|
Recensies
Vera Krant
| Leeuwarder Courant | Freeze
| Oor | Fret |
Blvd | Opscene
Music Maker | Konkurrent-advertentie
| LiveXS | Rocksound
Nieuwsblad van het Noorden | UK |
Trotwaer

Vera
Krant
"...LOKALE TROTS:
Meindert Talma & the Negroes. En ook natuurlijk van Friesland, want bijna de helft van
de nummers is in Talma's moedertaal. Pure poëzie, met humor dan wel diep in de ziel, niet
als debuut "Hondert punten" gevat in een lofi thuisproduct maar als een
klinkklare volwassen zéér volwaardige POPELPEE! Maar nogsteeds wél in Stad opgenomen,
namelijk door de tot haast 'Groningse Albini' uitgroeiende Jan Heddema in z'n Pet
Sound-studio. Pracht collectie songs echter bovenal, veelal rustig van aard maar de band
kan ook ROCKEN, zoals in de venijnige titelsong. En orgeltje! Van Grandaddy tot
Stranglers." (24 september 1998, PePr)
Leeuwarder
Courant
"...Met zijn cd-debuut
"Hondert punten" presenteerde zanger, toetsenist en Blauwe Fedde-redacteur
Meindert Talma zich als een interessant curiosum. Veel meligheid, schetsmatig vormgegeven
volgens de meest extreme 'lo-fi'-normen en af en toe nog een prachtig liedje ook.
'Ferhûddûker' komt ineens als een forse stap vooruit. De nummers zijn nu eens af, ze
klinken stukken beter en ze zijn soms nog heel fraai ook. Van de tere opener 'Kippestront'
tot de speelse ruigheid van 'Koepel' en het titelnummer, waarin de accentrijke zang van
Talma heftig vervormd tot ons komt. Zodoende boort hij heel wat sferen aan, stijlvol
begeleid door zijn Negroes (het echtpaar Jan Pier en Janke Brands en Nyk de Vries,
mederedacteur van literair tijdschrift De Blauw Fedde) en zijn eigen net niet lullige
orgel- en pianopartijen. In het Fries of in het Nederlands: Talma is een fijnzinnig
observator die het niet altijd even gemakkelijk heeft. "Dû hast myn betrouwen
misbrûkt/do bist mei dy fine dweper op bêd krûpt." In dit roerige popklimaat moet
er ruimte zijn voor zo'n breekbaar talent als dat van Talma, ook ten zuiden van
Zwolle."(25 september 1998, Jacob Haagsma)
Freeze
"..De tweede cd van
Meindert Talma met zijn Negroes, en wat voor één. In een wereld waar een heleboel
would-be-popsterren niets anders kunnen dan proberen iemand anders te zijn, is Meindert
Talma een welkome afwisseling. Meindert kan alleen maar zichzelf zijn. Gelukkig maar, zo
levert Meindert weer enige pareltjes af met "Kippestront", "Koepel",
"Onze Johan" en het titelnummer "Ferhûddûker". In vergelijking met
"Hondert punten" is er nu meer aandacht voor instrumentatie, zodat het spectrum
varieert van luisterliedjes tot regelrechte noise-attacks. De totale aanpak is te
vergelijken met soortgenoten als Half Man Half Biscuit en Ween. Tekstueel staat Meindert
Talma voor een stukje echtheid in een wereld voor flauwekul, al zullen sommigen op het
eerste gehoor misschien het omgekeerde denken. Met deze cd kan Meidert samen met z'n
Negroes na Friesland en Groningen nu heel Nederland veroveren, tweehondert
punten!"(oktober 1998, Sjouke Nauta)
Oor
...."Talma Motown. Al moet je in
dit verband soul ruim zien. Muzikaal treedt Meindert Talma, Fries te Groningen, niet in de
zwarte traditie van Ross, Gaye of Wonder. Maar soul heeft Talma wel degelijk. De soul van
een witte anti-ster. Dat maakt zijn muziek aantrekkelijk. Verleden jaar bracht Talma het
lo-fi-debuut Hondert Punten uit. Mijn teller bleef destijds op zeventig staan. Nu
is er het beter klinkende Ferhûddûker, dat in het Fries lul betekent. Voor lul
staat Talma niet met een CD met vrij traditionele pop en een enkele uitspatting. Denk
daarbij in de richting van Boudewijn de Groot en Velvet Underground. Talma maakt het zich,
qua afzetmarkt, niet gemakkelijk. Hij is te excentriek voor het grote volk en te gewoon
voor de alto's. Wat Talma speciaal maakt, is zijn zonderlinge, lijzige stem. Daarmee zingt
hij in het Fries of Nederlands over items als een dag zo bitter als Kippestront, de
sliding van Dick Schoenaker, Dick Passchier en Onze Johan. "Onze Johan die
heeft ook altijd wat/Nu is hij weer dood onze Johan". Onze Meindert daarentegen is
getuige Ferhûddûker springlevend."(3 oktober 1998, René Megens)
Fret
"...De opvolger van Meindert's
debuut "Hondert punten", waarvan we bij Fret aardig onder de indruk waren.
