Dammen met ome Hajo

Recensies
Oor  |  De Volkskrant  |  Nieuwe Revu (1)  |  Nieuwe Revu (2)
Vera Krant  |  Leeuwarder Courant  |  Het Parool  |   Algemeen Dagblad
Gronings Dagblad  |  LiveXS  |  Alles op tien   |  UK Krant  |   Plato mania
Trotwaer Primetime   |  Aloha  |  Bolswarder Courant  |  Freeze (1)  |  Freeze (2) 
Omrop Fryslân (1)  |  Omrop Fryslân (2)   |   Cantecleer  |   Trajecten
Music Minded  |  Venstra.nl

dammen-hoesk.jpg (7594 bytes) dammenboek-k.jpg (4577 bytes)

Oor (cd/boek)
Talma Motown blijft hot, hot, hot. Meindert Talma pakt uit in de afdeling Boek & Plaat. Talma's literaire aspiraties vinden gestalte in het boekje "Dammen met ome Hajo" (ISBN 90 5452 064 7). In dit outsiderproza doet de Fries, als een jonge variant op Maarten Biesheuvel, met humor een leuk boekje open over de jeugd van ene Meindert Talma uit Surhuisterveen. "Dammen met ome Hajo" gaat vergezeld van een gelijknamige 'soundtrack' waarvoor Talma zes composities van zijn sympathieke lofi-debuut "Hondert punten" opnieuw opnam. Talma klinkt, met dan aan Excelsior-huisproducer Frans Hagenaars, steeds beter, zonder dat zijn alt.pop met orginele invalshoeken aan cultkarakter inboet. Van genialiteit moet de lijzige anti-zanger het nog immer niet hebben. Maar ook nu heeft Talma soul. Er zijn weinig musici met een zo hoog vlees & bloed gehalte als Talma. Muzikaal kiest Talma evenals het Finse en even eigengereide 22 -Pistepirkko voor pluriformiteit. Pianoblues met Brood-inslag, discowave, rammelpunkpop, meezingpop, Chills-rock & roll en een bourgondische orgel-instrumental, Talma schrikt nergens voor terug. Talma en zijn drie kleine negertjes maken mooie stukjes muziek. En die zijn niet alleen geschikt voor Dikke Paulus en de andere luisteraars van radio-amateur De Stille Genieter. (30 oktober 1999, René Megens)

De Volkskrant (cd)
Een uitstekend liedjesschrijver en tekstdichter is de in Friesland opgegroeide Meindert Talma. Hij kan niet genoeg geprezen worden om   zijn liefdevole omgang met woorden en dingen die uit het dagelijks leven lijken te verdwijnen. Zo maakt Talma de SRV-man onsterfelijk in het vertederende Versmobiel-ondernemer. Geestig is ook de manier waarop hij de beroepen koekenbakker en brigadier weer tot leven roept met opzwepende powerpop (Het Negroeslied).
De ambachtelijke manier waarop Talma de liedjes speelt, is charmant en past goed bij de nostalgisch gekleurde teksten. Er verscheen behalve de plaat een boek met dezelfde titel dat al evenzeer aandacht verdient. Om met Talma te spreken: 'een mooi stukje muziek'. (28 oktober 1999, Gijsbert Kramer)

Nieuwe Revu (cd)
"… Meindert Talma is geboren en getogen in de Friese wereldstad Surhuisterveen, alwaar hij orgelles kreeg van de plaatselijke Gereformeerde Kerk-organist. Dat beloofde wat. En inderdaad. Een paar jaar later kreeg hij de Friese Popprijs 1998 voor z'n albums "Hondert Punten" en "Ferhûddûker". En nu komt hij met "Dammen met ome Hajo" , de soundtrack bij z'n gelijknamige debuutroman. Vijftien liedjes (waarvan er zes eerder verschenen) geïnspireerd op zijn NCRV-jeugd - vrolijk, triest, wereldvreemd, benauwend, soms goed voor een grimas, soms voor een grijns. Want Talma is een Fries met humor. "Ik doe tegen niemand een bek open/ik laat ze rustig kankeren en ik geef geen sjoege/ik ben zo gesloten als een oester", zingt hij in Oester. En ondertussen beroert hij de toetsen op z'n Grandaddy's, soms net tegen de drempel der lulligheid aan. Maar nooit eroverheen. En da's knap. Poëtische lo-fi popminiatuurtjes zijn het. Verdomd. Als het boek net zo goed is als de plaat, denk ik er serieus over te emigreren naar Surhuisterveen." (5 oktober 1999,   Jos Jägers) --- 4 sterren

Nieuwe Revu (roman)
Wat zou er van Sietse en Hielke Klinkhamer, de helden uit De Kameleon, geworden zijn, als ze niet veroordeeld waren om eeuwig 12 te blijven? Zouden ze een SM-fascinatie hebben opgelopen? Zouden ze Blondie-posters aan de muur hebben gehad? Zouden ze zich met moeite ontworsteld hebben aan het kneuterige Friese dorpsleven? Het zijn mogelijke antwoorden die worden aangedragen in Dammen met ome Hajo, de debuutroman van Meindert Talma (1968). Talma, Fries van geboorte is in de popwereld niet geheel onbekend. Samen met zijn band the negroes (briljante naam, overigens) bracht Talma twee cd's uit, waarvan de laatste -eveneens Dammen met ome Hajo getiteld- gezien moet worden als de soundtrack van de roman. De aan lulligheid grenzende liedjes deden al vermoeden dat Talma's roman geen rauw grotestadsproza zou bevatten, en die belofte wordt helemaal ingelost. In 'Ome Hajo-Het Boek' vertelt Talma over zijn puberteit in het gehucht Surhuisterveen: we volgen de stuntelige hoofdpersoon als hij zich worstelend met zijn te lange lichaam op het korfbalveld begeeft, we zien hem in de kerk als daar de eerste Friese gospelgroep De Shalom Singers optreedt, en sluipen al lezend in zijn voetsporen als hij zenuwachtig een cassette, waarop een zelfgeschreven liefdeslied, door de brievenbus van zijn onbereikbare geliefde frommelt. Lulligheid is, inderdaad, ook hier troef. Maar het aardige van deze coming of age novel is dat Talma, in tegenstelling tot enkele illustere voorgangers in de Nederlandse literatuur, zijn gereformeerde jeugd nu eens niet neerzet als het inktzwarte startpunt van latere trauma's. De bevrijding sluipt haast ongemerkt het dorp binnen, in de gedaante van een enkele Johnny Cash-plaat, Toppop en de Snackhal. Dammen met ome Hajo is een luchtige aaneenschakeling van dorpsanekdotes, met als rode draad de avonturen van de enigszins excentrieke ex-SRV-man Ome Hajo. De Kameleon meets Maarten 't Hart. (10 november 1999, Jerry Goossens) -- 3 en een halve ster

Leeuwarder Courant (boek/cd)

Een dilettant in muziek en literatuur
De roman "Dammen met ome Hajo" begint met een voorleesbeurt van de ik-figuur bij de Nederlandse Christelijke Vrouwen Bond, afdeling Surhuisterveen. Deze ik-figuur heet Meindert Talma en komt eigenlijk ook uit Surhuisterveen. Maar nu woont hij in Groningen, waar hij geschiedenis heeft gestudeerd. En hij maakte een paar cd's. Net als Meindert Talma zelf, schrijver van dit boek, redacteur van De Blauwe Fedde en muzikant. Op de bijbehorende, los te krijgen 'soundtrack'-cd, toch een nouveauté, zingt hij liedjes die hij in het boek heeft geschreven.

Met andere woorden: in zijn debuutroman laat Talma verduveld weinig ruimte tussen fictie en werkelijkheid. Zo kan hij sommige hoofdstukken vooraf laten gaan door bijvoorbeeld reëel bestaande krantenknipsels, zoals een verslag van de voorleesbeurt voornoemd in De Feanster.

Er staat dan wel 'roman' voorop het boek, maar eigenlijk is "Dammen met ome Hajo" niet veel meer dan een in meerdere opzichten dunne, chronologisch geordende verzameling anekdoten uit het leven van lange, slungelachtige Meindert. Meindert op korfbal, Meindert op de lagere school, Meindert op de middelbare school (het Drachtster Ichtus College, geen banaal detail blijft de lezer bespaard), Meindert in de disco, Meindert verliefd, Meindert in de trieste Groninger wijk Beijum.

Als er al een rode draad in het boek zit, dan is dat die van titelfiguur ome Hajo, die overigens een van de weinige fictieve personen uit het boek lijkt. Al vanaf zijn vroegste jeugd damt Meindert geregeld een potje met de voormalige SRV-ondernemer met een religeuze tic, om op de laatste bladzijde eindelijk eens een wedstrijd te winnen.

Ome Hajo is wel de eigenaardigste en kleurrijkste van de types die Meindert op zijn pad tegenkomt. Zoals lezers van De Blauwe Fedde al wisten is Talma gefascineerd door zulke schilderachtige dorpstypes, die hij ook fraai onderkoeld kan neerzetten. Punker Sexsmurf, het maffe schoolvriendinnetje Jellie Elzinga, onderwijzer en CDA-fanaat Nicolai, Sietse Snack en meer van die types bevolken het boek, terwijl op de achtergrond radiopiraat De Stille Genieter constant aan staat.

Zo schildert Talma met grote halen zijn jeugd in het Surhuisterveenster dorpsmilieu, waarbij vooral zijn ik-figuur nauwelijks tot leven komt. De Blauwe Fedde-lezer had al door dat Talma een literaire dilettant is, die daar eigenlijk best trots op is en vanuit die underdog-positie nog tot verrassende vondsten komt ook. Zo geeft hij zijn dialogen steevast weer in het Fries, al maakt hij de overgang wat kleiner door nogal wat "Friezismen" in de rest van de tekst te gooien: "Daar had ik het niet op staan", en dat soort vermoedelijk opzettelijke stijlbloempjes die de Friestalige lezer herkennend zullen doen glimlachen.

