The Negroes. De pers reageerde nogal verschillend op deze ongewone combinatie van een boek met een sound-track. En dat is misschien niet zo bijzonder, maar wat wel opmerkelijk is, is de PR die bij deze publikatie gevoerd is. Posters op alle plakplaatsen in het noorden en stickers zijn de eerste dingen die de oplettende fietser opvallen. Verder volgden besprekingen in de grote dagbladen van Nederland, optredens voor een bomvolle zaal in Vera en op Noorderslag en een optreden in een EO-televisieprogramma. Een grondige promotie die van start ging met de presentatie van het boek en de cd op een avond in Surhuisterveen. Iemand die op die avond aanwezig was, vertelde mij dat het een van de gekste avonden was die hij had meegemaakt. De hele familie Talma was aanwezig, en aan het eind van de avond zat iedereen te dammen. Dammen met ome Hajo-de cd Dammen met ome Hajo-het boek Trajecten
(boek) Music
Minded (cd) Venstra.nl
(boek) |