|
Recensie 'Meindert
Talma & the Negroes'
Over katten, liefde, moord en de bus
9 mei 2005
Michel
"Myn mokkeltsje is aan het tandenpoetsen.
Ik lig al onder de dekens met alleen mijn onderbroekje dat ik gekregen heb van
Sinterklaas, nu al weer negen jaar geleden. Toen was de kleur nog paars." Welkom in
de wondere wereld van Meindert Talma, dit keer op zijn zesde plaat. Het is de vijfde die
hij maakt samen met zijn begeleidingsband The Negroes, uiteraard alleen bestaand uit
blanken. Deze keer heeft Talma de plaat geen titel meegegeven. Dat lijkt logisch,
aangezien een duidelijk concept nu ontbreekt. De tien nummers op de plaat kennen qua thema
nauwelijks samenhang, wat op bijvoorbeeld Kriebelvisje nog wel zo was.
Dat hoeft echter geen probleem te zijn, zo blijkt na beluistering van de plaat. Talma is
namelijk een verhalenverteller. Daarvoor hoeft hij niet eens een thema te hebben, hij
schudt de verhalen zo uit de mouw. Natuurlijk, hij toont zich in enkele nummers weer een
vreemde romanticus. Wie komt er anders op het idee om zijn vriendin te betitelen als een
suikerspin? Een hele grote roze nog wel, een lekker zoet pruikerig ding met wangen die
blozen. Dat soort dingen dus. Evengoed zingt Talma over een stuk gelopen liefde, maar zet
je in Ik houd op aan jou weer op het verkeerde been, door er slinks de woorden
"te denken bij mijn dood, maar eerder nooit" aan toe te voegen.
Talma is echter ook niet te beroerd om een Friestalig liedje over een kat te spelen, die
echter zo maar een meisje zou kunnen zijn. Als slotstukken van de plaat ziet hij zelfs nog
kans om twee nummers te baseren op een oud boek over eigenzinnige Friezen. Heb je toch nog
een miniconcept. Als hij dan ook nog een moord laat plegen op een slagersdochter in Een
smerig karwei en daarmee een murder ballad maakt waar Nick Cave trots op zou zijn,
begrijp je dat het qua teksten ook nu wel weer goed zit bij Talma.
Iedereen die Meindert een beetje kent, weet ook dat het bij hem vooral om de teksten gaat.
Die absurde observaties en naar poëzie ruikende zinnen, die hij gortdroog en bloedserieus
kan zingen. De hoge kwaliteit daarvan maakt dat de muzikaliteit van Talma en zijn band wel
eens wordt vergeten. Orgel- en pianoklanken domineren het geluid, terwijl een spaarzaam
ingezette cello ook direct een verrijking vormt. Gevoel voor melodie en een versnelling op
het juiste moment heeft Talma ook altijd gehad. Niet te onderschatten dus, die muziek.
Of Talma nu dan wel het succes van Spinvis uit 2002 kan gaan evenaren? Ik vrees toch voor
hem. Met vier Friestalige nummers op tien, wordt dat al moeilijk. Aan de ene kant is dat
zonde, want Meindert Talma verdient meer aandacht dan hij nu krijgt. Aan de andere kant
moet er ook altijd ruimte zijn voor die volstrekt unieke persoonlijkheden, die ongrijpbare
platen van hoog niveau maken en altijd een beetje miskend zullen blijven. Ik denk niet dat
Talma daar zelf een probleem van zal maken. Laat ik dat dan ook niet doen en ook deze
plaat weer gewoon koesteren. Waarbij ik me verwonderd af blijven vragen hoe iemand er op
komt om een nummer Buslijn 1, 17.35 uur te noemen en daarin een ontmoeting met een
dikke jongeman op te voeren, die Meindert out of the blue vraagt of hij ook zo veel houdt
van een gezond warm prakje, gemaakt door een dame in zon sexy mantelpakje. Als u dat
ook doet, wens ik u veel plezier in de wondere wereld van Meindert Talma, deel zes.
|
|
Terug naar
pers-overzicht |