Het dilletantisme van Talma werkt op cd beter dan tussen voor- en achterflap van een 'roman'. Op zijn derde cd, wederom begeleid door zijn Negroes, laat hij horen dat zijn orgellessen, die in het boek aan de orde komen, vruchten hebben afgeworpen. Ook andere gebeurtenissen en figuren uit het boek komen terug in de teksten.

Talma heeft inmiddels een unieke stijl ontwikkeld, die verre van virtuoos is maar wel mooie karakteristieke popliedjes oplevert. Hij is al evenmin een groot zanger als een groot romanschrijver, maar in zijn bescheiden opgezette liedjes tellen zulke beperkingen niet. "Apart, apart", zoals hij zelf zou zeggen. Meindert Talma is een cultfiguur, al zal het wel even duren voor "Dammen met ome Hajo" een cultboek is. (15 oktober 1999, Jacob Haagsma)

Het Parool (boek)

De man van de SRV

Hoe komt het dat over vrijwel elk amateurkiekje uit de jaren zeventig zo'n gelige waas ligt? Zo'n oergezellig, oker-achtig schijnsel? Het zal iets te maken hebben met het fixeerprocédé uit die dagen, waardoor het nu lijkt alsof de zon toen altijd scheen en heel Nederland één grote knusse leefkuil was. Neem de foto op het omslag van Dammen met ome Hajo, het romandebuut van Meindert Talma; de foto toont twee gebloemde, opklapbare tuinstoelen op een zonovergoten grasveldje. De afbeelding is zo authentiek lullig, en zo vergeeld dat het van de weersomstuit karikaturaal wordt Voor de roman geldt hetzelfde: die klinkt als een langgerekte Easy Aloha-tune: opgewekt, knus als een leefkuil, pretentieloos en een tikje onnozel.

De hoofdfiguren in dit kleine Friese drama zijn Ome Hajo en zijn neefje Meindert. Het lukt Meindert maar niet om zijn oom te verslaan met dammen. De jongen raakt daar zo gefrusteerd van dat hij op driekwart van het boek besluit om het damspel nooit meer aan te raken.

We volgen Meindert vanaf het begin van de jaren zeventig, toen het journaal nog opende 'met zo'n lekkere Boing en gepresenteerd werd door Fred Emmer'. We lezen over de EO kinderkrant, de Willem Ruis Show, Ted de Braak, NCRV's Stedenspel met Dick Passchier en Judith Bos, kortom, zo'n beetje alles wat er destijds aan onschuldig vermaak op de buis verscheen, wordt in herinnering gebracht.

Ook buiten, op straat, op school, of bij de korfbalvereniging, blijken de jaren zeventig van onschatbare waarde. Het onbenulligheidsicoon van de middenstand bijvoorbeeld, is vertegenwoordigd in de persoon van Ome Hajo. Hij is de man van de SRV en trekt van deur tot deur met zijn versmobiel. Het spreekt voor zich dat Talma niet nalaat het deuntje van het Cocktail-trio in herinnering te roepen: 'Boodschap doen geen pretje/vallen met je netje/leve de man van de SRV/van je hiephieperdepiep hoeree!'

De wereld van Meindert is klein, het beperkt zich tot de grenzen van Surhuisterveen. De popmuziek lijkt zijn horizon te verbreden, maar ook hier zegeviert aanvankelijk de naïviteit: 'Ma Baker, een song van Boney M, ging over de moeder van George.'

Naarmate we Meindert verder volgen, tot aan het begin van de jaren tachtig, krijgen zijn bezigheden iets meer gewicht. Hij bekommert zich bijvoorbeeld om het lot van de Roemenen en organiseert met Ome Hajo een hulpactie. Toch behoudt hij zijn innemende onbevangenheid, als was het alleen maar omdat de gebeurtenissen in zijn leven niet genoeg kracht hebben om het de onschuld te doen verliezen. De jongen zou zo graag Ian Dury's credo -sex, drugs & rock 'n' roll- in de praktijk brengen, maar het zit er niet in: zo krijgt Meindert nadat hij in het lokale krantje een oproep heeft geplaatst om een bandje te beginnen, slechts één reactie van twee christelijke broers uit Arnhem en met de seks wil het ook al niet vlotten.

Echt verrassend kun je de ontwikkeling van de roman niet noemen. Meindert besluit om nog eenmaal tegen ome Hajo te dammen. Hij bestudeert openingszetten, verdiept zich in het damspel, dat ergens halverwege het boek werd vergeleken met de liefde, maar meer algemeen natuurlijk geldt als metafoor voor volwassen worden. Op de laatste pagina van het boek komt de laatste zet en Meindert wint. Met tranen in de ogen steekt ome Hajo zijn gerimpelde hand naar voren en mompelt nog eenmaal: 'De sterke vijand heeft overwonnen, mijn huisraad is reeds geroofd.'

Toch is zo'n afloop in stijl. Het boek had immers niet meer pretenties dan de vele vormen van lulligheid in kaart te brengen. Dialogen van het type: 'Hoi', zei Wopke. 'Hoi, zei Jellie', zijn hier dus op zijn plaats. Hetzelfde geldt voor het veelvuldig gebezigde 'Poeperdepoep'. Minder aantrekkelijk zijn de dialogen in het Fries omdat een verklarende woordenlijst ontbreekt. En ronduit pijnlijk zijn de clichématige regels die je een enkele keer aantreft. De verdienste van Talma moet dan ook niet direct gezocht worden in het schrijven van literatuur, maar eerder in het scheppen van dubbelzinnigheid: zijn verbeelding van de jaren zeventig is enerzijds authentiek, anderzijds is het een persiflage. Het onderscheid is maar moeilijk te maken en dat geeft dit boek, naast de vele feestelijke herkenningsmomenten voor begin-dertigers, een subtiele lading. (12 november 1999, Daniëlle Serdijn)

Algemeen Dagblad (cd)
In het lied Versmobiel-ondernemer bezingt Meindert Talma hoe ruimhartig deze kleine zelfstandige zijn taak opvat. 'Een klap op het kontje, een kusje op het mondje, een kaartje voor iemand in het ziekenhuis en fruitmandjes voor de zieke thuis. Maar het is niet altijd feest, zo ben ik laatst op een dag nog bij drie begrafenissen geweest. Ja, want dat is ook de taak van de versmobiel-ondernemer.' De nieuwe cd van de in Groningen woonachtige Fries staat vol met dit soort droge, maar nooit afstandelijke observaties. Kleine vreugde en al even klein leed, vaak diep weggestopt in de provincie bezongen door de Noorderling, die onlangs ook zijn eerste roman uitbracht. Het zijn korte verhaaltjes over de drankzuchtige Dikke Paulus, een dagje naar het strand of het hoofd van Meindert zelf, dat bewoond wordt door talloze vrouwen. Het is vooral de eenvoud die van Dammen met Ome Hajo zo'n bijzondere plaat maakt. Meindert kiest zijn woorden met zorg, zingt ze zonder opsmuk en de vrolijk rammelende popmuziek zit nooit in de weg. Bij de nieuwe groten van de Nederlandstalige pop worden hoogdravende teksten gecombineerd met bombastische muziek. Meindert Talma laat horen hoe het ook kan. (23 november 1999, Robert Haagsma) -- 5 sterren

Gronings Dagblad (boek)

DEBUUT TALMA IS GEEN ROMAN
'Dammen met ome Hajo' rammelt aan alle kanten


Korfbalwedstrijden, blokfluitlessen, kinderpostzegels, het kerkbezoek, de eerste stappen op het gebied van de liefde, een vechtpartij in de disco en een patatje in de plaatselijke snackhal - de ingrediënten van een jeugd in een dorp liggen voor de hand. Meindert Talma tekende ze op voor zijn debuutroman 'Dammen met ome Hajo', een boek waarin een 'ik-verteller' in verschillende hoofdstukken herinneringen ophaalt aan zijn jonge jaren in Surhuisterveen, een dorp in de Friese Wouden. Talma, tevens zanger en toetsenist vanMeindert Talma & the negroes, heeft zijn liedteksten in deze roman verder uitgewerkt.

De liedteksten van Meindert Talma - van zijn hand verschenen twee cd's - vallen op door de mengeling van droge eenvoud en soms cynische humor. Een van de nummers van zijn eerste plaat is getiteld 'Versmobiel - ondernemer' en gaat over een goedgemutste man die plezier heeft in zijn werk om de plaatsgenoten van de dagelijkse voorraad etenswaren te voorzien. En dan eindigt het nummer plotseling met de volgende regels: 'maar het is niet altijd feest, zo ben ik laatst /op een dag nog bij drie begrafenissen geweest/ja want dat is ook de taak van een versmobiel - ondernemer.' Eigenaardige regels, die nog door het hoofd van de luisteraar blijven spoken als het nummer is afgelopen.

Uit de debuutroman van Talma wordt duidelijk dat deze 'versmobiel - ondernemer' de 'ome Hajo' uit de titel van het boek is. De hoofdfiguur en verteller uit de roman komt regelmatig bij hem op bezoek om voor even naar het dambord te kunnen staren. En dat is tevens de rode draad in dit boek, aangezien de 'ik' van plan is om ooit korte metten met deze oom te maken: 'Ik was geen echte dammer maar toch mocht ik altijd graag dammen. Ik hield van de spanning en het denken, en het ging mij duidelijk veel beter af dan fysieke sporten als korfbal of voetbal - Jellie verloor altijd van mij met dammen. Bovenal wilde ik één keer in mijn leven ome Hajo verslaan."

Een afrekening? Logisch lijkt die niet, aangezien deze ome Hajo niet onsympatiek naar voren komt. Maar het is wél duidelijk dat de ik-verteller de bekrompen sfeer van het Friese dorp ooit wil ontvluchten. De korfbalwedstrijden en de omgang met leeftijdgenoten bevallen hem niet bepaald. Zijn grootste plezier bestaat uit het beluisteren van de piratenzender De Stille Genieter, zodat hij voor even de kille en harteloze omgeving van het Friese platteland kan vergeten. En misschien ook wel de wijze raad die ome Hajo hem geeft. In het Fries, zoals alle andere gesproken woorden in deze roman: 'Tred kin de tûke SRV-man in bêst stik bôle fertsjinje. Dat is fansels de belangrykste reden Meindert hè. Ast dû letter grut bist, dan silst dû ek besykje moatte safolle mooglik sinten te fertsjinjen, want dêr draait it yn de wrâld om jonge, sinten, sinten en nochris sinten.'

