![]() ![]() |
Recensie 'Nu geloof ik wat er in de bijbel staat' '9 januari 2007 Nee, moed kan Meindert Talma en zijn Negroes niet ontzegd worden. Er is tenslotte een behoorlijk dosis lef nodig om je te wagen aan Nederlandstalige bewerkingen van liedjes afkomstig uit het tweestromenland van de popmuziek: The anthology of American folkmusic. Dit document, in 1952 door de legendarische musicoloog Harry Smith samengesteld uit zijn collectie 78-toerenplaten, biedt een onverminderd fascinerende staalkaart van de wortels van de rock-'n-roll. Blues, gospel en folk, veelal gespeeld met een demonische bezetenheid die generaties popmuzikanten, van Bob Dylan tot Nick Cave, heeft geďnspireerd. Daar een nieuwe versie van maken is ongeveer hetzelfde als het opnieuw vertalen van de bijbel. De Groningse Fries Talma en zijn band namen negen nummers van de Anthology op in het verlaten, houten kerkje Jezus leeft in Luchteveld, met een sober instrumentarium, waarin het harmonium een hoofdrol opeist. Sympathiek en oprecht gedaan, kortom. Maar als Talma het Boek Openbaringen openklapt in Blind Willie Johnsons John the Revelator galopperen de vier ruiters van de apocalyps niet langer met angstaanjagend geweld de luisteraar tegemoet, maar keuvelen ze stapvoets voorbij op vriendelijke Friese knollen. Talma lijkt er niet van overtuigd dat ook Satan leeft, waardoor Harry Smiths American Gothic onbedoeld iets zorgeloos krijgt. En als de Heer érgens de pest aan heeft |