01-vlakje-pers.jpg (906 bytes)

Trouw

Recensie 'Nu geloof ik wat er in de bijbel staat'

'17 februari 2007
Hans Nauta

Blind Lemon Jefferson die in Chicage doodvroor naast zijn gitaar, de witte mijnwerker Frank Hutchison die zijn gitaar op schoot legde en met zijn mes over de snaren gleed, Bascom Lamar Lunsford die de Minstreel van de Appalachen werd genoemd: ze zijn enkele van de vroege folkzangers wier song over moord, doodslag, armoe en het gevangenisleven werden vastgelegd in de 'Anthology of American Folk Music' uit 1952 van pionier Harry Smith. Een muzikale oerbron van de populaire muziekcultuur in de VS waarin de Fries Meindert Talma zich verdiepte voor een festival vorig jaar in Paradiso in Amsterdam. Hij bewerkte negen liedjes en zette ze op dit album dat hij opnam in het kerkje Jezus Leeft te Luchtenveld, in 1928 gebouwd door evangelist Berend Overdijk. Na zijn dood nam zoon Jan het werk over, elke zondag luidde hij de klokken en zong liederen, zichzelf begeleidend op harmonium, al kwam er niemand meer. Op dat harmonium speelt Talma de psalmen onder zijn gesproken introducties, voor hij met de Negroes songs vertolkt als 'Oh was ik maar een mol onder de grond' en 'Dorre beenderen'. Talma doet niet aan mooizingerij en klinkt net als de begeleiding op trom, banjo, gitaar en bas ongepolijst, maar is wel een eigenzinnig en doelgericht verteller.

Terug naar
pers-overzicht