Droge stijl
Die Friese stukjes tekst zijn misschien nog wel het meest opvallende onderdeel in deze debuutroman. De hoofstukken kunnen helaas alleen maar heel soms boeien, om de doodeenvoudige reden dat ze bestaan uit een te grote hoeveelheid informatie die geen functie voor de gehele roman heeft en door de droge stijl eigenlijk ook niet prettig is om te lezen. De loze mededelingen stapelen zich op: 'It Fean was opgericht in 1958, net als voetbalvereniging It Fean '58. Het tenue van It Fean bestond uit een rood shirt met een witte V en een witte broek of rok en witte sokken met rode strepen erin.' Of deze: 'Ik werd wakker om acht uur.'

Daarnaast blijft de ik-verteller een vreemde schim over wie we eigenlijk niet veel te weten komen. Hij is lang, dat is duidelijk, in tegenstelling tot de 'Sexsmurf', een op sex beluste kleine jongeman met wie het in de disco tot een handgemeen komt. Maar waarom is hij op een bepaald moment naar Groningen verhuisd? Beviel het leven in Friesland dan zo verschrikkelijk slecht? Ook is het opmerkelijk dat de meeste hoofdstukken aan alle kanten rammelen. Zo eindigt het hoofdstuk van de Shalom Singers met de bewondering van de hoofdfiguur voor zanger Johnny Cash. Waarom voelt de 'ik' zich zo aangetrokken tot de stemgeluiden en teksten van deze Amerikaanse bard? Uit de roman wordt dat niet duidelijk.

Maar wat wél duidelijker wordt, is dat 'Dammen met ome Hajo' helemaal geen roman is, maar een aaneengevlochten hoeveelheid stukjes persoonlijke herinneringen. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit de volgende zin: 'Jellie en ik moesten beginnen in het verdedigingsvak samen met Gea Eizinga en Peter huppeldepup, ik ben zijn naam vergeten.'
(28 september 1999, Jacob Moerman)

LiveXS (cd)
Als Lou Barlow van Sebadoh/Folk Implosion uit Groningen kwam zou hij waarschijnlijk klinken zoals Meindert Talma. Een kraaknuchtere Hollander die Nederlandse teksten schrijft met Nederlandse woorden die vrijwel geen enkele band uit de Lage Landen gebruikt. Simpelweg omdat ze normaal gesproken niet echt lekker bekken of niet echt cool zijn. Meindert heeft hier geen weet van of doet het bewust toch wel (daar kom je waarschijnlijk nooit achter) en creëert zo zijn eigen vocabulaire en belevingswereldje. Een wereldje dat bijzonder is in zijn intimiteit , maar soms ook enorm hatelijk de mainstream-mensen kan uitsluiten. Muzikale ondersteuning is in handen van de Negroes die de persoonlijke tracks voorzien van een echt ‘orkestjegeluid’ dat zich bevindt in een schemergebied ergens tussen de woorden polder, easy, rammel en lofi in. De filosofie van Meindert kon niet duidelijker naar voren komen dan in Oester: ‘Het lijkt vaak of ik er met mijn hoofd niet bij ben, maar ik heb het allemaal heel goed in de gaten. Ik doe tegen niemand een bek open.’ Een theatrale, onontdekte held van de Nederpop. Sluit hem in je hart, hij is het waard. (november 1999, Arnold Scheepmaker).

Alles op tien (cd)
De derde plaat alweer van dit fenomeen uit het Noorden. Zijn eerste plaat was ook voor het gitaarpoplabel Excelsior, waar Talma in labelbaas Ferry Roseboom een fan van het eerste uur heeft. Meindert Talma weet op een spannende manier kleinburgelijk geluk en ongeluk te verpakken in avontuurlijke liedjes. Soms noisy, soms punky, soms op een aandoenlijke manier akoestisch, spelen Talma en zijn Negroes liedjes die handelen over 'Hobbydrinkers', over de alcoholist 'Dikke Paulus', die naar de lokale piraat luistert op een ongetwijfeld druilerige dag, over het meisje dat Talma in de kroeg ziet zitten en dat hij nooit zal krijgen en ga zo maar door. Prachtige liedjes, prikkelende teksten. Dammen Met Ome Hajo is net als zijn twee voorgangers een leuk vreemde, eigenzinnige plaat geworden. Talma is zo in popland al drie platen lang de ongekroonde koning van de tragi-komedie. (november 1999, Eelco Visser)

UK Krant (boek/cd)

DE DROGE HUMOR VAN OME HAJO

'Dan is het tijd voor Meindert Talma. Hij leest een verhaal voor over Riemer die niet kan slapen. (...) Hierna twee liedjes van Talma en dan is het pauze, met koffie en oranjekoek." Aldus een verslag van de christelijke vrouwenbond in de Surhuisterveenster huis-aan-huis-krant, waarmee de Friese Groninger Meindert Talma (1968) zijn debuutroman opent. Het zet meteen de toon van gereformeerde tuttigheid en plattelandsperikelen die Talma met een (h)eerlijke dosis droge humor weet op te dissen. Daarbij worden de smakelijke anekdotes gekruid met authentiek Friestalige dialogen.

Sexsmurf

De autobiografische roman ‘Dammen met ome Hajo’ wordt bevolkt door opvallende, maar nauwelijks uitgediepte personages. Bekeken door de ogen van de slungelige ik-figuur geven ze een zeer herkenbaar, haast karikaturaal beeld van een Friese dorpsjeugd in de jaren ‘70 en ‘80. Zo heeft de hoofdpersoon herhaaldelijk te kampen met flat characters als Sietse Snack (acht jaar LEAO), messentrekker Herman Herder en de ‘oversekste dwerg’ en punker Sexsmurf. Het zijn in feite stripfiguren, inclusief de ik-persoon.

Zelfs ome Hajo, de dammende melkboer, krijgt uiteindelijk de bijnaam ‘Dominee’: na een ongeluk met zijn SRV-wagen verdiept hij zich steeds meer in de Bijbel en becommentarieert hij alledaagse gebeurtenissen en wereldnieuws te pas en te onpas met Gods Woord.

Dezelfde ome Hajo is op zijn beurt een soort god voor de jonge Meindert: zijn hoogste doel is ome Hajo met dammen te verslaan. Het dambord biedt tegelijk een symbolisch kader voor de hele roman. Naast de zwart-wit-personages zijn het vooral Meinderts pogingen om Hester voor zich te winnen die het speelveld bepalen. Tenslotte wordt de cirkel gerond door de rol van de muziek: de orgellessen bij Hesters vader, de eigen composities en bovenal de melig-komische ouwehoeruitzendingen van radiopiraat De Stille Genieter tijdens de vele dampartijen met ome Hajo.

Gezien het belang van de muziek in deze roman is het op zich een aardige zet om de bijbehorende soundtrack op cd te leveren. Helaas heeft het beluisteren van het schijfje een ontluisterend effect: de liedjes, waarvan de teksten al vaak ronduit onnozel zijn, klinken vlak, weinig origineel en missen scherpte. Ironisch genoeg is de ervaren muzikant veel minder overtuigend dan de debuterende romanschrijver. (14 oktober 1999, Jaap Zuierveld)

Plato mania (cd)

HERKENBAAR EN AANSTEKELIJK

Je komt het wel vaker tegen in de literatuur. Niet het drukke, spannende leven in de stad is zo inspirerend voor een kunstenaar, maar juist het minder bruisende leven in een klein gehucht. Zo groeide Meindert Talma op in het Friese Surhuisterveen en beschrijft en bezingt zijn ervaringen van de jaren '70 en '80. Over dammen met Ome Hajo dus, maar ook over het CDA, radiopiraat De Stille Genieter en een SRV-wagen (Versmobielondernemer). Is het serieus te nemen? Moeilijk, maar het is allemaal echt en dus geen camp. Maar die simpele Nederlandse tekstjes over triviale dingen en die toetspartijtjes en die lullige melodietjes werken vooral op je lachspieren. Toch verdient Meindert alle lof, want juist deze kenmerken maken het heel herkenbaar en aanstekelijk. Je zou hem de Nederlandse Grandaddy kunnen noemen, maar dan zonder de scherpe kantjes. Deze derde plaat van Meindert (eerste bij Excelsior) bevat 15 nummers waarvan een aantal al eerder te horen waren en heet officieel een soundtrack te zijn. Want Meindert heeft net zijn eerste roman uitgebracht, die ook "Dammen met ome Hajo" heet. Als dat boek ook zo vertederend, beklemmend, grappig en beschamend is, dan gaat volgend  jaar de AKO-literatuurprijs naar Surhuisterveen. (Nr. 129, 22 oktober, Arjan Domhof)

Vera Krant (boek)
Lieve, lieve, lezers. Dammen met Ome Hajo, het debuut van Meindert Talma, is inderdaad een maf boek. Zelden werd ik zo aangenaam terug geworpen naar mijn kindertijd, naar een plaats ergens in Noord-Nederland, terug naar die tijd van kleine zorgen en grote avonturen op het breukvlak van nieuwbouwwijken en platteland. Door de ogen van (het fictieve?) romanpersonage Meindert Talma komen de prille jeugdliefdes, jeugdsoosavonden, het verenigingsleven en - voor wie er van houdt - de absurde geheime zenders weer tot leven

Bijzonder aangenaam zijn de korte Friese dialogen in het boek, die lachwekkend om te lezen zijn, zelfs voor mensen die net als ik het Fries niet beheersen, zoals dit kleine fragment: "Kom! Ik triuw dy jarrestruier yn 'e sleat, u ook?" Op zich leest dit als Chinees, maar binnen de contekst van het boek is het ogenblikkelijk duidelijk dat de kleine Talma hier iets uitroept als: "Kom, ik duw die gierverspreider in de sloot. Jullie ook?"

