Leeuwarder Courant

Recensie Kriebelvisje

Ik doe maar wat en wie doet me wat

14 maart 2003
Jacob Haagsma

Het werk van Meindert Talma is wel 'gestileerd dilettantisme' genoemd. In gewoon Nederlands: ik doe maar wat en wie doet me wat. In muziek en literatuur zoekt Talma, toch een echte doctorandus, zijn eigen weg, als een liefhebberende amateur die alle mogelijke kritiek laat afglijden. Want kijk, ik kom er toch rond voor uit dat ik er eigenlijk niet zo veel van kan? Maar dat is toch de charme van mijn werk?

Net als 'Dammen met ome Hajo', zijn vorige roman, gaat ook 'Kriebelvisje' gelijk op met een cd van die naam. Deze keer zijn beide wat inniger vervlochten: de teksten van de dertien liedjes gaan vooraf aan de evenzovele, gelijknamige hoofdstukken. Een fiks aantal nummers kennen we al, maar die zijn nu opnieuw opgenomen. Niet met Talma's geestverwante begeleidingsband The Negroes, maar met muzikanten van de bekende groep Daryll-Ann. Dilettantisme okee, maar er is kennelijk een grens.

Meindert Talma maakt zijn eigen persoon uitdrukkelijk tot inzet van zijn werk. 'Kriebelvisje' is geheel en al gemodelleerd naar zijn leven en zijn belevenissen. Hij nam zelfs niet de moeite om namen te veranderen: wie wat met Meindert meemaakt heeft grote kans zichzelf in zijn schrijfsels terug te vinden. De momenten waarop hij aan de banale werkelijkheid ontstijgt, doorgaans in erotisch getinte scènes, zijn zeldzaam.

Ging 'Dammen met ome Hajo' over zijn jonge jaren in Surhuisterveen, in dit boek is hij terechtgekomen in de Groninger buitenwijk Beijum. Maar omdat hij geregeld de bus naar huis neemt, komen de eigenaardige trekken van zijn geboortestreek toch weer terug. Radiopiraat De Stille Genieter, volkszanger Rommy en dwarse boer Sibbele Hietkamp maken hun opwachting, net als kleurrijke types uit Talma's vorige boek, onder wie zelfs Ome Hajo in een 'cameo'.

Talma weet zulke types fraai te schetsen. In hun bestaan ziet hij kennelijk iets dat hen boven hun banale werkelijkheid uittilt, en dat is ook een talent. Minder is, dat hij een roman ziet in een boek, dat eerder een verzameling anekdotische schetsen, verhalen zonder kop en staart en opgewarmde columns (onder andere uit deze krant) is. Een dwingende samenhang wordt nod gemist in dit amusante geleuter.

Moeten we ons nu, net als heit en mem Talma in het verhaal '20 jaar Muzikale Fruitmand' zorgen maken over die dekselse jongen met zijn "onnozele verhaaltje" en muziek die "zowel qua tekst als zang niet door de beugel kan"? Niet per se, want ondanks het hardvochtige oordeel van de oude Talma is de plaat aanzienlijk leuker dan het boek. Al moet je je door sterke staaltjes rijmdwang en vreemd in het metrum geduwde zinnen worstelen, want de ware dilettant verloochent zich niet.

Maar het mooie medium van popmuziek kan zoiets hebben, sterker nog: dat is gebaat bij zo'n kleurrijk figuur en zijn opmerkelijke, afwisselend in Fries en Nederlands gestelde liedjes. Toch zou het goed zijn als iemand, een liefhebbende ouder bijvoorbeeld, of een bezorgde krantenredacteur, Talma erop wijst dat de bodem van zijn inspiratiebron, zijn eigen bestaan, nu wel in zicht komt.

MEINDERT TALMA: Kriebelvisje. Thomas Rap, Amsterdam, 160 blz., € 16,50
MEINDERT TALMA: Kriebelvisje (cd). Excelsior/V2

Terug naar
pers-overzicht