Allereerst valt op dat het geluid veel beter is, maar dit keer is Meindert met zijn
nikkertjes dan ook een echte studio ingetrokken. De betere opname-faciliteiten komen het
eindresultaat zeker ten goede. De liedjes klinken voller en dat zorgt ervoor dat Meidert's
stem nog beter wegzakt in de muziek. Zo duurt het zonder het tekstboekje te gebruiken al
gauw vijf draaibeurten voor je een idee krijgt waar hij het allemaal over heeft. Want de
teksten zijn belangrijk, veelal melig, maar oh zo leuk en vol dubbele bodems. Neem alleen
al deze strofe: "Onze Johan die heeft ook altijd wat, nu is ie weer dood onze
Johan." Over de hele lijn zijn de liedjes, muziek technisch gezien, sterker dan op
het debuut. Houd je van acts als Smog en/of Palace (Will Oldham), check die Talma dan eens
uit!" (november 1998, RB)
Blvd
"...Meindert Talma is een
breekbaar talent, dat we met zijn allen moeten koesteren. Zijn liedjes worden steeds
mooier en de uitvoeringen ook, want Ferhûddûkker klinkt weer een stuk beter dan
de uiterst lofi-achtige eersteling Hondert punten. Talma speelt heel mooi orgel (de
Money Mark van de lage landen), schrijft even vlakke als intrigerende melodieën, zingt
afwisselend in het Nederlands en in zijn Friese memmetaal en weet keer op keer te
ontroeren. "Hear sjoch en sprek gjin kwea". Zeker niet over Meindert
Talma."(september 1998, ML)
Opscene
"...Meindert ût 't Fryske land
maakt van die Will Oldham-liedjes die op zich helemaal niet onaardig zijn. Laten wij bij
Opscene echter gewoon Fries kunnen verstaan en horen dat men tekstueel toch echt veel te
melig uit de hoek komt. Maar Meindert heeft wat ons betreft recht op een tweede poging,
want de liedjes zijn leuk genoeg."(oktober 1998, Lammert Voos)
Music
Maker
"...Onze Johan die heeft ook
altijd wat. Nu is ie weer dood, onze Johan". Zomaar een fragment uit één van de
liedjes op Ferhûddûker, de debuut-CD van de Groningse singer/songwriter Meindert Talma.
Het is typerend voor zijn liedjes: tegendraads maar intrigerend. Talma zingt afwisselend
in het Nederlands en het Fries. Zijn begeleidingsband The Negroes houdt er een al even
weinig consistent koers op na: het ene moment klinkt ze als een garageband, het andere
lijkt ze zo weggelopen uit de televisieserie Twin Peaks. Het resultaat doet soms denken
aan het werk van André Manuel (Fratsen, Krang) ook al iemand die zich niet voor één gat
laat vangen. Eclectisch noemen ze dat." (december 1998)
Konkurrent-advertentie
"...Meindert Talma staat al jaren
te boek als het grootste Friesche singer-songwritertalent dat ons land rijk is: maar
liefst 2,27 meter schoon aan de haak! Smaakvolle orgeldeunen voor bij de wieg en in 't
graf."