Dammen met Ome Hajo wordt beheerst door twee thema's: enerzijds sluimert er het oude generatieconflict in door, hetgeen Talma passend verpakt heeft in de vorm van een oom en een neefje die vaak tegen elkaar dammen, waarmee de oom steevast het neefje verslaat, zo vaak dat het neefje uiteindelijk geen zin meer heeft tegen hem te dammen. Tot dat het neefje zelf volwassen is geworden en het dan nog één keer probeert, heel passend kort na het uitbreken van de Golfoorlog, in 1991. Bommenwerpers ronken over, heel Nederland houdt gasmaskers gereed, op Schiphol rijden pantserwagens rond en ergens diep in de Friese Wouden vindt een beslissende dampartij plaats. Bijna Wagneriaans. Gaaf.

Deze Ome Hajo is een van de boeiendste karakters in het boek. In de eerste pagina's is hij nog versmobiel-ondernemer, oftewel trotse bezitter van een rijdende winkel. Totdat hij - buiten zijn schuld - iemand overrijdt en hij zich stort op het orakelen van zeer vrij geciteerde bijbelspreuken, wat vaak zeer absurd uitpakt.

Het andere thema is de (muzikale) ontwikkeling van de jonge Meindert Talma zelf. En juist dat thema vind ik een beetje onderbelicht. Maar wellicht komt dat in zijn volgende boek beter uit de verf. Dammen met Ome Hajo is een uiterst vermakelijk boek dat je doet verlangen naar meer van Talma. Want schrijven kan hij, op een unieke wijze. Lang geleden dat ik zo'n tof boek gelezen heb. Desalniettemin heb ik één kritiekpuntje: het is me niet duidelijk waarom het hoofdstuk "Linksdraaiende yoghurt" in het boek is opgenomen, want - hoewel dit hoofdstuk een komisch verhaal is over het uitchecken van eventuele nieuwe huisgenoten in een studentenhuis in Beijum - het valt qua toon als los zand uiteen binnen Dammen met Ome Hajo. Maar goed, je kunt niet alles hebben. (30 november 1999, Bart FM Droog in de rubriek "Met de botte bijl")

Aloha (cd)
Door te spotten met klemtonen in woorden die je nooit in Nederlandstalige liedjes hoort, hebben Meindert Talma & the negroes uit Friesland zich een apart plekje verworven in het genre 'onbeholpen polderpop'. De kneuterige melodietjes komen tegelijk uit Talma's keel en uit zijn malle orgeltje. De ritmes huppelen dartel en de belevenissen van de 'versmobiel-ondernemer' zijn innemend. Cd Dammen met Ome Hajo is een tikkeltje wisselvallig, maar desalniettemin een must voor iedere eenzame slungel die geen meisje kan krijgen en zich daarom ieder weekend lens zuipt. (december 1999, Rick Treffers) -- 3 A-tjes

Primetime (boek/cd)
De muziek van Groningens/Frieslands trots   is een "acquired taste" en de cd "soundtrack" zal bij ons niet vaak de speler halen, maar de roman daar smullen wij van! Een beetje veel eer misschien, de kwalificatie "roman" voor 145 bladzijden gebundelde verhalen over Talma's jeugd, maar wat dondert dat als je kunt genieten van figuren als de "Sexsmurf" in de vol met wisecracks zitten ome Hajo. Veel Friese dialogen, dat zou hier en daar een beetje moeite kunnen kosten, doe je best maar zou ik zeggen. En als ik op mijn moeder af kan gaan wordt dit boek een dikke hit in de Friese Wâlden en verre omtrek. (Nr. 458, 16 oktober 1999, Jan Gorter)

Trotwaer (boek)

POEPERDEPOEP DY MEINDERT KIN 'T MOAI SEEZE

Akkoart, de oantsjutting op it kaft dat it hjir giet om in roman is justjes besiden de wierheid. It binne (ramt)ferhalen mei in anekdoatise ynslach. Haadpersoanen binne ome Hajo en syn omkesizzer Meindert Talma. Skreaun yn it Hollâns, mei dialogen yn it Frysk sa't dat yn Surhústerfean en omkriten praten wurdt. It boek spilet him dan ek foar in part ôf yn dat doarp yn 'e Fryske Wâlden.

Neffens Piet Gerbrandy, resinsint foar de Volkskrant, bestiet der in tsjinstelling tusken de 'autonomische' en 'anekdotische' poëzije. De 'taalautonome' dichters skeppe in 'enorme distantie' tusken har dichterlik taalgebrûk en it sljochtwei Nederlâns. Dy dichters dogge dat omdat it 'vervreemdend' wurket en elk automatisme bij it lêzen útskeakelt. De lêzer moat dy poëzije feroverje. De 'anekdotische' dichters skriuwe yn in 'gewone' taal oer in werkenbere wrâld. Bij dizze lêste groep dichters giet it om de skerpte fan har observaasjes, de kwaliteit fan har ynsichten, de subtiliteit fan har 'betekenisverschuivingen', sa wol Gerbrandy ha.

Relatearje ik boppesteande oan it proazawurk fan Meindert Talma, dan heart Dammen met ome Hajo sûnder mis ta de anekdoatise skoalle.

Wa't swart-wyt tinkt en òf in leafhawwer is fan autonomise literatuer òf in fan fan anekdoatys wurk, sil yn syn/har oardiel oer it debút fan Talma gau út 'e rie wêze: in freeslik boek of in sublym stikje proaza. Ik hear dúdlik bij de lêste kategory en wat ek nochris meispilet yn myn resepsje: de tiidgeast fan de jierren '70 en begjinjierren '80 komt hiel sterk nei foaren yn it boek. En oan dy jierren ha ik moaie oantinkens. It lêzen fan dit boek hat dan ek in lovely sentimental journey foar mij west. Myn werkenning en myn affiniteit mei wat Talma skriuwt binne grut.

Dy werkenning set al út ein mei de foto (fan Henk Veenstra) op it omkaft: in okerkleurich kykje fan twa klapstuoltsjes fan de aldertruttichste soarte, ynklusief fleurich blomkemotyf, út 'e santiger jierren. Soksoarte fan giel ferkleure foto's út 'e seventies ha ik ek bij 't soad yn it famylje-album. Ik krij altyd wat in tragikomys gefoel bij it trochblêdzjen fan dy foto-albums mei 'self adhesive' siden.

Ome Hajo wurdt oars ek op tige tragikomise wize beskreaun en de oade dy't omke krijt is hielendal yn styl:

ik ben een versmobiel ondernemer
met de kar vol zuivel produkten
maak ik iedereen gelukkig
de vrouwen vertrouwen mij allemaal
bij de een hou ik een ouwehoerverhaal
bij de ander ben ik wat sneller klaar
de vrouwen vertrouwen mij d'r zijn er bij
waarvan ik hun geldzaken regel
ja want ik ben een versmobiel ondernemer
klanten die ik heb moet ik laten vernemen
dat ik heel erg wijs met hun ben
een klap op het kontje een kusje op het mondje
een kaartje voor iemand in het ziekenhuis
een fruitmandje voor de zieke thuis
maar het is niet altijd feest, zo ben ik laatst
op een dag bij drie begrafenissen geweest
want dat is ook de taak van de versmobiel ondernemer

In prachtige persiflaazje op de reklame-hit 'Leve de man van de SRV, van je hiep, hiep, hoeree!' fan it yllústere Cocktailtrio. Trouwens elk haadstikje begjint mei sa'n parlando-eftich ferske of in stikje proaza dat karakteristyk is foar wat folget. Guon teksten binne autintyk, oaren binne oernommen út literatuer út 'e jierren 70-80. Mei mekoar befettet it boek tweintich haadstikken, yn lingte ferskillend fan ien oant tsien siden.

Ome Hajo is net allinne de eigner fan in nei Atje Keulen-Deelstra neamde SRV-wein, hy is ek in hiel fertsjinstlike dammer, bij't fanatike om 't ôf. Neffens de heit fan Meindert wie ome Hajo yn it damspul in 'monster'. Alle kearen at ome Hajo wer fan omkesizzer Meindert wûn hie raasde er: 'De sterke vijand is overwonnen, zijn huisraad is reeds geroofd...!' En ome Hajo die dat dan mei 'zijn stralende Dick Passchier-lach vastgeplakt op zijn gezicht'. Dy fassinaasje foar bibelteksten en it útdragen dêrfan, al as net ymprovisearre, is it gefolch fan in ferkearsûngemak dat ome Hajo hân hat. Dêrbij rekke 'Sterke' Jellie Elzinga ûnder de SRV-wein. Jellie de foet stikken, mar ome Hajo alhiel fan 't sintrum. Hij docht de 'versmobiel' fan 'e hân en it liket wol dat der godtsjinstwaansin foar yn 't plak komt. Op krystnacht heart ome Hajo as er yn 'e tobbe sit in stim, in stim fan in ingeltsje: 'Wees niet bang, Hajo, want ik heb goed nieuws voor jou. Jij hebt nu lang genoeg in bad gezeten. Ik ben hier gekomen om jou eruit te helpen (...) Ze zei: 'Kom met mij mee'. En dat had hij gedaan. Hij ging met haar naar buiten. Maar ze ging opeens bij hem weg. Hij zag haar gaan, vol schoonheid en zuiver en wit als sneeuw.' - Hilaritas fan it boppeste buordsje en hiel filmys beskreaun.

Net allinne dy earme ome Hajo rint yn syn bleate kont om, ek de punker Sexsmurf kin der wat mei. As Sexsmurf yndruk meitsje wol op Geesje de dochter fan dûmny Vogel jout er him neaken del yn in boekebeam en ropt en raast er nei it famke. Dy jout lykwols gjin belies en der fynt in dolkomise sêne plak:

'Waar blijf je nu? Willen de meisjes je niet? Ik wil wel hoor, ik vind je aardig.' Plof. Sexsmurf was uit de beuk gesprongen en stond poedeltjenaakt voor Geesje. Terwijl Geesje Sexsmurf van kop tot teen bekeek, gingen de ogen van Sexsmurf steeds zenuwachtiger heen en weer. Geesje keek Sexsmurf aan of hij een buitenaards wezen was. 'Wie bén jij?

Noch noait sa'n droechkloatich stik proaza lêzen.

Oan doarpstypen gjin brek yn it proaza fan Talma: ûnderwizer en CDA-fanatikus Piet Nicolai ('Het CDA, dat moet er zijn / dan is het pas fijn / PVDA, weg er mee / dat is goed voor de wc'), Sietse Snack, Dikkie Mozes, Kromme Ties, se komme allegear foar it tableau vivant dat Talma fan syn jeugd skildert.

Net tsjinsteande de kostlike anekdoaten dy't oer al dizze doarpstypen ferteld wurde, bliuwe it allegear flat characters. Talma hat blykber hielendal gjin ferlet fan psychologise djipdollerij, ek syn alter-ego en ik-figuer komme amper ta libben, it bliuwt allegear like lullich en ûnbeholpen. Of sa't ome Hajo mear as ienris seit 'apart-apart-apart'.

Wat ek hiel opfallend is, is dat Talma prachtich skriuwt oer it grifformearde folkslibben fan sa'n 25 jier lyn. De auteur hat syn eagen goed de kost jûn, hoe't it bij de kleine luyden om en ta gong, mar hij hat perfoarst gjin trauma oan De Shalom Singers oerholden. At Talma net yn 'It Fean' grutbrocht wie, mar yn Snits, dan hie er grif in oanhinger fan de 'as-je-haar-mar-goed-sit-scene' west. 'Gjin flauwekul' en 'doën mar gewoan je', sa (be)skriuwt Talma syn jongesjierren.

Yn ien fan 'e fraaiste haadstikjes oer syn middelbere skoalletiid, op it Ichtus College yn Drachten, giet it oer Meindert syn favorite (jaja!!) âld-learaar Klaas Bruinsma. De observaasjes fan 'Bruno' lige der net om:

Hij had altijd een lichtgroen pak aan met daaronder een moezelig wit bloesje. Zijn halflange, vaak wat vettige grijze haar hing in slierten voor zijn ogen die zo nu en dan zeer dreigend in de oogkassen rolden. Zijn stem was als een klok en hij sprak in vele tongen. Als we hem 's ochtends het eerste uur hadden, kon het wezen dat hij een gebed hield in het Duits, het Spaans of een liedje zong in het Russisch. Het meest fascinerende aan Bruinsma waren zijn wenkbrauwen, die als hij met enige nadruk iets vertelde steevast omhoog gingen.

In reisferslach, oer in helptransport dat Meindert mei ome Hajo nei Roemenië makket, foarmet it tuskenhaadstik tusken de belibbenissen fan 'Meindert op it plattelân' en 'Meindert yn 'e grutte stêd'. Oer de reis nei Roemenië kin ik koart krieme, it binne mear deiboekoantekeningen, mar it lêste kwartet Ingelstalige sinnen hawwe wer in heech Talma-gehalte: 'Nadat we opgehouden waren met dansen, had Sonja gevraagd: 'Can I sleep with you?' 'No, it's not possible, I'm sleeping in a room with ome Hajo.' 'Fuck oma Heejo.' 'Yes', zei ik, 'fuck oma Heejo.'

It lêste part fan it boek giet oer hoe't it Meindert yn Grins fergiet (it ferhaal oer it 'Inwijdingsfeest' komt aardich autintyk oer) en oer syn hieltyd grutter wurdende passy foar de muzyk. Dat hij lang om let noch wer ris achter it damboerd sitten giet om mei ome Hajo te damjen koe fansels net útbliuwe. It damspul is ommers in metafoar fan it libben. Oer de útslach fan dy lêste partij doch ik gjin meidielings, wol oer de lêste sin: 'De sterke vijand heeft overwonnen, mijn huisraad is reeds geroofd.'

Talma hat in folslein eigen (twatalich) lûd, gjin wûnder dat dit aldermachtichst moaie boek bûten Fryslân sa bejubele wurdt. It foaroardiel dat Friezen fan dy slûchslimme droechkloaten binne, wurdt troch Talma hielendal wiermakke en fansels dy Hollanners pikke soks fuortendaliks op. De resinsint fan it Algemeen Dagblad jout it wurk mar least fiif stjerren, Jos Jägers fan de Nieuwe Revu wol al nei 'Surhuisterveen' emigreare en Arjan Domhof skriuwt yn Plato Mania dat at ik boek Dammen met ome Hajo like goed is as de soundtrack mei deselde titel 'dan gaat volgend jaar de AKO-literatuurprijs naar Surhuisterveen' Ik doch it net foar minder, Meindert Talma krijt fan mij hûndert punten, omdat er it sa moai seeze kin! (maart 2000, Henk van der Veer)

Bolswarder Courant (boek/cd)

DAMLES VAN MEINDERT TALMA

BOLSWARD - Surhuisterveen wordt wel de parel van de Friese Wouden genoemd. Daar is het dat de jonge Meindert Talma in een gereformeerd milieu opgroeide onder de vlag van God, de kerk en Oranje. Zijn muzikale roots liggen dan ook in het orgelspel, dat hij als jongen onderging om zo de kerkelijke gezangen in huis te halen. Nu is hij woonachtig in Groningen waar hij belandde dankzij een afgemaakte studie geschiedenis. Met zijn band "The Negroes" heeft hij de afgelopen jaren al vele optredens met succes afgesloten. Voor het lokale cultlabel Oetstar Rekkers en Hooverflag maakte hij al enige plaatopnamen. Pas met de release via de nieuwe platenmaatschappij Excelsior Recordings lijkt niets Meindert Talma en zijn Negroes meer in de weg te staan.

Al eerder wist Excelsior een Friese band te strikken voor haar eigenzinnige label. Liefhebbers weten meteen dat ik daarmee de Jouster "Sirenes" bedoel, die beter bekend als 'Simmer' landelijke bekendheid kreeg. Met Meindert Talma en zijn band heeft de Amsterdamse platenmaatschappij een nieuwe loot binnengehaald, die net even anders is dan haar vaste waarden als Daryll Ann, Scram C Baby, Johan en Benjamin B. Talma bedient zich in de eerste plaats van teksten die teruggrijpen naar het verleden van de zanger, met name de periode '70 en '80 toen hij nog deel uitmaakte van de 'Feanster' gemeenschap.

Bovendien maakt hij op speelse wijze gebruik vn de Nederlandse taal, die hij in veelal korte popsongs verwerkt. Naast de cd is er bij uitgeverij Passage in Groningen een boek verschenen onder de zelfde naam: 'Dammen met ome Hajo'. Het is een bundeling korte verhalen, anekdotes, die ten grondslag liggen aan de liedjes die op deze nieuwe cd van Talma en de zijnen staan. De aanduiding 'roman' dekt de lading dan ook niet. 'Boek en plaat' vullen elkaar perfect aan. Personen en situaties uit het boek vinden we terug in de popsongs op de nieuwe cd. In een muzikale stijl, die enerzijds 'poppy' te noemen is, anderzijds 'cabarettesk', maar soms ook dicht bij het 'levenslied' staat, horen we Meindert aan het Strandheem temidden van meisjes en niet in de laatste plaats bier. Ook 'Dikke Paulus' komen we meermalen tegen bijvoorbeeld als luisteraar van radioamateur 'De Stille Genieter'. SRV-man, ome Hajo, komen we in 'Versmobiel-ondernemer' tegen. Ome Hajo, waarvan de jonge Meindert slechts eenmaal een potje dammen wist te winnen.

Liedjes die de moeite waard zijn op dit album: "Het gaat zoals het gaan kon", "In mijn hoofd", het ironische "Hobbydrinker", "Dikke Paulus" en het intense "De muziek maakt dat het vanzelf gaat" met fraai gitaarspel van Jan Pier Brands. Het nummer "Kom als een engeltje terug" met een heerlijke muzikale climax is voor mij de klapper van het album. Talma en zijn Negroes hebben een fijne plaat gemaakt die zo eigen is dat hij niet vergelijkbaar is met muziek van anderen. De techniek is zoals meestal op de Excelsior-producties in handen van Frans Hagenaars, de eigenzinnige producer, die als geen ander weet welke aanpak past bij het muzikale concept van de band. Boek en cd zijn meer dan de moeite waard. Wat dat betreft is de overbelichte, vergeelde foto van stoelen in de achtertuin van de Talma's op zowel boek als cd precies de vlag die de lading dekt. Het verleden dat ook nu nog springlevend is voor hen die het hebben meegemaakt. Prima plaat, heerlijk boek! (3 november 1999, Koos Schulte).