LiveXS
"...Meindert Talma en de
wat? Wie en de Negroes? En hoe heet die plaat? Verhoedoeker? Reacties van
ongelukkigen die nog niet in Meindert zijn. Van mensen die met de doorbraak van De Kast
teleurgesteld dachten dat de Friese grond geen talent meer voort kon brengen. Van mensen
die dachten dat op de kaart van Nederland alle rurale gebieden nu wel van een aansprekende
regiopopband voorzien waren. Niets is minder waar! De Kast heeft zichzelf getransformeerd
tot een Fries-nationalistisch poppentheater en geeft dus weer alle ruimte aan echt
interessante Friese muzikanten. Zoals Meindert Talma dus. Een zogenaamde Woudfries uit
Surhuisterveen, die in deze negorij een muzikale ontwikkeling doormaakte die volledig
losstond van de ontwikkelingen buitengaats. In de gereformeerde kerk van Surhuisterveen
kreeg Meindert (kerk-)orgelles, via de Surhuistervener gospelgroep de Shalom Singers
leerde Meindert zwarte muziek kennen en Oom Wietse leende Meindert zijn in de vroege jaren
zestig in de grote stad gekochte platencollectie. Nu kan Meindert het dus zelf en verrast
hij vriend en vijand met zijn soulvolle r&b. De muziek is warm, ingetogen, prachtig en
soms een beetje bedeesd. Meinderts zang heeft een bepaalde doorleefdheid - wat komt
doordat hij adem met zijn hart in plaats van zijn longen - en die geeft aan de hoekige
Friese teksten nét dat zachte glanslaagje mee dat van tekst poëzie maakt. Zoals wanneer
Meindert zingt: Onze Johan heeft ook altijd wat. Nu is hij weer dood. Onze
Johan. Meindert Talma dus, dames en heren, onthoudt die naam. Meindert Talma,
waarvan Mick Jagger van de Rolling Stones nog eens heeft gezegd:
Wie?
" (november 1998, AT)
Rocksound
"...U zult
me waarschijnlijk uitlachen als ik beweer dat Meindert Talma en zijn Negroes een beetje
als Eels klinken. Vooral Meindert zelf zal er smakelijk om kunnen lachen, vermoed ik. Nu
moet ik bekennen dat de vergelijking ook vooral te danken is aan het Hammond-orgeltje en
de naar easy-listening neigende melodietjes, en zeker niet aan de sterke zang en de hoge
muzikale kwaliteiten. Maar daar gaat het bij deze Friezen ook niet om. Het gaat namelijk
om de gein. Die onverstoorbare, wiebelige vocalen, dat geweldige accent en vooral die
droogkloterige teksten (in zowel Fries als Nederlands); het is allemaal van zon
surrealistische lulligheid, dat ik Meindert Talma een cultstatus gun van hier tot
Beetsterzwaag. "Ik vind het heerlijk als ik veel vrije tijd heb, maar ik heb nu
eenmaal weinig vrije tijd", dicht hij droogjes in Dat is sneu. Jammer. Ik
zou namelijk graag een avond met hem de kroeg induiken. Ik denk dat ik niet meer bij
kom
." (Menno Pot)
Nieuwsblad
van het Noorden
"...Meindert
Talma & The Negroes zijn met hun Fries-Nederlandse repertoire niet alleen een
buitenbeentje in de vaderlandse indiepop, maar vallen ook verder moeilijk te
plaatsen. Talmas berustende poëtische liedjes kennen niet zelden gortdroge melige
terzijdes, terwijl hij zijn gereformeerde jeugd bij voorkeur met Reviaanse flair aanstipt:
Hear Sjoch En Sprek Gjin Kwea. Als hij op de nieuwe cd Ferhûddûker over zijn jeugd in
Surhuisterveen droomt, komen de sliding van Dick Schoenaker en de schaar van Tscheu La
Ling dus voor de visite van de ouderling, waarna NCRV-associaties uit het onderbewuste
opborrelen: De Heare Jezus is Dick Passchier mei syn gulle laits en syn swart boskje
hier (Hippert Hipe). Jeugdvrienden met wie het slecht afliep, de Shalom singers met
hun Beach Boys-melodieën, met name Talmas jeugd blijkt een onuitputtelijke bron van
inspiratie in deze met orgel en Rhodes geschreven sobere popliedjes, die op de beste
momenten het ongrijpbare 22 Pistepirkko in herinnering roepen. Je moet wel bestand zijn
tegen die monotone en weinig toonvaste zang van hem, al draagt dat juist bij aan de
eigenheid. Woensdag met filmbeelden van Michael Hall in Vera....." (2 november 1998,
Siebrand Vos)
UK
Talma grijpt terug op
Friese roots
Als lijstjesfreak heb ik sinds jaar en dag een top vijf in mijn hoofd van tranentrekkers.