Freeze (cd)
Een soundtrack bij een boek, dat is volgens mij nog niet eerder voorgekomen. Het boek gaat over het opgroeien in de jaren '70 en '80 in Surhuisterveen in de Friese Wouden, een bijzondere streek. Meindert verblijft inmiddels al weer 10 jaar in Groningen-stad. Daar wonen ook de Negroes en dit is de derde cd van het gezelschap. Het moeilijke bij het bespreken van deze cd is dat er 6 nummers op staan die ook al op Meindert's eersteling "Hondert Punten" voorkwamen, zij het in compleet andere uitvoeringen. De nieuwe cd is opgenomen door Excelsio-huisproducer F. Hagenaars, dus het luistert nu allemaal lekker weg, maar de ziel is sommige nummers ontnomen. Ophouden met vergelijken, want de mooie inventieve liedjes zijn gebleven en hebben niks aan kracht ingeboet. Die kracht is dat Meindert hele oorspronkelijke teksten schrijft. Hij balanceert geweldig op de rand van het herkenbare, het mooie en het lullige, zowel in tekst als muziek. Er is trouwens geen Frysktalige tekst meer te horen op de cd, uitgezonderd een paar woorden in "In mijn hoofd". In "Oester" zingt hij: "Ik doe tegen niemand een bek open, ik laat ze rustig kankeren en ik geef geen sjoege." Het is allemaal uit het leven gegrepen. Even een korte impressie van de cd. Het Negroeslied klinkt als een Friese Negrospiritual, "Djipper" zou door Klaus Wunderlich gespeeld kunnen worden en "Samoerai" is bijna Stranglers-punkpop. Waar in het verleden de Negroes een onsamenhangend rommeltje waren, klinken ze nu steeds meer als een band. Maar alles doen ze subtiel, nergens stoere gitaar- of drumsoli en de bas bromt eigenwijs door. Overdaad schaadt alleen maar, zeker bij deze mooie stukjes muziek. Bij de cd zit een kortingsbon voor de aanschaf van het boek maar andersom niet (december 1999, Anja de Boer)

Freeze (boek)
Meindert Talma staat de laatste tijd volop in de belangstelling. Van optredens in tv-programma De Plantage tot op Noorderslag en van positieve recensies in de Nieuwe Revu tot in de Oor. De meeste aandacht gaat uit naar de cd die hij heeft uitgebracht, die een soort soundtrack is voor dit boek. Het is Meindert's eerste roman en is absoluut een aan te raden. Het boek leest lekker makkelijk weg, denk maar aan "On The Road" van Jack Kerouac. Hij gaat over zijn jeugd in Surhuisterveen en hoe het voor hem was om daar op te groeien. Zijn pogingen meisjes te versieren, zijn muzikale ambities en zijn verwoede pogingen om eens van zijn Oom Hajo te winnen met dammen worden allemaal op een zeer droge, humoristische manier verteld. Dit boekje is aan te raden, zeker voor mensen die wel van droge opmerkingen houden. "Shit, denk ik, kut. Weer zo'n mooie Meindert Talma zin. Ook fantastisch is het stukje waarin hij in Groningen op kamers woont en twee muzikanten heeft uitgenodigd om een band mee te vormen, en zij aan het eind van het gesprek zeggen niet goed te weten wat ze met Meindert's muziek aan moeten en dat hij maar beter solo verder kan gaan. Een gewedlig boek, dat ik met veel plezier in een ruk heb uitgelezen. (december 1999, Chris de Graaf)

Omrop Fryslân, De Koperen Tún (boek)
It wie op in sneontemiddei doe’t in lange, wat slûge jonge fan in jier as tritich op it lyts poadium klom, in koart gefjocht oangie mei de mikrofoan en doe kalm en bedaard út ein sette mei in stik út syn debútbondel Dammen met ome Hajo. Op in skitterende toan lies Meindert Talma foar oer de gong fan saken yn in middelgrut doarp in ‘e Wâlden. Doe’t er klear wie, hie ik mar ien doel: dat boek wol ik lêze.

Wa’t hikke en tein is op Surhústerfean of yn ‘e omkriten dêrfan kin himsels goed ferplakke yn it ferhaal fan Meindert Talma. It is allegearre werkenber: de muzykskoalle ‘De Wâldsang’ yn Bûtenpost, it Lauwerscollege, de kuorbalferiening, it tsjerklik libben, mar ek de bar ‘de Ringo’, se hawwe allegearre in plakje krigen yn it ferhaal.

Mar ek al komme jo der net wei, dan noch is it allegearre hiel werkenber. Want wa wit net mear fan de earste maneuvels op ‘e blokfluit dêr’t mear flibe as lûd út kaam en wa wit net fan it deistich brûken fan bynammen fan doarpsgenoaten sa dat je de echte namme net iens wisten.

It aardige fan it wurk fan Meindert Talma is dat er gjin inkele útspraak docht oer it libben yn in gereformeard doarp as Surhústerfean. Hy skôget ta en skriuwt op. Mear net. Hy beskriuwt it libben yn it doarp yn ’e santiger en tachtiger jierren mei al syn eigenaardigheden en wit de lêzer te binen mei hilarische anekdoates oer bygelyks de sekssmurf, in keardeltsje fan 1.58 mei yn felblau punkkapsel dy’t allinne mar oan seks tinke kin. Ek ferhaalt er oer de romrofte piraat ‘De stille genieter’ dy’t yn dy jierren in wiid berik hie en dêr’t mannchien nei harke, allinne al om’t de harker wol tsien kear yn ‘e minút dúdlik makke waard dat sy, ‘luisteraars’, amateurs, noch hyltyd ‘luisterrijk’ ferbûn wiene mei de stille genieter en fansels om de djipgeande dialogen mei Ellie Vermicelli.

Hilarysk is it ferhaal oer it kommen fan it pleatselik gospelkoar op in sneintemiddei yn ‘e gereformearde tsjerke. It grutste part fan ‘e gemeenteleden wol neat witte fan dat heidenske gedoch en komt uteraard net opdaagjen, in oar part rint by it sjen fan it drumstel fuortdaliks de tsjerke wer út, mar Meindert en syn mem bliuwe sitten, ek al fenuveret Meindert himsels wêrom’t de gospelleden nei elk sjongstik de rjochterhân de loft yn stekke. It lit him tinke oan de Hiltergroet, en dat sist er dan ek tsjin syn mem, dy’t dêrop in fjoerreade holle kriget.

Reade tried yn ‘e bondel is fansels it ferhaal oer Omke Hajo. Hajo is frijfeint en tige from want, sûnt it ûngemak mei de SRV-wein – in famke kaam mei de fyts ûnder syn wein – is er SRV-man ôf en besteget Omke Hajo al syn tiid oan it lêzen yn ‘e Bibel. Om’t de man wat sûnderling is hat er net folle te krijen mei de doarpsbefolking. Syn omkesizzer Meindert is eins de iennichste dy’t nei de man omsjocht en tegearre bringe se aardich wat tiid troch mei it damboerd tusken har yn. Omke Hajo kin omraak damje en as er wint raast er alle kearen wer: ‘De vijand is overwonnen, zijn huisraad is reeds geroofd!!’

Spitigernôch kin er regelmjittich syn oerwinningskreet slake, want it liket wol oft Omke Hajo net ferlieze kin, wylst Meindert der dochs alles oan docht om Omke fan ‘e wize te bringen, bygelyks troch de radio ôf te stimmen op de Stille Genieter, mar Omke lit him net fan ‘e wize bringe troch lietjes as ‘Ik mis mijn slippie’ op de wize fan ‘Mississippi’.

It wurk fan Talma tilt op fan kleurrike figueren lyk as Omke Hajo. Mei ûnderkuolle humor sketst Meindert in skitterend byld fan in doarp. Fyntsjes leit er it doarpslibben bleat, mei alle moaie en minder moaie kanten, mar benammen sketst er de leafdefolle relaasje mei syn Omke Hajo; út it wurk sprekt ek in grutte leafde foar de muzyk.

It wurk is yn it Nederlânsk skrean, mar de dialogen binnen yn it Frysk, dat makket it wurk tige sfearfol en betiden fertederjend.

Nee, it is gjin literêr wurk, mar dat docht neat ôf oan it wurk, it jout yn moai tiidsbyld. Net allinne fan doe, mar ek fan no. It is prachtich dat in boek oer in Frysk doarp, it mei dan yn it Nederlânsk skrean wêze, mei dochs wol in stik Frysk deryn, sa goed rint. Want Talma berikt mei syn boek net allinne lêzers út Fryslân of Friezen om utens, hy berikt ek it oare diel fan Nederlân en dat is dochs moai meinommen.

Ik tink dat Talma de tiid wat dat oangiet ek mei hat en dat er hiel goed past yn it ramt fan it wurk fan bygelyks ien as Jaap Scholten, dy’t skriuwt oer syn jeugd yn ‘e tachtiger jierren yn Enschede (Ynskedee), mar dat it wurk ek hiel goed past yn ‘e lijn fan in Ronald Giphart, dy’t mei syn realistyske ferhaaltsjes – want dat fyn ik it, ferhaaltsjes – dochs ek in soad minsken, benammen de jongerein, wer oan it lêzen set.

It wurk is goed ûntfongen en Talma hat yn al hiel wat tydskriften en oare media oandacht krigen. Net allinne mei dit boek, mar fansels ek mei syn CD ‘Dammen met oom Hajo’, dy’t er mei syn band ‘The negroes’ makke hat. Dêrneist is er ek aktyf op it Ynternet; dêr hat er syn eigen thússide. Neffens my sille wy noch in soad hearre fan dit oanstoarmjende talint op hokker mêd dan ek. Wy sille it ôfwachtsje…
(17 febrewaris 2000, Elly Veltman, Omrop Fryslân-radio, "De Koperen Tún")

Omrop Fryslân, Omnium (boek)

Optekene tekst fan in live-útstjoering:

Eric Ennema: It lêste boek yn dizze boekbespreking, fan ‘e hân fan in Fries om útens, Meindert Talma. Klaas Jansma: In Grinser studint en dy hat dan in boek skreaun, Dammen met ome Hajo, en dat is ferline jier al útkommen. Hjir en dêr ek alris even besprutsen, mar ik woe it noch wol graach even lêze, ek as fenomeen, want yn Grinslân dêr bard wol wat ûnder ek studintenrûnten, Blauwe Fedde sit dêr, dat is in literêre rûnte. Dogge wol leuke dingen, orginele minsken wol en dit is ek in hiel orgineel boek. En doe ‘k it lies, ja dan, ik tink wat is dit einlik in min boek, tocht ik hieltyd. Wat is dit einlik min skreaun. Wat sit hjir weinich struktuer yn, ferhaal yn. Mar it aparte is, it liet my helemaal net los, dus ik moest it mar trochlêze. En it ferfeelde my einlik ek net in sekonde. Dus ja, eigenlik wie it ek wol in hiel goed boek, eigenlik. Dus ik fûn it min en ik fûn it ek wol goed.

En wêrom fûn ik it no goed. Doe ‘t ik "Om Teatske" (roman fan Klaas Jansma, red.) skreaun hie doe skreau ien, dy’t dêr wat skerp ferstân fan hie, dy’t it lêzen hie, dy sei: dit is naïve keunst. En dat fûn ik in hiel ferfelende opmerking. En achterôf tink ik hiel treffend. Dat is dit ek in bytsje. It is allegear krekt echt. Krekt echt beskreaun, it docht net safolle mei dy krekt echte wierhyt, mar it draait, it kantellet krekt in bytsje sa ‘t wy by it wêromsjen dingen wolris wat kantelje kinne. En dan komme se yn in hiel oar byld, in hiel oar ljocht, in hiel oar perspektyf te stean. En dat is mei dy Meindert Talma ek sa. Hy beskriuwt hele simpele, ynfâldige dinkjes. Ik fyn ek net dat er se sa moai, leafdefol beskriuwt. Ik fyn it soms ek wol wat lef. Hy jout minsken soms ek wolris wat in rare skop yn ‘t krús. Ik fyn it ek wat….., dy earme frou fan in NCVB, dat is altyd maklik skoaren. Der sitte wat dôve froulju yn ‘e seal: "Kunt u misschien wat rustiger praten meneer Talma", no, hahaha, moatte we sa ferskriklik om laitsje, om mefrou Olthuis. No, ik ha yn ‘t tillefoanboek sjoen, stiet ek inderdaad in Olthuis yn, dus misskien bestiet dy frou ek wol echt. En dat fyn ik net sa fijn. Sjoch ik dêr ek in Jellie yn beskreaun, in freondinne fan dy Meindert, en hy beskreaut dy ek net sa fijn en dan tink ik, misskien bestiet dy Jellie ek wol echt. No, dan hie’k leaver dat dat in oare namme hân hie en dat it toch in echte roman makke wie, wat hjir yn stiet.

Ome Hajo dy wurdt ek wol moai portretteard. Hy wie SRV-er, geweldich grutsk op syn SRV en dat gong allegear prachtich. Tot dat er ris in kear in ûngelok krige, Jellie ûnder de wein en dy hâlde der ek wat in bytsje fan oer en ome Hajo bekearde doe ta in hiel kristlik minsk. En ja, hoezee foar in CDA en dat soart dingen, mar hy hie noch wol altyd it ûndogense fan syn eardere SRV-tiid. It is in hiel apart kristlik minsk, dy’t wol genietsje koe fan hiel ûndogense rare opmerkings, en oan de oare kant oe sa evangelies fan ynslach wie. En syn stopwurd wie dan altyd wer: poeperdepoep. En dat wurdt hjir ek hieltyd yn siteard en dat jout ek wol in aardich effekt. En dan moat se damje en earst is dy Meindert, dy is mei omke oant damjen, en ferliest er it mei eigen dommichheden, mar dan krijt it toch wol in moaie kloe en in moai ein en dan begripe wy ek allegear dat alles relatyf is. En dan, om de lêzer te sparjen, sil ‘k de ein mar net neame. Wol ’k mar net dwaan.

Sil ‘k noch even wat oer master Nicolai, even siteare? "In de vierde klas van de lagere school kwam ik bij meester Nicolai in de klas. Meester Nicolai was jarenlang de voorzitter geweest van korfbalvereniging It Fean. Hij was zeer streng en duldde geen tegenspraak. Aan het begin van de vierde klas moesten we allemaal ons handschrift wijzigen. We moesten opeens allemaal aan elkaar schrijven en wel met zeer lange, fijne krullen. Ik vond dat wel aardig, want ik vond mijn eigen handschrift toch al niks. Maar de meeste klasgenoten waren niet zo blij met deze maatregel. Waarom zouden zij zich een handschrift laten aanmeten met van die verwijfde lange krullen? Dikke naad, meester Nicolai kon de pot op met zijn krullen! Deze gedachte duurde niet zo lang, want als je iets deed wat in de ogen van meester Nicolai niet goed was, begon hij met zijn grote, blauwe ogen te rollen tot ze steeds groter werden en dan werd je even goed op je plaats gezet."

It is naïve keunst, it is trije kear lange krullen yn in sin, it is trije kear meester Nicolai yn in alinea. En al dy wurden, allegear fouten dy ‘t je mar betinke kenne. En dêryn hat it in hiel eigen aparte sjarme, krekt as fertelt ien fan syn jonge libben yn Surhústerfean. En ik fyn ien ding spitich, Joop Atsma stiet er net yn. It CDA wol, mar Joop Atsma net. En dat hie ‘k no sa graach wold. Mar al dy oaren út Surhústerfean dy kint mar lêze. En alle oaren út Fryslân dy sjogge hjir in doarp portretteart wat je oeral herkenne. Eric Ennema: En in tiid, jierren santich. Klaas Jansma: En in tiid, jierren santich. Marre, net in goed boek. Mar leuk om te lêzen. Eric Ennema: Een zondagschrijver. Klaas Jansma: Dat is ‘t.

(8 mei 2000, Klaas Jansma, Omrop Fryslân-radio,"Omnium")

Cantecleer (boek/cd)

MEINDERT TALMA, EEN DILETTANT?

Een dilettant in muziek en literatuur, zo wordt Meindert Talma, auteur van de roman Dammen met ome Hajo in de Leeuwarder Courant genoemd. Geen groot zanger of romanschrijver. Het Parool merkt over zijn roman iets in dezelfde trant op; pretentieloos en een tikje onnozel. Haaks op deze reacties staan recenties uit bijvoorbeeld het krantje van Vera, de Oor en het Friese tijdschrift Trotwaer.

Dammen met ome Hajo, de debuutroman van Meindert Talma, verscheen in oktober '99 bij Passage. Tegelijkertijd kwam er bij het platenlabel Excelsior een gelijknamige cd uit van Meinderts band Meindert Talma & The Negroes. De pers reageerde nogal verschillend op deze ongewone combinatie van een boek met een sound-track. En dat is misschien niet zo bijzonder, maar wat wel opmerkelijk is, is de PR die bij deze publikatie gevoerd is. Posters op alle plakplaatsen in het noorden en stickers zijn de eerste dingen die de oplettende fietser opvallen. Verder volgden besprekingen in de grote dagbladen van Nederland, optredens voor een bomvolle zaal in Vera en op Noorderslag en een optreden in een EO-televisieprogramma. Een grondige promotie die van start ging met de presentatie van het boek en de cd op een avond in Surhuisterveen. Iemand die op die avond aanwezig was, vertelde mij dat het een van de gekste avonden was die hij had meegemaakt. De hele familie Talma was aanwezig, en aan het eind van de avond zat iedereen te dammen.

Dammen met ome Hajo-de cd
De sound-track bij de roman Dammen met ome Hajo heeft dezelfde voorkant als de roman; een overbelichte foto met twee jaren-zeventig-klapstoeltjes, een grote en een kleine. Verschillende liedjes die op de cd staan, worden in het boek genoemd. Maar om de cd de muzikale invulling van de roman te noemen, gaat eigenlijk te ver. Er zijn weliswaar wel raakvlakken, maar volgens mij ook minstens zo veel verschillen aan te wijzen. Het grootste verschil komt voort uit het feit dat Dammen met ome Hajo de derde cd van The Negroes in een kort tijdsbestek is en dat de nummers dus vrij actueel zijn, terwijl het boek veel verder terug gaat.
Op de cd Dammen met ome Hajo staan Nederlandse en Engelse nummers en hier en daar wordt overgeschakeld naar het Fries. Meindert houdt er als zanger een ietwat eigenaardige manier van zingen op na, die mijn bekoring niet heeft. Grappig is in dit verband een ingezonden brief in het Friese blad Trotwaer, een reactie op een bespreking van de tweede cd van The Negroes, Ferhûddûker. De schrijver van deze brief, een oud-leraar van Meindert (die in de roman Dammen met ome Hajo onder zijn eigen naam voorbij komt) is hevig verontwaardigd over het feit dat het blad Trotwaer zich heeft verlaagd tot een bespreking van een dergelijke cd en ook windt hij zich erover op dat de recensent van Trotwaer de cd overwegend positief beoordeeld heeft. Het gaat er heftig aan toe in zijn brief, want hij schrijft:
De duvel kin yndied moai oargelspylje, mar de lêzer wol net twongen wurde te harkjen nei de einleaze rige falske toanen, dy 't Hantsje Pik spilet. (...) Wêrom it skoander en djoer papier te fergriemen oan in plaat mei de waarde fan skythûspapier? (vert: Die duivel kan inderdaad mooi orgelspelen, maar de lezer wil niet gedwongen worden te luisteren naar de eindeloze rij valse tonen, die Jan Lul speelt. Waarom het dure papier te verspillen aan een plaat met de waarde van wc-papier?).
Dit illustreert denk ik wel een beetje hoe verschillend je over de muziek van deze band kunt denken. Meindert schreef alle nummers voor Dammen met ome Hajo en hij zingt en speelt toetsen. Ik vind sommige nummers instrumentaal best leuk in elkaar zitten, maar wat Meindert met de zanglijn doet, stelt mij soms voor raadsels. Hij moet soms hele grote afstanden overbruggen, en dat gaat niet altijd vlekkeloos. Dit geldt met name voor de nummers Hobbydrinker en Dikke Paulus. Die nummers gaan over alchoholisme, dus ik weet niet of er met opzet zo gezongen wordt, maar dan snap ik niet dat er in de andere nummers precies zo gezongen wordt. In het Fries is er zo'n mooie benaming voor zijn manier van zingen: eamelich (zeurderig).
Wat ik wel fantastisch vind zijn sommige teksten op de cd. Bijvoorbeeld het liedje Oester:
Ik rol met op, ik zet mijn stekels overeind. Al heb je nog zo'n vette grijns op je bek. Ik zeg toch geen woord, mij krijg je niet zo gek. Ik doe tegen niemand een bek open. Ik laat ze rustig kankeren en geef geen sjoege.
Kortom, ik denk dat ik de cd leuker zou vinden als iemand anders de zang voor z'n rekening zou nemen. Maar, zo zingt Meindert heel terecht: Want The Negroes komen toch uit het Noorden. Zij spelen  muziek zoals jij die nooit hoorde. We zijn voor niemand echt benauwd en spelen een liedje voor jong en oud.