De op een na laatste wijziging in deze persoonlijke top vijf dateert al weer van 1993.
Toen kwam de prachtige ballade 'Lullaby for a Troubled Man' van de groep Gitane Demone
binnen met stip. Na vijf jaar onveranderlijkheid in de trieste liedjesparade heeft
Meindert Talma & The Negroes een verandering teweeggebracht met het wel heel droevige
nummer 'Rinskje'. Talma deelt het erepodium nu met grootheden als The Beach Boys, Gram
Parsons, Gavin Bryars (respectievelijk 'Till I die', '$1000 Wedding' en 'Jesus' Blood
Never Failed Me Yet').
Het nummer 'Rinskje' staat op Talma's tweede cd 'Ferhûddûker' - voor niet-Friezen een
tamelijk onuitspreekbaar begrip dat zoveel betekent als 'het pispaaltje van de groep'. In
dit lied bezingt Meindert Talma dat het voorbij is met zijn lief, nadat zij met 'dy fine
dweeper' in bed is gedoken. Prachtig gearrangeerd met als hoogtepunt de onomatopee die de
zanger van het woord 'skriemen' weet te maken.
Met 'Ferhûddûker' hebben Meindert Talma (zang, piano, orgel), Jan Pier Brands (gitaar,
drums), Janke Brands (bas) en Nyk de Vries (drums,gitaar) flink progressie geboekt. Was de
eerste cd 'Hondert Punten' voor velen een te warrig lofi-experiment, waarin werd
geprobeerd zo veelzijdig mogelijk voor de dag te komen, met dit album heeft de band een
duidelijke keuze gemaakt. Dertien nummers met een totale duur van 38 minuten, veelal
geinspireerd op de roots van Meindert Talma: een NCRV-jeugd in de Friese Wouden. Diverse
(dorps)karakters als Piter Poeske, Wiebe, ome Piet en onze Johan worden door Talma
treffend vastgelegd. Naast het wel en wee van de bevolking van Surhuisterveen en omgeving
schuwt de zanger het grote gevoel niet. Het levert liedjes op vol onderhuidse spanning en
ingehouden verdriet als 'Kippestront', 'Koepel', 'Als sneeuw', 'Net sûnder tankberens',
'Hear sjoch en sprek gjin kwea'.
De kwaliteit van 'Ferhûddûker' ligt evenwel niet alleen in de teksten van Meindert
Talma. De verhouding tussen zang en muziek is meer in evenwicht dan op hun eerste cd. Niet
alleen is de zanger een stuk beter te verstaan, de begeleiding is helderder en hierdoor
functioneler. Deze gerichte aanpak heeft de groep tot nog toe geen windeieren gelegd. De
VPRO en RTL 5 toonden al belangstelling, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad hebben
Meindert Talma inmiddels opgemerkt en bovendien werd de cd positief gerecenseerd door het
muziekblad Oor, voor velen nog steeds het criterium om een cd bij de platenboer eens te
gaan beluisteren. (januari 1999, André Westra) |
|
Terug naar
pers-overzicht |