Dammen met ome Hajo-het boek
Dammen met ome Hjoe kan gelezen worden als een autobiografische roman, een genre dat de laatste tijd weer een opleving beleefd heeft. Het boek gaat over Meinderts jeugd in het Friese dorp Surhuisterveen en het begin van zijn studietijd in de Groningse wijk Beijum en is anekdotisch van aard. Gebeurtenissen worden niet strikt chronologisch behandeld. De Leeuwarder Courant beweert dat het boek wel een chronologische opbouw kent, maar ondanks een globale chronologische opbouw is volgens mij de term anekdotisch meer van toepassing. Een echte verhaallijn ontbreekt. Als je al een rode lijn in het verhaal wilt aanwijzen, dan zou dat de damstrijd tussen Meindert en zijn oom zijn. De ene herinnering volgt op de andere, en vaak wordt het verhaal onderbroken door flashbacks in te voegen. Illustratief voor dit anekdotische karakter is het begin van ieder hoofdstuk. Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een klein tekstgedeelte; een songtekst of een kranteknipsel. Verslagen uit o.a. de Feanster (de Groninge Gezindsbode voor Surhuisterveen), de Blauwe Fedde (een Fries literair tijdschrift) en het korfbalblad Yn 'e koer passeren de revue. Een verslag van een voordracht bij de Nederlandse Christelijke Vrouwen Bond (NCVB) afdeling Surhuisterveen vormt het begin van de roman. De enige aanwezige man bij die voordracht is Meinderts oom, Ome Hajo. Via die Ome Hajo gaan we terug naar Meinderts jeugd. Naar de tijd dat Ome Hajo nog een SRV-man was, of met andere woorden, een versmobielondernemer. Na een ongeluk, zonder ernstige gevolgen overigens, wil Ome Hajo zijn beroep niet meer uitoefenen, en wordt hij een vroom christen. Karakteristiek voor het boek is de droge humor, waar de auteur onder andere in preken van 'dominee' Hajo blijk van geeft. Vanzelfsprekend stapt Ome Hajo voor die gelegenheid over van het Fries naar het Nederlands, want preken in het Fries, dat geeft geen pas. Misschien moet je een Fries zijn om dat te voelen, maar kijk eens naar het volgende fragment, waarin Ome Hajo tijdens een dampartij aan het woord is naar aanleiding van een liedje op de piratenzender De Stille Genieter.
'... As je it net wisten, dan soene je sizze dat it myn nicht út Britsum wie, dy hat ek altyd sa'n moaie heze stim. Ja, dat komt omdat se altyd sa tsjin de hurde wyn yn raze moat hè.' (vert. als je het niet wist, zou je zeggen dat het mijn nicht uit Britsum was, die heeft ook zo'n mooie hese stem. Ja, dat komt omdat ze altijd tegen de harde wind in praten moet, hè. Noot van de schrijver: Britsum ligt op een terp in de vlakte zodat het er altijd stevig waait) Ome Hajo hief zijn beide armen omhoog. 'Ja, die vrouwen.. Het is allemaal begonnen met Eva hè... Eva betekent, zoals in Psalm 49 vers 13 en 21 staat: leven, aards leven, maar ook zoals in Lucas 13 vers 21 staat: gezuurd leven...'
Frappant is overigens dat de vele verwijzingen naar de bijbel, die Ome Hajo als een ware predikant door zijn preken gooit, niet kloppen. Dat is wel jammer, want het staat toch wat slordig. Ook een vertaling van de Friese dialogen voor mensen die het Fries niet beheersen was misschien wel een goed idee geweest. Zo komt de recensent van de Vera-krant voor een passage waarin Meindert met zijn vrienden een gierverspreider in de sloot duwt ('Kom Ik triuw dy jarrestruier yn 'e sleat, u ook?') tot een vertaling van 'Kom, ik duw die gierverspreider in de sloot. Jullie ook?' Terwijl de grap juist daarin zit, dat Meindert zijn vrienden met u aanspreekt. Die gewoonte om elkaar met u aan te spreken komt uit een televisiequiz waarin de presentator aan het slot steevast roept: 'Ik vond het mooi, u ook?' Enerzijds kan zo'n vertaling veel ophelderen, anderzijds denk ik dat je meer dingen herkent en waardeert als je zelf ook uit zo'n Fries dorp komt. Zo is het niet meer dan logisch dat Ome Hajo de bijnaam 'dominee' krijgt, als hij eenmaal bekeerd is en aan alles een bijbeltekst weet te verbinden. Hij hij altijd ingewikkelde verhalen gehouden, dan was men hem waarschijnlijk 'professor' gaan noemen. Zo gaan die dingen nu eenmaal in een klein dorp waar bijna iedereen volgens het credo 'doe maar gewoon' leeft.
Die nuchtere mentaliteit vinden we in het hele boek, en leidt tot herkenbare pijnlijke situaties als in het gedeelte waarin Jellie Meindert vertelt dat zij een gedicht voor hem heeft geschreven.
Toen het gedicht uit was, keek ze me op een bepaalde manier aan. 'It giet oer dy.' (vert.: 'Het gaat over jou.') (...) Het bleef een tijdje stil. Ik wilde iets zeggen, maar wist niet wat. Ten einde raad trok ik mijn wenkbrauwen omhoog en riep ik: 'Met het vriendelijke doch dringende verzoek: mogen wij ook verder fietsen!'
Wat in dit citaat al een beetje naar voren komt, en wat ook in de rest van het boek opvalt, is dat ondanks het sterk autobiografische karakter, de hoofdpersoon Meindert wat op de achtergrond blijft. De auteur geeft blijk van het vermogen om te observeren, en hij   weet die observaties op een fantastische manier op papier te zetten, maar verder dan beschouwingen gaat het niet. De verschillende hoofdstukken in dit boek belichten allemaal een facet uit Meinderts jeugd en de enige rode draad in het verhaal is het damspel. Steeds damt Meindert met zijn oom, ome Hajo, en steeds verliest hij. Tot hij besluit het dammen op te geven. Na een grondige verdieping in de theorie van het damspel, dammen ome Hajo en Meindert nog een laatste keer. En dat slot redt het boek in mijn ogen wel een beetje, want de thematische samenhang is op driekwart van het boek een beetje zoek.
Om terug te komen op de recensie in de Leeuwarder Courant: ik denk dat de classificering dilettant Meindert Talma tekort doet. Hij bewijst met zijn debuutroman dat hij in staat is dat hele Friese dorpswereldje en die Friese dorpstypetjes in een paar woorden neer te zetten en dat bovendien met verrassend veel humor. Oké, de stijl neigt soms naar het clichématige (zodat je denkt: au, dat is jammer) en het boek verliest naar het eind toe wat aan kracht, maar ondanks dat heb ik het boek vaak met een glimlach van herkenning gelezen. Het Parool noemt Dammen met ome Hajo pretentieloos, maar ik denk dat je je eerst moet afvragen wat voor pretenties de auteur met deze roman had. Het is bij mijn weten het eerste boek van een van mijn bijna-generatiegenoten dat dat wereldje heeft vastgelegd, en als de auteur dat heeft gepretendeerd, is hij absoluut in zijn opzet geslaagd.
(jan/febr 2000, 4e jaargang, nr. 3, Joke Corporaal; Cantecleer is het blad van de vakgroep Nederlandse Taal- en Letterkunde te Groningen)

Trajecten (boek)
"Smoarge langpoat... Dû hast mei dyn smoarge poaten fan myn wiif ôf te bliuwen... Ik snij dy ferdomme de kloaten ôf..." Vrees niet, het grootste deel van "Dammen met ome Hajo" (Passage, f 27,50) is gewoon in het Nederlands. Maar auteur Meindert Talma is nu eenmaal Nederlands bekendste Friese Groninger, en zijn debuutroman gaat over opgroeien in 'wereldstad' Surhuisterveen. "Dammen met ome Hajo" vertelt het superdroge maar erg vermakelijke verhaal van een slungelachtige muzikant. Korfbal, reddingsvoertuigen, de sexsmurf en alles wat er nog meer toe doet in een tegelijkertijd steeds groter en steeds kleiner wordende wereld. Uniek: tegelijkertijd verscheen een soundtrack (Excelsior) van Meindert en zijn band The Negroes. Aanrader! (1 november 1999, VT)

Music Minded (cd)
Na twee albums op een klein label die in cultkringen zeer gewaardeerd werden, is de Friese Meindert Talma met zijn negertjes nu opgepikt door Excelsior. Dammen met ome Hajo is eigenlijk de soundtrack bij het gelijknamige boek van Talma en is dus geen echt nieuw album. De trouwe fans hebben namelijk al een paar nummer. Voor diegenen die Talma nog niet kennen een kort introductie: mix de lo-fi instelling van bijvoorbeeld Pavement of Sebadoh met sombermannen als Smog of Will Oldham, haal wat gitaar weg en vervang het door lekker ouderwetse toetsenpartijen, verwissel het woord somber door melig en je komt een heel eind. Dat melige betreft dan vooral de teksten, want ook al heb ik sommige nummers reeds tientallen keren gehoord, ik lig nog regelmatig dubbel. Vergeleken met de voorganger Ferhûddûker is de muzikale omlijsting wat minder spannend, maar daar staat tegenover dat Dammen met ome Hajo homogener is en zo een goede introductie vormt voor de luisteraars die Talma nog niet kennen. Lees ook het boek en ontdek een uniek talent. Meindert for President! (december 1999, Roel Bouman) -- 4 sterren

Venstra.nl (boek)
Gôh: óók al een boek van Passage. Dit is een roman van zanger/schrijver Meindert Talma, handelend over zijn eigen (?) jeugd in het Friese Surhuisterveen. Een nostalgisch boek vol SRV, CDA, Johnny Cash, Atje Keulen-Deelstra en Groningen. En zo. Erg komisch - en nog grappiger is dat er ook een "soundtrack" bij dit boek hoort, gemaakt door de auteur en zijn bandje (Meindert Talma & the Negroes). Ook deze plaat kunt u bij de betere muziekwinkel bestellen. Leuk! (april 2002, Andger)

Terug naar
pers-overzicht